iAM

Een onafhankelijk, praktijkgericht nascholingsconcept voor én door anesthesiemedewerkers

Een combinatie van vaktijdschrift, webinars en e-learning, geaccrediteerd door de NVAM, NAPA, NVBMH en V&VN. 

Alle collecties van iAM

Gesorteerd op nieuw - oud
Gebruik van carotisechografie om vullingsresponsiviteit te voorspellen Lees meer over Gebruik van carotisechografie om vullingsresponsiviteit te voorspellen Gebruik van carotisechografie om vullingsresponsiviteit te voorspellen
De beoordeling van de volumestatus en vullingsresponsiviteit vormt een essentieel onderdeel van de zorg voor kritiek zieke patiënten en patiënten in de perioperatieve setting. Met de opkomst van ‘point of care’-echografie zijn er niet-invasieve alternatieven ontwikkeld om de volumestatus van een patiënt in te schatten. De ‘vena cava inferior’-variabiliteit heeft een beperkte betrouwbaarheid. Bij het meten van het slagvolume met dopplerechocardiografie is lang niet altijd een adequaat transthoracaal echovenster te verkrijgen. In dit kader biedt carotisechografie een veelbelovend alternatief. Met behulp van carotis-dopplerechografie kunnen parameters zoals de carotid doppler peak velocity variation (ΔCDPV), de corrected carotid flow time (ccFT) en de carotid velocity time integral (ΔCAVTI) worden geëvalueerd. Zo kan carotis-dopplerechografie bijdragen aan het inschatten van vullingsresponsiviteit en volumestatus bij geselecteerde patiëntgroepen; aanvullend onderzoek is echter nodig. In dit artikel bespreken wij de techniek, de klinische implicaties en de belangrijkste beperkingen.
De koelte bewaren bij een reanimatie Lees meer over De koelte bewaren bij een reanimatie De koelte bewaren bij een reanimatie
Het beleid ten aanzien van temperatuurmanagement tijdens de post-reanimatiezorg is de afgelopen jaren een aantal keren veranderd. Bij het gebruik van therapeutische hypothermie (het ‘koelprotocol’) na een reanimatie werd in eerste instantie een betere neurologische uitkomst gezien. Toch bleek deze relatie in latere studies minder duidelijk en lijkt na een reanimatie vooral het voorkómen van koorts een belangrijke voorspeller van een gunstige uitkomst. In de huidige richtlijn ligt de aandacht dan ook vooral hierop. Door de verschillende veranderingen is het niet voor iedereen duidelijk wat de huidige afspraken zijn en wat de evidence achter deze afspraken is. Dit artikel zal ingaan op de belangrijkste studies uit de afgelopen decennia. Ook wordt besproken wat het onderliggende mechanisme van de bescherming van hypothermie is.
iAM webinars 2026 Lees meer over iAM webinars 2026 iAM webinars 2026
Elk jaar organiseert iAM een aantal webinars voor anesthesiemedewerkers met experts uit het vakgebied. Hier kan je als abonnee van iAM de webinars van 2026 terugkijken.
De trauma patiënt, wat gebeurt er na de shockroom? Lees meer over De trauma patiënt, wat gebeurt er na de shockroom? De trauma patiënt, wat gebeurt er na de shockroom?
In dit webinar gaat Marcella Müller, sinds 2010 internist-intensivist in het Amsterdam UMC en gepromoveerd op stollingsstoornissen en plasmatransfusie bij kritisch zieke patiënten, in op de verschillende aspecten van de zorg voor de multi-trauma patiënt. Er wordt aandacht besteed aan belangrijke complicaties zoals hemodynamische en respiratoire problemen, stollingsstoornissen, infectieuze en metabole complicaties en langetermijnuitkomsten. Benedikt Van Loo, anesthesiemedewerker, SPS en redactielid van iAM, treedt op als moderator.
Abruptio placentae Lees meer over Abruptio placentae Abruptio placentae
Een abruptio placentae is het gedeeltelijk of geheel voortijdig loslaten van de placenta. Abruptio placentae, partieel dan wel totaal, is een zeldzame en ernstige complicatie in de zwangerschap met een hoge foetale morbiditeit en mortaliteit. Een abruptio placentae is vaak moeilijk te herkennen, omdat de symptomen ook kunnen passen bij een normaal beloop van de zwangerschap. De incidentie onder de 28 weken zwangerschap is 45 keer hoger dan die bij een termijn van 40 weken. Bij een groot aantal vrouwen die een abruptio placentae hebben doorgemaakt worden er metabole of stollingsstoornissen gevonden. De klinische betekenis hiervan is echter niet bekend.
Enhanced recovery after cesarean Lees meer over Enhanced recovery after cesarean Enhanced recovery after cesarean
De aanbevelingen van de Society for Obstetric Anesthesia and Perinatology richten zich op verbetering van herstel na een sectio door een multidisciplinaire werkwijze. Deze zogeheten ‘enhanced recovery after cesarean’ (ERAC)-aanpak heeft als doel pre-, intra- en postoperatieve zorg te optimaliseren en te streven naar verbetering van perioperatieve uitkomsten inclusief pijnbestrijding, vroege mobilisatie en spoedig herstel. Verder is de werkwijze erop gericht maternale tevredenheid en de moeder-kindbinding te bevorderen. Dit artikel focust op intraoperatieve maatregelen, met onder meer het gebruik van multimodale analgesie inclusief neuraxiale langwerkende opioïden gecombineerd met lokale anesthetica, het actief tegengaan van hypotensie en proactieve anti-emetische therapie. Verder wordt het belang van optimaal vochtmanagement benadrukt, evenals het minimaliseren van bloedverlies en het vermijden van hypothermie. Tot slot is er de aanbeveling voor uitgestelde afklemming van de navelstreng en snel huid-op-huidcontact. Deze elementen dragen bij aan minder opioïdengebruik, sneller herstel, en hogere tevredenheid bij de moeder.