iAM
Een onafhankelijk, praktijkgericht nascholingsconcept voor én door anesthesiemedewerkers
Een combinatie van vaktijdschrift, webinars en e-learning, geaccrediteerd door de NVAM, NAPA, NVBMH en V&VN.
Alle collecties van iAM
Gesorteerd op nieuw - oud
De basis voor deze webinar zijn de veranderde inzichten op het gebied van therapeutische thermoregulatie na een reanimatie (vaak bekend als het koelprotocol). Om dit onderwerp verder uit te diepen zal ook worden ingegaan op de geschiedenis van therapeutische thermoregulatie, de pathofysiologie van hersenschade bij een circulatiestilstand en het beschermende werkingsmechanisme van hypothermie. De webinar wordt verzorgd door Daniel Kleinloog. Daniël is vrijgevestigd anesthesioloog. Daarnaast is hij ook klinisch farmacoloog, geeft hij psychedelica-geassisteerde psychotherapie en is hij hoofdredacteur van iAM. Benedikt Van Loo, anesthesiemedewerker, SPS en redactielid van iAM, treedt op als moderator.
Damage control (DC) is een behandelingsstrategie voor de multitraumapatiënt. Er wordt absolute prioriteit gegeven aan het fysiologische herstel van orgaansystemen boven het anatomische herstel van verwondingen. Hierdoor wordt er een onderscheid gemaakt tussen damage control surgery (DCS; chirurgische interventie om verdere schade te beperken) en damage control resuscitation (DCR; resuscitatie om verdere schade te beperken). We onderscheiden vier grote fasen: DC0 tot en met DC3. In dit artikel zullen de vier fasen besproken worden. Specifiek voor het anesthesiegedeelte van DC zal de lethal triad besproken worden die uit drie componenten bestaat, namelijk coagulopathie, acidose en hypothermie.
AMC-hoogleraar Vaatchirurgie Kak Khee Yeung onderzoekt het ontstaan van aneurysmata.
Dat doet ze zowel op microniveau, met het kweken van gladde spiercellen, als op menselijk
niveau. We moeten de patiënt zien als een geheel, vindt ze. Niet alleen de anatomie, maar
ook iemands lifestyle, eetgewoonten en persoonlijkheid tellen mee. Uiteindelijk wil ze graag
toe naar gepersonaliseerde vasculaire chirurgie. ‘Anders zijn is ons grootste geluk, ook omdat
het de wereld mooier en kleurrijker maakt.’
Traumazorg is ketenzorg waarbij meerdere mensen van verschillende organisaties en meerdere disciplines zijn betrokken. Daardoor liggen ruis, verwarring en fouten op de loer. Goede traumaopvang is geen optelsom van alleen technische handelingen en kennis; juist de soft skills doen er (ook) toe. De wetenschap achter deze soft skills zijn op goed beschreven principes gefundeerd. Rhona Flin, professor in human performance aan de Universiteit van Aberdeen, maakt onderscheid in drie domeinen van niet-technische vaardigheden, namelijk sociale, cognitieve en persoonlijke aspecten. Onder sociale aspecten vallen teamwork, communicatie, leiderschap en volgerschap. Door lief voor elkaar te zijn, profiteert de patiënt het meest. Belangrijke cognitieve aspecten zijn situatieoverzicht, besluitvorming, cognitieve bandbreedte en focus. Hoe je kunt omgaan met vermoeidheid en presteren onder druk zijn sociale aspecten. In dit artikel wordt besproken hoe soft skills en het creëren van een steriele cockpit kunnen bijdragen aan goede traumazorg.
In de zorg word je regelmatig geconfronteerd met ingrijpende of potentieel traumatische situaties, zoals ernstig letsel, geweld, het overlijden van patiënten of complexe medische beslissingen. Daarnaast maak je als zorgverlener ook vaak het leed van naasten, nabestaanden en collega’s van dichtbij mee. Dergelijke ervaringen kunnen zowel kortdurende als langdurige gevolgen hebben voor het emotioneel, cognitief en gedragsmatig functioneren. Het is normaal dat je in de dagen en weken na een ingrijpende gebeurtenis klachten ervaart, zoals ongewilde herbelevingen, slaapproblemen, verhoogde prikkelbaarheid, emotionele ontregeling of juist gevoelens van afstand en vermijding. In de meeste gevallen nemen deze acute stressreacties binnen enkele weken vanzelf af. Steun van collega’s, leidinggevenden en de organisatie speelt hierbij een belangrijke beschermende rol. Wanneer klachten echter aanhouden of verergeren, kan sprake zijn van een posttraumatische stressstoornis (PTSS). In dat geval is traumagerichte psychologische behandeling, zoals exposuretherapie of EMDR, de eerstekeuze-interventie. Vroegtijdige signalering en tijdige behandeling zijn cruciaal om langdurige klachten en uitval te voorkomen.
Acute postoperatieve pijn is een veelvoorkomend multifactorieel probleem dat een negatieve invloed kan hebben op patiëntcomfort en postoperatief herstel. Postoperatieve pijn kan de kans op complicaties vergroten, opnameduur verlengen en zorgkosten verhogen. Preoperatieve risicostratificatie kan patiënten met een verhoogd risico op acute postoperatieve pijn identificeren. Extra aandacht voor perioperatieve pijnzorg begint bij de juiste selectie van patiënten met een verhoogd risico op pijnproblematiek tijdens de preoperatieve anesthesiologische evaluatie. Ieder ziekenhuis zou een stappenplan moeten hebben met aanvullende pre-, intra- en postoperatieve pijnzorg om het voor deze patiënten mogelijk te maken de kans op acute en chronische pijn en langdurig opioïdgebruik te voorkomen. Een transitionele pijnservice kan een onderdeel zijn van dit beleid.