Nascholing voor en door zorgprofessionals

Een wereld vol praktijkgerichte (geaccrediteerde) leeroplossingen en vakinformatie. Samen voor goede zorg!

Hoe werkt deze Academy?

Nascholing voor zorgprofessionals

Gesorteerd op nieuw - oud
Nierfunctievervangende therapie op de Intensive Care Lees meer over Nierfunctievervangende therapie op de Intensive Care Nierfunctievervangende therapie op de Intensive Care
Kritiek zieke patiënten kunnen acute nierinsufficiëntie ontwikkelen. Dat kan leiden tot veranderingen in de zuur-base-, elektrolyten- en vochtbalans, waarvoor correctie nodig kan zijn met nierfunctievervangende therapie. Indicaties voor het starten van nierfunctievervangende therapie zijn levensbedreigende diureticaresistente overvulling, refractaire, potentieel levensbedreigende hyperkaliëmie, ernstige metabole acidose refractair voor conservatieve behandeling en uremische complicaties. Nierfunctievervangende therapie kan worden gegeven door intermitterende hemodialyse (IHD) of continue nierfunctievervangende therapie (continuous renal replacement therapy, CRRT). Tijdens CRRT moet het filter regelmatig worden vervangen: dit leidt tot onderbreking van de behandeling. De belangrijkste redenen voor vervanging van het filter zijn vroegtijdige stolling en logistieke factoren. Om vroegtijdige stolling te beperken, is antistolling noodzakelijk. Regionale citraatantistolling is de eerste keus. Er zijn geen duidelijke criteria voor het stoppen met CRRT. De praktische aspecten en overwegingen bij starten, toepassen en stoppen van CRRT worden in dit artikel besproken met aandacht voor de Nederlandse situatie.
Donation after circulatory death Lees meer over Donation after circulatory death Donation after circulatory death
In Nederland kan bij leven een nier of deel van de lever worden gedoneerd (ook wel living donation genoemd) of er kunnen organen worden gedoneerd na overlijden. Bij deze postmortale orgaandonatie wordt onderscheid gemaakt tussen donation after brain death (DBD) – ook wel ‘hersendood’ genoemd – en donation after circulatory death (DCD) – ook wel ‘hart- en circulatiedood’ genoemd. De DCD-procedures zijn de laatste decennia toegenomen ten opzichte van de DBD-procedures. Er is in Nederland desondanks nog steeds een tekort aan donororganen voor patiënten op de wachtlijst voor een transplantatie, waarop diverse initiatieven zijn ontwikkeld om dit tekort te verkleinen. Naast de wettelijke invoering van de ‘actieve donorregistratie’ in 2020 zijn de DCD-orgaandonatiemogelijkheden vergroot door de donorcriteria te verruimen. Dit is mede mogelijk geworden door technische ontwikkelingen, zoals het gebruik van machineperfusie in plaats van statische preservatie van een donororgaan op ijs. Ook is de pool van DCD-orgaandonoren vergroot door toename van orgaandonatie na euthanasie en de recente mogelijkheid van DCD-hartdonatie. In dit artikel worden de belangrijkste onderdelen en nieuwe ontwikkelingen rondom DCD-orgaandonatie in Nederland nader toegelicht.
Orgaandonatiegesprek bij toestemming op basis van ‘geen bezwaar’-registratie Lees meer over Orgaandonatiegesprek bij toestemming op basis van ‘geen bezwaar’-registratie Orgaandonatiegesprek bij toestemming op basis van ‘geen bezwaar’-registratie
De herziene Wet op de orgaandonatie (Wod) vraagt een actievere houding om over je eigen donorkeuze na te denken en die aan te geven in het Donorregister. Wie geen keuze vastlegt, wordt geregistreerd met een ‘geen bezwaar’-registratie. Dat is juridisch gelijkgesteld aan toestemming op basis van een ‘ja’-registratie. De recente evaluatie van de wet (2024) laat een kloof zien tussen de juridische letter en de werkelijkheid op de Intensive Care. In dit artikel bespreken we tegen welke problemen clinici tijdens orgaandonatiegesprekken aanlopen en geven we hiervoor handvatten.
Stolling bij leverfalen en levertransplantatie Lees meer over Stolling bij leverfalen en levertransplantatie Stolling bij leverfalen en levertransplantatie
Bij patiënten met leverfalen zijn afwijkende stollingswaarden eerder regel dan uitzondering. Een verlengde INR, trombocytopenie en een verlaagd fibrinogeen wekken gemakkelijk de indruk dat sprake is van een duidelijke bloedingsneiging. De werkelijkheid is echter complexer. Bij leverfalen veranderen zowel procoagulante als anticoagulante factoren, evenals de trombocytenfunctie en fibrinolyse. Hierdoor ontstaat een nieuw, kwetsbaar hemostatisch evenwicht. Dat evenwicht kan lange tijd redelijk stabiel zijn, maar bij bijvoorbeeld infectie, chirurgie of massaal bloedverlies verschuiven richting bloeding of juist trombose. Conventionele stollingstesten laten slechts een deel van deze balans zien en zijn daarom beperkt bruikbaar om het werkelijke bloedingsrisico in te schatten. Visco-elastische testen, zoals ROTEM en TEG, geven een functioneler beeld van de stolselvorming, stolselsterkte en fibrinolyse. Daarmee kunnen zij helpen bepalen óf behandeling nodig is en welke behandeling het meest gericht is. Tijdens levertransplantatie verandert deze balans bovendien voortdurend. Juist daar helpt ROTEM om afwijkende laboratoriumwaarden niet automatisch te behandelen, maar therapie af te stemmen op de daadwerkelijk aanwezige stollingsstoornis.
Slaap en slaapproblemen Lees meer over Slaap en slaapproblemen Slaap en slaapproblemen
Slaapproblemen zijn een veelvoorkomende klacht, ook aan de balie van de apotheek. Naar schatting ervaart 20% van de Nederlandse bevolking klachten van slecht slapen, slechts 28 per 1.000 patiënten per jaar gaan met klachten van slapeloosheid naar de huisarts. Een juiste interpretatie van slaapklachten vraagt daarom om zorgvuldig doorvragen. Mensen ervaren hun slaap regelmatig als onvoldoende, terwijl objectief geen sprake is van een slaaptekort. De herkenning en beoordeling van slaapproblemen staat centraal. De definitie van slapeloosheid, welke gevolgen deze slaapstoornis overdag kan hebben en verschillende slaappatronen van kinderen, adolescenten en volwassenen worden belicht. Ook de vraag naar slaapmiddelen bij tijdelijke slaapproblemen (moeilijke perioden of jetlag, en de rol van voorlichting en slaaphygiënische adviezen komen aan bod. Tot slot bespreekt deze nascholing wanneer farmacotherapie kan worden overwogen en hoe de NHG-Standaard Slaapproblemen (laatste aanpassing januari 2026) hierin een terughoudend beleid adviseert.
Slaap en slaapproblemen Lees meer over Slaap en slaapproblemen Slaap en slaapproblemen
Slaapproblemen zijn een veelvoorkomende klacht, ook aan de balie van de apotheek. Naar schatting ervaart 20% van de Nederlandse bevolking klachten van slecht slapen, slechts 28 per 1.000 patiënten per jaar gaan met klachten van slapeloosheid naar de huisarts. Een juiste interpretatie van slaapklachten vraagt daarom om zorgvuldig doorvragen. Mensen ervaren hun slaap regelmatig als onvoldoende, terwijl objectief geen sprake is van een slaaptekort. De herkenning en beoordeling van slaapproblemen staat centraal. De definitie van slapeloosheid, welke gevolgen deze slaapstoornis overdag kan hebben en verschillende slaappatronen van kinderen, adolescenten en volwassenen worden belicht. Ook de vraag naar slaapmiddelen bij tijdelijke slaapproblemen (moeilijke perioden of jetlag, en de rol van voorlichting en slaaphygiënische adviezen komen aan bod. Tot slot bespreekt deze nascholing wanneer farmacotherapie kan worden overwogen en hoe de NHG-Standaard Slaapproblemen (laatste aanpassing januari 2026) hierin een terughoudend beleid adviseert.