PiL
Praktijkgerichte nascholing voor apothekers, huisartsen en ziekenhuisapothekers
Een combinatie van vakblad,e-learning,podcast, geaccrediteerd door KNMG, NVZA en KNMP. ‘Klik op abonneer hier’ voor meer informatie.
Alle collecties van PiL
Gesorteerd op nieuw - oud
Prostaataandoeningen zijn een toenemend gezondheidsprobleem, vooral doordat mannen steeds ouder worden. De meest voorkomende klachten hangen samen met een goedaardige prostaatvergroting (BPH), die plasklachten kan veroorzaken. Veel mannen krijgen hiermee vanaf ongeveer 60-jarige leeftijd te maken en wenden zich in eerste instantie tot de huisarts. Behandeling bestaat meestal uit leefstijladviezen en medicatie, waarmee klachten, vaak tijdelijk, onder controle blijven. Wanneer het effect onvoldoende of niet blijvend is, volgt verwijzing naar de uroloog voor verdere behandeling. Medicamenteuze behandelingen voor BPH zijn al langere tijd onveranderd, maar op operatief gebied zijn er belangrijke nieuwe, minder invasieve technieken ontwikkeld, zoals lasertherapie, stoombehandeling en prostaatembolisatie. Steeds vaker vervangen die de traditionele transurethrale resectie van de prostaat (TURP). Prostaatontstekingen komen op alle leeftijden voor en kunnen zowel bacterieel als niet-bacterieel zijn en acuut of chronisch.
De NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 (2025) onderscheidt bij de medicamenteuze behandeling van diabetes mellitus type 2 (DM2) patiënten met en patiënten zonder een zeer hoog risico op hart- en vaatziekten (HVZ). In 2024 kreeg ongeveer 76% van de nieuwe patiënten met DM2 zonder een zeer hoog risico metformine als eerste middel, conform de NHG-Standaard. Van de nieuwe patiënten met een zeer hoog risico begon het merendeel met metformine (47%), terwijl 41% startte met een natrium-glucose-cotransporter 2 (SGLT2)-remmer. SGLT2-remmers zijn echter al sinds 2021 het eerstekeusmiddel bij patiënten met een zeer hoog risico. Bovendien kreeg in 2024 slechts ongeveer de helft van alle patiënten met een zeer hoog risico een SGLT2-remmer voorgeschreven. Kortom, er is aandacht nodig voor het gebruik van SGLT2-remmers bij patiënten met DM2 en een zeer hoog risico op HVZ, zowel bij bestaande als nieuwe patiënten. Zorgverleners kunnen onder meer afspraken maken over de middelen van voorkeur bij deze patiënten.
Mono- en combinatietherapie met tadalafil, tamsulosine en silodosine bij distale ureterstenen | Doorgebruik anticoagulantia bij tandextracties veilig | Afname in tweede behandeling met androgeen receptor-targeted therapie
Vitamine K wordt vooral geassocieerd met bloedstolling, maar heeft een veel bredere rol in het lichaam. Vitamine K-afhankelijke eiwitten beïnvloeden ook botgezondheid, vaatwandintegriteit, longfunctie en immuunrespons. Subklinische tekorten, vaak onopgemerkt met standaardtesten, dragen bij aan onder meer osteoporose, vaatverkalking, neurodegeneratie en longschade. Risicogroepen zijn ouderen, IC-patiënten en mensen met malabsorptie of polyfarmacie. Nieuwe biomarkers en vooral suppletie met vitamine K2 bieden kansen voor betere preventie en behandeling.
Positief advies voor medicijn voor niet-cystische fibrose bronchiëctasie (NCFB) | Mogelijk schimmelinfecties in urinewegen bij SGLT2-remmers | Hoge dosis rifampicine leidt niet tot minder sterfte bij tuberculeuze meningitis | NVWA waarschuwt voor afslankthee Trex Tea | Overgevoeligheidsreacties na wisseling merk tocilizumab | Corticosteroïden verlengen mogelijk effect hormonale therapie | Gebruik van Tegretol® ingeperkt bij pasgeborenen | Aangepaste doseringen cefuroxim en metformine tijdens zwangerschap | Finerenon vermindert nierschade bij diabetes type 1
Het gebruik van anabole steroïden neemt in Nederland sterk toe en gaat gepaard met een groeiende zorgvraag. Bijwerkingen variëren van relatief milde, vaak reversibele klachten tot ernstige, soms pas na jaren manifesterende cardiovasculaire en endocriene complicaties. Door stigma en angst voor vooroordelen zijn gebruikers regelmatig zorgmijdend, waardoor schade onder de radar kan blijven. Voor zorgverleners is een oordeelvrije benadering essentieel om gebruik bespreekbaar te maken en een duurzame behandelrelatie op te bouwen. Afhankelijk van de motivatie van de gebruiker kan begeleiding zich richten op ondersteuning bij het stoppen, met aandacht voor het hormonale herstel en psychologische factoren, of op een ‘harm reduction’-aanpak wanneer stoppen (nog) niet haalbaar is. Harm reduction is niet bedoeld om gebruik te legitimeren, maar om vermijdbare gezondheidsschade te beperken, risico’s te monitoren en een goede behandelaar-patiëntrelatie te behouden, met als uiteindelijk doel waar mogelijk toe te werken naar vermindering of beëindiging van het gebruik.