iAM

Een onafhankelijk, praktijkgericht nascholingsconcept voor én door anesthesiemedewerkers

Een combinatie van vaktijdschrift, webinars en e-learning, geaccrediteerd door de NVAM, NAPA, NVBMH en V&VN. 

Wil je toegang tot alle artikelen, video's en nascholing van iAM?

Abonneer nu! Meer informatie

Alle collecties van iAM

Gesorteerd op nieuw - oud
De trauma patiënt, wat gebeurt er na de shockroom? Lees meer over De trauma patiënt, wat gebeurt er na de shockroom? De trauma patiënt, wat gebeurt er na de shockroom?
In dit webinar gaat Marcella Müller, sinds 2010 internist-intensivist in het Amsterdam UMC en gepromoveerd op stollingsstoornissen en plasmatransfusie bij kritisch zieke patiënten, in op de verschillende aspecten van de zorg voor de multi-trauma patiënt. Er wordt aandacht besteed aan belangrijke complicaties zoals hemodynamische en respiratoire problemen, stollingsstoornissen, infectieuze en metabole complicaties en langetermijnuitkomsten. Benedikt Van Loo, anesthesiemedewerker, SPS en redactielid van iAM, treedt op als moderator.
Abruptio placentae Lees meer over Abruptio placentae Abruptio placentae
Een abruptio placentae is het gedeeltelijk of geheel voortijdig loslaten van de placenta. Abruptio placentae, partieel dan wel totaal, is een zeldzame en ernstige complicatie in de zwangerschap met een hoge foetale morbiditeit en mortaliteit. Een abruptio placentae is vaak moeilijk te herkennen, omdat de symptomen ook kunnen passen bij een normaal beloop van de zwangerschap. De incidentie onder de 28 weken zwangerschap is 45 keer hoger dan die bij een termijn van 40 weken. Bij een groot aantal vrouwen die een abruptio placentae hebben doorgemaakt worden er metabole of stollingsstoornissen gevonden. De klinische betekenis hiervan is echter niet bekend.
Enhanced recovery after cesarean Lees meer over Enhanced recovery after cesarean Enhanced recovery after cesarean
De aanbevelingen van de Society for Obstetric Anesthesia and Perinatology richten zich op verbetering van herstel na een sectio door een multidisciplinaire werkwijze. Deze zogeheten ‘enhanced recovery after cesarean’ (ERAC)-aanpak heeft als doel pre-, intra- en postoperatieve zorg te optimaliseren en te streven naar verbetering van perioperatieve uitkomsten inclusief pijnbestrijding, vroege mobilisatie en spoedig herstel. Verder is de werkwijze erop gericht maternale tevredenheid en de moeder-kindbinding te bevorderen. Dit artikel focust op intraoperatieve maatregelen, met onder meer het gebruik van multimodale analgesie inclusief neuraxiale langwerkende opioïden gecombineerd met lokale anesthetica, het actief tegengaan van hypotensie en proactieve anti-emetische therapie. Verder wordt het belang van optimaal vochtmanagement benadrukt, evenals het minimaliseren van bloedverlies en het vermijden van hypothermie. Tot slot is er de aanbeveling voor uitgestelde afklemming van de navelstreng en snel huid-op-huidcontact. Deze elementen dragen bij aan minder opioïdengebruik, sneller herstel, en hogere tevredenheid bij de moeder.
De mogelijkheden en beperkingen van PK-PD-modellen Lees meer over De mogelijkheden en beperkingen van PK-PD-modellen De mogelijkheden en beperkingen van PK-PD-modellen
Bij het toedienen van intraveneuze anesthetica, zoals propofol en remifentanil, kan ervoor gekozen worden de infuuspompen in te stellen op ml/uur of kan gebruikgemaakt worden van target-controlled infusion (TCI). Bij TCI wordt gebruikgemaakt van een simulatie, waarbij bepaalde patiëntgegevens, zoals lengte, gewicht, leeftijd en geslacht, gecombineerd worden met een wiskundig model dat de farmacokinetiek en farmacodynamiek (PK-PD) voorspelt. Het gebruik van TCI kan duidelijke voordelen hebben. Voor optimaal gebruik is het belangrijk goed te snappen hoe TCI werkt en welke gevolgen bepaalde keuzes hebben. In dit artikel komen de algemene principes van farmacokinetiek, farmacodynamiek en PK-PD-modellen aan de orde. Ook bespreken we de belangrijkste overeenkomsten en verschillen tussen de meest gebruikte PK-PD-modellen en infusie met ml/uur voor propofol en remifentanil.
Peroperatieve patiëntpositionering Lees meer over Peroperatieve patiëntpositionering Peroperatieve patiëntpositionering
Bij het positioneren van patiënten op de operatietafel is het balanceren tussen optimale chirurgische omstandigheden en patiëntveiligheid. Deze positionering beïnvloedt vooral de circulatoire en pulmonale fysiologie. Hoewel elke positie zowel gunstige als ongunstige fysiologische effecten kan hebben, zijn de meest voorkomende complicaties perifeer zenuwletsel, oog-, huid- en weefselletsel. Afhankelijk van het type chirurgie en patiëntgerelateerde risicofactoren kan het risico op complicaties variëren. Een zorgvuldige positionering, versterkt door het gebruik van gelkussens, is essentieel voor risicoreductie. Het operatieteam moet rekening houden met zowel chirurgische toegankelijkheid als individuele patiëntgerelateerde risicofactoren. De positionering is daarom een belangrijk moment voor het gehele operatieteam.
Vruchtwaterembolie Lees meer over Vruchtwaterembolie Vruchtwaterembolie
Een vruchtwaterembolie is een zeldzaam maar dramatisch ziektebeeld rondom de bevalling, met een hoge mortaliteit en morbiditeit voor zowel moeder als kind. Snel en doeltreffend ingrijpen is hierbij noodzakelijk. Bij een vruchtwaterembolie treedt er een cardiovasculaire collaps op met stollingsproblematiek rondom de bevalling. Het lijkt op een anafylactische reactie op foetaal materiaal in de circulatie van de moeder. Het effect van de reactie is afhankelijk van de hoeveelheid materiaal en de gevoeligheid van de moeder.