AccreDidact Apotheker
Praktijkgerichte nascholing voor de apotheker
Wil je toegang tot alle artikelen, video's en nascholing van AccreDidact Apotheker?
Abonneer nu! Meer informatie
Alle collecties van AccreDidact Apotheker
Gesorteerd op nieuw - oud
Het uitvoeren van medicatiebeoordelingen is een belangrijk instrument om medicatieveiligheid te verbeteren. Klinisch redeneren speelt daarbij een centrale rol: het toepassen van behandelrichtlijnen op de individuele patiënt. Dit vraagt om zorgvuldige afweging van voordelen, nadelen en patiëntkenmerken zoals gezondheidstoestand, comorbiditeit, labwaarden en wensen.
In deze nascholing leert u medicatiebeoordelingen structureel integreren in uw dagelijkse werkzaamheden. Er wordt ingegaan op:
De basis van klinisch redeneren bij medicatiebeoordelingen.
Farmacotherapeutische anamnese: gerichte vragen stellen over effectiviteit en bereidheid tot minderen of stoppen.
Behandelrichtlijnen en kennisdocumenten over veelvoorkomende aandoeningen bij ouderen, inclusief interpretatie van meetwaarden.
Minderen of stoppen van medicatie: wanneer wel, wanneer niet.
Het belang is groot: jaarlijks leiden medicatiefouten tot circa 19.000 vermijdbare ziekenhuisopnames (HARM-rapport, 2006). Ondanks de invoering van de richtlijn Polyfarmacie bij ouderen (2012) en de STRIP-methode is dit aantal niet gedaald (Vervolgonderzoek, 2017). Daarom verscheen in 2019 de module Medicatiebeoordeling om doelmatigheid te bevorderen.
Deze e-learning helpt u uw deskundigheid in klinisch redeneren te vergroten en medicatiebeoordelingen effectief in te zetten voor betere patiëntenzorg.
Steeds meer mensen kampen met overgewicht en obesitas. Naar verwachting heeft in 2040 62% van de volwassen Nederlanders overgewicht. Dit is niet alleen een Nederlands probleem; in de hele westerse wereld neemt (ernstig) overgewicht toe. Om de gevolgen van deze obesitasepidemie te beperken, is preventie op meerdere niveaus noodzakelijk.
In deze nascholing staat de aandoening obesitas centraal. U leert over de pathofysiologie, risicofactoren en behandelopties, waaronder medicatie. Er is specifieke aandacht voor de veranderingen in fysiologie bij mensen met obesitas, en na een bariatrische operatie. Dit heeft directe gevolgen voor de keuze, dosering en werking van geneesmiddelen. Ook het gebruik van supplementen en de noodzaak van langdurige controles komen aan bod.
De nieuwe multidisciplinaire richtlijn Overgewicht en obesitas bij volwassenen (juli 2023) vormt een belangrijk uitgangspunt. Hierin verschuift de focus van BMI naar het gewichtsgerelateerde gezondheidsrisico: een combinatie van BMI, buikomvang en comorbiditeit.
Tijdens de e-learning wordt bovendien ingegaan op samenwerking tussen huisarts en apotheker, bijvoorbeeld binnen het FTO. Daarbij komt ook de communicatie met patiënten aan de orde, inclusief het belang van respectvolle bejegening en het voorkomen van stigmatisering.
Aanvallen bij kinderen worden vaak ten onrechte direct gekoppeld aan epilepsie, terwijl minder dan 10% daadwerkelijk epileptisch van aard is. Het herkennen van epilepsie bij kinderen is complex en vereist inzicht in leeftijdsspecifieke kenmerken. In deze e-learning leert u onderscheid maken tussen epileptische en niet-epileptische aanvallen, zoals vasovagale collapsen, dagdromen en tics. Ook komt het verschil tussen geprovoceerde en niet-geprovoceerde epileptische aanvallen aan bod, met speciale aandacht voor koortsconvulsies.
De nascholing is opgebouwd uit twee blokken. In BLOK A worden klinische verschijnselen besproken, waaronder het herkennen van absence-epilepsie, vasovagale syncope en het beoordelen van koortsgerelateerde aanvallen. Per leeftijdscategorie worden ook de verschillende epilepsiesyndromen en differentiaaldiagnoses toegelicht.
BLOK B richt zich op behandeling. U leert wanneer afwachten verantwoord is en wanneer medicamenteuze therapie wenselijk is, op basis van de NVN-richtlijn Epilepsie (2023). Ook is er aandacht voor bijwerkingen, interacties en de psychosociale impact van epilepsie. U krijgt praktische handvatten om kind en gezin passend te begeleiden in het dagelijks leven. Deze nascholing ondersteunt u bij het maken van geïnformeerde keuzes in de huisartsenpraktijk.
Jaarlijks gebruiken ruim 1.000.000 Nederlanders opioïden, vaak niet voor de oorspronkelijke indicaties, maar voor (chronische) pijn aan het bewegingsapparaat. Terwijl opioïden bij chronische pijn slechts beperkt effectief zijn, brengen ze aanzienlijke risico’s met zich mee. Om het toenemende gebruik tegen te gaan, is in 2018 de taakgroep Gepast gebruik opioïden opgericht. Hoewel dit leidde tot een tijdelijke daling, stijgt het gebruik sinds 2021 opnieuw.
In deze e-learning staat de rol van de apotheker bij het signaleren, voorkomen en afbouwen van problematisch opioïdgebruik centraal. De nascholing is gebaseerd op de NHG-Standaard Pijn (2021), de Handreiking afbouw opioïden en recente wetenschappelijke inzichten.
BLOK A behandelt pijn, chronische niet-kankergerelateerde pijn en de afwegingen rondom behandeling met of zonder opioïden. Hierbij komt ook de ontwikkeling van stoornissen in het gebruik aan bod. In BLOK B leert u hoe u kunt bijdragen aan het afbouwen van opioïden, inclusief de samenwerking met zorgverleners en de patiënt.
Deze nascholing biedt u praktische handvatten om als apotheker overgebruik en schade door opioïden te helpen voorkomen.
Vallen komt veel voor bij ouderen: jaarlijks valt ongeveer een derde van de mensen boven de 65 jaar. In 10% van de gevallen leidt dit tot ernstig letsel. Toch melden veel ouderen zich niet bij de huisarts na een val, omdat ze het zien als een normaal onderdeel van het ouder worden. Juist daarom is actieve opsporing en preventie van groot belang.
In deze e-learning, gebaseerd op de richtlijn Preventie van valincidenten bij ouderen, leert u valincidenten herkennen als symptoom met vaak meerdere oorzaken, zoals hart- en vaatziekten, luchtwegaandoeningen, polyfarmacie, depressie, ondervoeding en verborgen alcoholgebruik.
BLOK A richt zich op het signaleren van verhoogd valrisico. U leert welke risicofactoren een rol spelen en hoe u deze herkent, ook wanneer patiënten zich niet spontaan melden.
In BLOK B staat de aanpak van valrisico centraal. Aan de hand van de richtlijn leert u welke interventies mogelijk zijn, en hoe u kunt samenwerken binnen de zorgketen.
Deze nascholing biedt praktische handvatten voor effectieve preventie en behandeling van valincidenten bij ouderen in de huisartsenpraktijk.
Antitrombotische middelen – waaronder trombocytenaggregatieremmers en antistollingsmiddelen – worden veel gebruikt in de dagelijkse praktijk, maar brengen een verhoogd risico op bloedingen met zich mee. Ze behoren tot de top 3 van medicijnen die leiden tot (onnodige) ziekenhuisopnames. Voor u als apotheker is het daarom essentieel om inzicht te hebben in de juiste toepassing, dosering en mogelijke risico’s van deze middelen.
In deze e-learning verdiept u zich in de fysiologie en pathofysiologie van de stolling, als basis voor het begrijpen van het werkingsmechanisme van antitrombotica en hun farmacokinetiek.
In BLOK A staat de achtergrond van stolling en de werking van antitrombotische middelen centraal.
BLOK B behandelt de indicaties, contra-indicaties, voorzorgen en interacties. Hierbij leert u hoe u als apotheker fouten kunt signaleren en complicaties kunt helpen voorkomen.
Deze nascholing helpt u veilige farmacotherapie te waarborgen en bij te dragen aan het verminderen van medicatiegerelateerde schade bij patiënten.