AccreDidact Doktersassistent

Praktijkgerichte nascholing voor de doktersassistent

Wil je toegang tot alle artikelen, video's en nascholing van AccreDidact Doktersassistent?

Abonneer nu! Meer informatie

Alle collecties van AccreDidact Doktersassistent

Gesorteerd op nieuw - oud
Diabetes mellitus type 2 Lees meer over Diabetes mellitus type 2 Diabetes mellitus type 2
In deze nascholing krijg je een overzicht van de recente wijzigingen in de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 (DM2), waarvan de meest belangrijke veranderingen plaatsvonden in november 2021 en december 2024. De nieuwe richtlijnen zijn niet alleen relevant voor nieuwe patiënten met DM2, maar ook voor bestaande patiënten, vooral voor diegenen met een zeer hoog risico op hart- en vaatziekten. Het doel is om jou als assistent te ondersteunen in het toepassen van deze richtlijnen, zodat je diabetespatiënten optimaal kunt begeleiden en complicaties kunt voorkomen. De nascholing belicht de opkomst van nieuwe bloedglucoseverlagende geneesmiddelen die de risico’s op hart- en vaatziekten bij zeerhoogrisicopatiënten kunnen beperken. Er wordt ook aandacht besteed aan de brede impact van DM2, waaronder de schade die het verhoogde glucosegehalte in het lichaam aanricht. Naast bloedsuikercontrole, benadrukt de nascholing het belang van het normaliseren van bloeddruk en cholesterol om complicaties te voorkomen. Hierbij wordt ingegaan op de rol van medicatie en de noodzaak van een holistische benadering van diabeteszorg.
Populaire drugs Lees meer over Populaire drugs Populaire drugs
Het is geen uitzondering meer dat mensen op dansfeesten behalve alcohol en cannabis allerlei andere middelen gebruiken. Denk aan ecstasy (XTC, MDMA), cocaïne en amfetamine (speed, pep). Deze middelen worden gebruikt om het plezier van uitgaan en sociale interactie te verhogen en/of te verlengen. Het verschil tussen recreatief, incidenteel gebruik en probleemgebruik zit hem vaak in de motivatie van de gebruiker om te gebruiken. Het type gebruiker dat middelen alleen gebruikt vanwege plezierige en sociale redenen wordt de ‘recreatieve gebruiker’ genoemd. In de meeste opzichten lijken deze personen op niet-gebruikers. Probleemgebruikers verschillen dikwijls in veel opzichten van recreatieve gebruikers. Deze groep staat vaak aan de rand van de samenleving, heeft een lage sociaaleconomische status, is werkloos en soms ook dakloos. Deze groep is het best in beeld bij de geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg. Deze nascholing richt zich voornamelijk op de populaire drugs die voor een breed publiek interessant zijn bij het uitgaan en bij feesten. De nadruk ligt op de effecten, herkennen en behandelen van gezondheidsverstoringen. Het is voor de medisch professional belangrijk extra alert te zijn op tekenen van een drugsprobleem. Daarom worden instrumenten besproken die kunnen helpen om dit boven tafel te krijgen.
Suïcidaliteit Lees meer over Suïcidaliteit Suïcidaliteit
Suïcidaliteit komt regelmatig voor in de huisartsenpraktijk en kan zich voordoen bij verschillende psychiatrische aandoeningen, maar ook zonder een ‘harde’ diagnose. Suïcide is een zeldzame maar ingrijpende uitkomst van suïcidaal gedrag, met grote impact op nabestaanden en hulpverleners. Gemiddeld plegen vijf personen per dag suïcide, waarmee het doodsoorzaak nummer 1 is bij mensen van 10 tot 30 jaar. Het beoordelen van suïcidaliteit is geen exacte wetenschap. Hard wetenschappelijk bewijs ontbreekt, waardoor klinische ervaring, intuïtie en goede communicatie cruciaal zijn. Het pluis/niet-pluisgevoel speelt hierbij een belangrijke rol. De doktersassistent is vaak het eerste aanspreekpunt, wat het belang van triage en alertheid benadrukt. Deze e-learning, gebaseerd op de multidisciplinaire richtlijn Diagnostiek en Behandeling van Suïcidaal Gedrag (2012), de generieke module (2018) en de NHG-Standaard Depressie, vertaalt deze kennis naar de praktijk. Onderwerpen zijn: Algemene principes en beoordeling van suïcidaliteit Vormen van suïcidaliteit en handelen bij acute en chronische situaties Communicatie en begeleiding Specifieke aandacht voor de HAP Handelwijze na een suïcide en omgang met nabestaanden Praktische handvatten helpen u risicovolle situaties tijdig te signaleren en adequaat te handelen.
Soa's Lees meer over Soa's Soa's
Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s) komen veel voor en kunnen, ook zonder klachten, schadelijke gevolgen hebben als ze niet worden behandeld. Huisartsen spelen een cruciale rol: ruim 60% van de soa-consulten vindt plaats in de huisartsenpraktijk. Tijdens zo’n consult beoordeelt de arts het risico op een soa, bepaalt of testen nodig zijn en stelt indien nodig een behandeling in. Voorlichting over veilige seks en partnerwaarschuwing vormen daarbij belangrijke onderdelen. Het aantal hiv-besmettingen is de afgelopen jaren sterk gedaald, mede dankzij voorlichting, condoomgebruik, vroege opsporing en behandeling. Sinds 2016 is PrEP (Pre-Expositie-Profylaxe) beschikbaar in Europa. Patiënten met een hoog risico op hiv kunnen hiervoor bij een CSG terecht; anderen via de huisarts. Goede begeleiding bij PrEP-gebruik is essentieel. Deze e-learning bestaat uit twee blokken: Blok A behandelt epidemiologie, symptomen, beloop en diagnostiek van soa’s. Blok B richt zich op behandeling, preventie, voorlichting, PrEP en PEP.
Polyfarmacie Lees meer over Polyfarmacie Polyfarmacie
Door medische vooruitgang gebruiken steeds meer patiënten langdurig meerdere geneesmiddelen. Dit vergroot het risico op polyfarmacie – het chronisch gebruik van vijf of meer geneesmiddelen – met mogelijke gevolgen zoals bijwerkingen, interacties en verminderde therapietrouw. Polyfarmacie komt vooral voor bij aandoeningen als angina pectoris, hypertensie, hypercholesterolemie, diabetes mellitus, maagklachten en slaapstoornissen. Veelgebruikte middelen zijn onder andere bloedverdunners (60%), bètablokkers (47%), ACE-remmers (31%), cholesterolverlagers (44%) en bloedglucoseverlagende middelen (19%). In deze e-learning staat de aanpak van polyfarmacie centraal. U leert hoe vaak polyfarmacie voorkomt, wat de risico’s zijn en hoe u deze tijdig kunt signaleren en verminderen. Daarbij is aandacht voor medicatieoverdracht, therapietrouw en risicovolle situaties.
Huidproblemen door beestjes Lees meer over Huidproblemen door beestjes Huidproblemen door beestjes
De huid vormt een essentiële barrière tegen schadelijke invloeden van buitenaf. Toch weten sommige beestjes deze barrière te doorbreken. In deze nascholing richten we ons op insecten, spinachtigen, veelpotigen, wormen, neteldieren en stekelhuidigen die huidproblemen bij de mens kunnen veroorzaken. We bespreken geen virussen, bacteriën, schimmels of gewervelde dieren. Sommige beestjes bijten of steken om zich te voeden, anderen verdedigen zich met gif of stekels, en weer anderen belanden per ongeluk op of in de menselijke huid. De gevolgen variëren van jeuk tot ernstige ziekten zoals malaria of de pest. Daarnaast komen ook therapeutisch gebruikte beestjes aan bod, zoals bloedzuigers en vliegenmaden. In de huisartsenpraktijk krijgt u regelmatig vragen over insectenbeten, teken, hoofdluis of schurft. Deze e-learning helpt u bij het herkennen, behandelen en voorkomen van huidproblemen veroorzaakt door beestjes, evenals bij het geven van gerichte voorlichting en advies aan patiënten.