AccreDidact Apotheker
Praktijkgerichte nascholing voor de apotheker
Profiteer nu van onze Eindejaarsactie: tijdelijk 20% korting op een abonnement. Extra punten nodig? Bestel dan de jaargang 2025 er met 20% korting bij.
Bekijk hier alle informatie over onze abonnementen.
Wil je toegang tot alle artikelen, video's en nascholing van AccreDidact Apotheker?
Abonneer nu! Meer informatie
Alle collecties van AccreDidact Apotheker
Gesorteerd op nieuw - oud
In deze nascholing wordt een beeld geschetst van het antibioticagebruik en resistentiepatronen in Nederland. Antibioticaresistentie is wereldwijd een groeiend probleem. Binnen Nederland is antibioticaresistentie relatief beperkt, omdat men over het algemeen zeer terughoudend is met het voorschrijven van antibiotica. Wat dat betreft mag Nederland zich binnen Europa een van de beste jongetjes van de klas noemen: vergeleken met veel andere landen in Europa is het resistentieniveau in Nederland stukken lager. Waakzaamheid blijft echter geboden, zo wordt gesteld in het meest recente NethMap/MARAN-rapport. Diverse organisaties, zoals het RIVM, brengen hierin jaarlijks in kaart hoe het in Nederland ervoor staat met het antibioticagebruik en de ontwikkeling van resistentie.
Verder wordt uw kennis over de basale werking van antibiotica opgefrist en leert u hoe bacteriën antibioticaresistentie kunnen ontwikkelen. Ook leest u over maatregelen om de ontwikkeling van resistentie zoveel mogelijk tegen te gaan. Verder wordt een aantal belangrijke bijwerkingen uitgelicht. Tot slot is er nog aandacht voor probiotica en de betekenis hiervan bij het bestrijden van antibiotica-geassocieerde diarree en welke rol de apotheek kan spelen bij de advisering rondom pro- en antibiotica. Deze nascholing gaat niet in op antibioticagebruik bij veelvoorkomende (profylactische) indicaties. Dat valt buiten het bestek van deze nascholing.
De voetafdruk van de zorgsector is aanzienlijk: in Nederland is de zorg verantwoordelijk voor circa 7% van de uitgestoten broeikasgassen. Klimaatverandering beïnvloedt de menselijke gezondheid en is daarmee niet alleen een milieuvraagstuk maar ook een urgente gezondheidsuitdaging.
Geneesmiddelen (en chemicaliën) blijken in de Nederlandse zorg het grootste aandeel te leveren aan klimaatverandering, materiaalgebruik, waterverbruik, landgebruik en afvalproductie. Daarnaast belanden geneesmiddelresten via het riool in het oppervlaktewater, wat leidt tot verdere milieuproblematiek.
Het is belangrijk dat (openbaar) apothekers zich bewust zijn van de milieu-impact van geneesmiddelen: zo kan een geneesmiddel zo effectief mogelijk ingezet worden met zo min mogelijk milieubelasting.
Aan de hand van de circulariteitsladder kan een aantal concrete strategieën ingezet worden om te verduurzamen in de openbare apotheek. Alleen door deze gezamenlijk toe te passen, kunnen we zowel de gezondheid van patiënten als het milieu optimaal beschermen.
In deze nascholing gaan we in op het ontstaan van de milieu-impact en de effecten hiervan. Vervolgens behandelen we wat gedaan kan worden om de milieu-impact van geneesmiddelen te verkleinen. Daarnaast beschrijven we hoe bijgedragen kan worden aan goede farmaceutische zorg die niet alleen de patiënten van vandaag behandelt, maar ook de bredere populatie én de toekomstige populatie beschermt.
In deze nascholing krijgt u een overzicht van de ontwikkelingen die hebben geleid tot de huidige stand van digitalisering in Nederlandse apotheken. De bedoeling is dat u inzicht krijgt in de theoretische en praktische implicaties die digitalisering binnen de zorg met zich meebrengt. Een aantal voorbeelden van digitale toepassingen wordt toegelicht. Ook komt aan bod hoe u als apotheker met uw team hiervan gebruik kunt maken in de farmaceutische patiëntenzorg. Hierbij is tevens oog voor de ethische en juridische aspecten die er kleven aan de inzet van digitale zorg. Wie is er bijvoorbeeld verantwoordelijk voor het onderhoud van een app? De apotheker? De aanbieder van de app? En wat als een app niet voldoende up-to-date is en een patiënt daardoor een verkeerd behandeladvies krijgt met alle gevolgen van dien? En hoe zit het met de veiligheid en privacy van patiëntengegevens die via apps en andere digitale toepassingen worden verzameld? Allemaal vragen die nog om overdenking vragen en waarover het laatste woord nog niet gezegd is. Hierbij zal de regelgeving de praktijk ongetwijfeld gaan volgen. De nascholing wordt afgesloten met een aantal praktische tips voor de implementatie van digitale zorg in de apotheek.
Hart- en vaatziekten komen veel voor in Nederland en vormen een belangrijke oorzaak van ziektelast. In 2023 hadden ruim 1,74 miljoen mensen een hart- en/of vaatziekte. Door beter risicomanagement kunnen deze aandoeningen eerder worden opgespoord en behandeld.
In september 2024 verscheen de herziene richtlijn Cardiovasculair risicomanagement (CVRM), gepubliceerd als NHG-Standaard en specialistische richtlijn. Deze vormt de basis van deze nascholing. Belangrijke wijzigingen zijn onder meer de introductie van de SCORE2(-Oudere Personen)-tabel, gebruik van non-HDL-cholesterol en een aangepaste risicocategorie-indeling. Ook wordt nu het risico op fatale én niet-fatale hart- en vaatziekten meegenomen en is er meer ruimte voor behandeling bij hoge bloeddruk (>160 mmHg), zelfs bij een laag SCORE-risico.
Deze e-learning bestaat uit:
A1: Epidemiologie van hart- en vaatziekten.
A2: Oorzaken en risicofactoren.
A3: Rol van lipiden.
B1: Risicobepaling en wijzigingen in de richtlijn.
B2: Medicamenteuze behandeling van hyperlipidemie.
B3: Medicamenteuze behandeling van hypertensie.
De nascholing biedt u praktische handvatten voor CVRM in de huisartsenpraktijk, inclusief diagnostiek, behandeling en organisatie van zorg.
Hartfalen komt veel voor in Nederland. Jaarlijks krijgen bijna 38.000 mensen voor het eerst de diagnose hartfalen, en in totaal leven er circa 241.300 mensen met hartfalen, waarvan bijna 90% 65 jaar of ouder is. Door vergrijzing, hogere overlevingskansen na een myocardinfarct en langere levensverwachting zal de prevalentie van hartfalen verder toenemen.
Hartfalen vormt een serieus gezondheidsprobleem: in 2021 stierven ruim 7.500 mensen aan hartfalen en er zijn jaarlijks meer dan 31.000 ziekenhuisopnamen. Tijdige herkenning is daarom cruciaal. Huisartsen werken samen met cardiologen, verpleegkundigen op de hartfalenpoli, apothekers en soms diëtisten en fysiotherapeuten. Ook de patiënt en zijn omgeving spelen een belangrijke rol, waarbij ICT en telezorg steeds meer zelfregie mogelijk maken.
In deze nascholing wordt aandacht besteed aan:
Diagnostiek en risicofactoren, inclusief cardiovasculair risicomanagement.
Nieuwe behandelmogelijkheden, zoals SGLT2-remmers en cardiale resynchronisatietherapie.
Multidisciplinaire samenwerking in de zorg voor hartfalenpatiënten.
U leert hoe u hartfalen tijdig herkent, de behandeling effectief ondersteunt en bijdraagt aan een betere kwaliteit van leven en verminderde mortaliteit.
Het uitvoeren van medicatiebeoordelingen is een belangrijk instrument om medicatieveiligheid te verbeteren. Klinisch redeneren speelt daarbij een centrale rol: het toepassen van behandelrichtlijnen op de individuele patiënt. Dit vraagt om zorgvuldige afweging van voordelen, nadelen en patiëntkenmerken zoals gezondheidstoestand, comorbiditeit, labwaarden en wensen.
In deze nascholing leert u medicatiebeoordelingen structureel integreren in uw dagelijkse werkzaamheden. Er wordt ingegaan op:
De basis van klinisch redeneren bij medicatiebeoordelingen.
Farmacotherapeutische anamnese: gerichte vragen stellen over effectiviteit en bereidheid tot minderen of stoppen.
Behandelrichtlijnen en kennisdocumenten over veelvoorkomende aandoeningen bij ouderen, inclusief interpretatie van meetwaarden.
Minderen of stoppen van medicatie: wanneer wel, wanneer niet.
Het belang is groot: jaarlijks leiden medicatiefouten tot circa 19.000 vermijdbare ziekenhuisopnames (HARM-rapport, 2006). Ondanks de invoering van de richtlijn Polyfarmacie bij ouderen (2012) en de STRIP-methode is dit aantal niet gedaald (Vervolgonderzoek, 2017). Daarom verscheen in 2019 de module Medicatiebeoordeling om doelmatigheid te bevorderen.
Deze e-learning helpt u uw deskundigheid in klinisch redeneren te vergroten en medicatiebeoordelingen effectief in te zetten voor betere patiëntenzorg.