AccreDidact Farmaceutisch consulent
Praktijkgerichte nascholing voor de farmaceutische consulent
Wil je toegang tot alle artikelen, video's en nascholing van AccreDidact Farmaceutisch consulent?
Abonneer nu! Meer informatie
Alle collecties van AccreDidact Farmaceutisch consulent
Gesorteerd op nieuw - oud
Slaapproblemen zijn een veelvoorkomende klacht, ook aan de balie van de apotheek. Naar schatting ervaart 20% van de Nederlandse bevolking klachten van slecht slapen, slechts 28 per 1.000 patiënten per jaar gaan met klachten van slapeloosheid naar de huisarts. Een juiste interpretatie van slaapklachten vraagt daarom om zorgvuldig doorvragen. Mensen ervaren hun slaap regelmatig als onvoldoende, terwijl objectief geen sprake is van een slaaptekort.
De herkenning en beoordeling van slaapproblemen staat centraal. De definitie van slapeloosheid, welke gevolgen deze slaapstoornis overdag kan hebben en verschillende slaappatronen van kinderen, adolescenten en volwassenen worden belicht.
Ook de vraag naar slaapmiddelen bij tijdelijke slaapproblemen (moeilijke perioden of jetlag, en de rol van voorlichting en slaaphygiënische adviezen komen aan bod. Tot slot bespreekt deze nascholing wanneer farmacotherapie kan worden overwogen en hoe de NHG-Standaard Slaapproblemen (laatste aanpassing januari 2026) hierin een terughoudend beleid adviseert.
Het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) heeft de laatste aanpassing van de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 (DM2) voor de huisarts uitgebracht in februari 2026. De nieuwe richtlijnen gelden niet alleen voor nieuwe patiënten met DM2 maar ook voor bestaande diabetespatiënten.
Diabetes mellitus type 2 komt niet alleen steeds vaker voor, de aandoening blijkt ook steeds meer een lelijke ziekte. Patiënten met de ziekte krijgen veel vaker cardiovasculaire complicaties en overlijden vele jaren eerder dan personen zonder diabetes mellitus. Een nauwgezette behandeling van de diabetes gepaard gaat met een reductie van het risico op optreden van cardiovasculaire en neurologische complicaties. Die behandeling bestaat uit het streven naar normoglykemie, maar zeker zo belangrijk is het streven naar normotensie en het verlagen van het cholesterolgehalte, min of meer onafhankelijk van de hoogte van het cholesterol. Dat heeft tot gevolg dat tegenwoordig nogal wat medicamenten voorgeschreven worden bij de adequate behandeling van diabetes mellitus type 2.
Deze nascholing is gebaseerd op de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2, 2018 (laatste aanpassing februari 2026), NHG-Standaard Cardiovasculair risicomanagement, 2019 (laatste aanpassing september 2024) en NHG-Standaard Obesitas, 2025 (laatste aanpassing december 2025).
In deze nascholing wordt een beeld geschetst van het antibioticagebruik en resistentiepatronen in Nederland. Antibioticaresistentie is wereldwijd een groeiend probleem. Binnen Nederland is antibioticaresistentie relatief beperkt, omdat men over het algemeen zeer terughoudend is met het voorschrijven van antibiotica. Wat dat betreft mag Nederland zich binnen Europa een van de beste jongetjes van de klas noemen: vergeleken met veel andere landen in Europa is het resistentieniveau in Nederland stukken lager. Waakzaamheid blijft echter geboden, zo wordt gesteld in het meest recente NethMap/MARAN-rapport. Diverse organisaties, zoals het RIVM, brengen hierin jaarlijks in kaart hoe het in Nederland ervoor staat met het antibioticagebruik en de ontwikkeling van resistentie.
Verder wordt uw kennis over de basale werking van antibiotica opgefrist en leert u hoe bacteriën antibioticaresistentie kunnen ontwikkelen. Ook leest u over maatregelen om de ontwikkeling van resistentie zoveel mogelijk tegen te gaan. Verder wordt een aantal belangrijke bijwerkingen uitgelicht. Tot slot is er nog aandacht voor probiotica en de betekenis hiervan bij het bestrijden van antibiotica-geassocieerde diarree en welke rol de apotheek kan spelen bij de advisering rondom pro- en antibiotica. Deze nascholing gaat niet in op antibioticagebruik bij veelvoorkomende (profylactische) indicaties. Dat valt buiten het bestek van deze nascholing.
De voetafdruk van de zorgsector is aanzienlijk: in Nederland is de zorg verantwoordelijk voor circa 7% van de uitgestoten broeikasgassen. Klimaatverandering beïnvloedt de menselijke gezondheid en is daarmee niet alleen een milieuvraagstuk maar ook een urgente gezondheidsuitdaging.
Geneesmiddelen (en chemicaliën) blijken in de Nederlandse zorg het grootste aandeel te leveren aan klimaatverandering, materiaalgebruik, waterverbruik, landgebruik en afvalproductie. Daarnaast belanden geneesmiddelresten via het riool in het oppervlaktewater, wat leidt tot verdere milieuproblematiek.
Het is belangrijk dat (openbaar) apothekers zich bewust zijn van de milieu-impact van geneesmiddelen: zo kan een geneesmiddel zo effectief mogelijk ingezet worden met zo min mogelijk milieubelasting.
Aan de hand van de circulariteitsladder kan een aantal concrete strategieën ingezet worden om te verduurzamen in de openbare apotheek. Alleen door deze gezamenlijk toe te passen, kunnen we zowel de gezondheid van patiënten als het milieu optimaal beschermen.
In deze nascholing gaan we in op het ontstaan van de milieu-impact en de effecten hiervan. Vervolgens behandelen we wat gedaan kan worden om de milieu-impact van geneesmiddelen te verkleinen. Daarnaast beschrijven we hoe bijgedragen kan worden aan goede farmaceutische zorg die niet alleen de patiënten van vandaag behandelt, maar ook de bredere populatie én de toekomstige populatie beschermt.
In deze nascholing krijgt u een overzicht van de ontwikkelingen die hebben geleid tot de huidige stand van digitalisering in Nederlandse apotheken. De bedoeling is dat u inzicht krijgt in de theoretische en praktische implicaties die digitalisering binnen de zorg met zich meebrengt. Een aantal voorbeelden van digitale toepassingen wordt toegelicht. Ook komt aan bod hoe u als apotheker met uw team hiervan gebruik kunt maken in de farmaceutische patiëntenzorg. Hierbij is tevens oog voor de ethische en juridische aspecten die er kleven aan de inzet van digitale zorg. Wie is er bijvoorbeeld verantwoordelijk voor het onderhoud van een app? De apotheker? De aanbieder van de app? En wat als een app niet voldoende up-to-date is en een patiënt daardoor een verkeerd behandeladvies krijgt met alle gevolgen van dien? En hoe zit het met de veiligheid en privacy van patiëntengegevens die via apps en andere digitale toepassingen worden verzameld? Allemaal vragen die nog om overdenking vragen en waarover het laatste woord nog niet gezegd is. Hierbij zal de regelgeving de praktijk ongetwijfeld gaan volgen. De nascholing wordt afgesloten met een aantal praktische tips voor de implementatie van digitale zorg in de apotheek.
Hartfalen komt veel voor in Nederland. Jaarlijks krijgen bijna 38.000 mensen voor het eerst de diagnose hartfalen, en in totaal leven er circa 241.300 mensen met hartfalen, waarvan bijna 90% 65 jaar of ouder is. Door vergrijzing, hogere overlevingskansen na een myocardinfarct en langere levensverwachting zal de prevalentie van hartfalen verder toenemen.
Hartfalen vormt een serieus gezondheidsprobleem: in 2021 stierven ruim 7.500 mensen aan hartfalen en er zijn jaarlijks meer dan 31.000 ziekenhuisopnamen. Tijdige herkenning is daarom cruciaal. Huisartsen werken samen met cardiologen, verpleegkundigen op de hartfalenpoli, apothekers en soms diëtisten en fysiotherapeuten. Ook de patiënt en zijn omgeving spelen een belangrijke rol, waarbij ICT en telezorg steeds meer zelfregie mogelijk maken.
In deze nascholing wordt aandacht besteed aan:
Diagnostiek en risicofactoren, inclusief cardiovasculair risicomanagement.
Nieuwe behandelmogelijkheden, zoals SGLT2-remmers en cardiale resynchronisatietherapie.
Multidisciplinaire samenwerking in de zorg voor hartfalenpatiënten.
U leert hoe u hartfalen tijdig herkent, de behandeling effectief ondersteunt en bijdraagt aan een betere kwaliteit van leven en verminderde mortaliteit.