AccreDidact Huisarts

Praktijkgerichte nascholing voor de huisarts

Wil je toegang tot alle artikelen, video's en nascholing van AccreDidact Huisarts?

Abonneer nu! Meer informatie

Alle collecties van AccreDidact Huisarts

Gesorteerd op nieuw - oud
Immuunstoornissen deel 2 Lees meer over Immuunstoornissen deel 2 Immuunstoornissen deel 2
Het aantal patiënten met een verworven immuundeficiëntie is de afgelopen jaren duidelijk toegenomen. Dit is grotendeels het gevolg van het toenemend gebruik van immuunsuppressiva, waaronder klassieke middelen als corticosteroïden, maar ook moderne therapieën zoals biologische middelen en andere gerichte immuunmodulatoren. Deze ontwikkeling maakt dat huisartsen steeds vaker te maken krijgen met patiënten bij wie het immuunsysteem (deels) is verstoord – met als gevolg een verhoogde vatbaarheid voor infecties en andere complicaties. Kennis van de werking én ontregeling van het immuunsysteem is dan ook van steeds groter belang voor de dagelijkse praktijk van de huisarts. In deel 1 van deze nascholing zijn de verschillende immuunstoornissen uitgebreid besproken, met aandacht voor herkenning, alarmsymptomen en eerste diagnostische stappen. Deel 2 richt zich op de behandeling en praktische aanpak in de huisartsenpraktijk. Dit betekent dat we niet alleen het inschatten van risico’s bespreken, maar vooral concrete handvatten bieden voor het dagelijkse werk: hoe u infecties kunt voorkomen, complicaties tijdig herkent en patiënten veilig en effectief begeleidt. Het gaat dus om praktische strategieën en beslissingen die huisartsen direct kunnen toepassen in hun zorg voor patiënten met immuundeficiënties. Net als in het vorige deel, wordt gewerkt met casuïstiek om de vertaalslag naar de praktijk te maken.
Immuunstoornissen deel 1 Lees meer over Immuunstoornissen deel 1 Immuunstoornissen deel 1
Wanneer het immuunsysteem niet goed functioneert, kan het leiden tot verschillende aandoeningen die gezamenlijk immuunstoornissen of immuungemedieerde ziekten worden genoemd. In de praktijk worden vooral de afweerstoornissen, auto-immuunziekten, allergische ziekten en auto-inflammatoire aandoeningen onderscheiden. Individuele immuunstoornissen zijn zeldzaam, maar als groep komen ze relatief vaak voor. Naar schatting heeft ongeveer een miljoen Nederlanders een verworven afweerstoornis, vaak veroorzaakt door het toenemende gebruik van immuunsuppressiva. Auto-immuunziekten komen bij zo’n 10% van de bevolking voor. In de afgelopen decennia is het aantal patiënten met auto-immuunziekten, zoals bindweefselziekten, coeliakie en schildklierziekten, toegenomen, wat mogelijk samenhangt met veranderingen in omgeving en leefstijl. Aangeboren afweerstoornissen komen tezamen voor bij ongeveer 1 op de 1000 mensen. Veel patiënten met een immuunstoornis melden zich eerst bij de huisarts met uiteenlopende klachten. Een tijdige diagnose kan ernstige complicaties voorkomen, door preventieve maatregelen te nemen of door gerichte behandeling. Meestal worden deze patiënten doorverwezen naar de tweede lijn. De huisarts houdt echter een belangrijke rol, bijvoorbeeld door het laagdrempelig beoordelen van complicaties, zoals infecties door ziekte of medicatie, en het verzorgen van vaccinaties. Deze nascholing beoogt huisartsen inzicht te geven in de verschillende immuunstoornissen. Ook biedt het een goede gelegenheid uw kennis over het immuunsysteem op te frissen. Om de stof beter in context te helpen plaatsen en te onthouden, gebruiken we veel casuïstiek en voorbeelden met begeleidende uitleg. Deze nascholing over immuunstoornissen bestaat uit twee programma’s. Dit programma (Immuunstoornissen deel 1) behandelt algemene principes, definities en voorbeelden van immuunstoornissen die u in de praktijk kunt tegenkomen. Het vervolgprogramma (Immuunstoornissen deel 2) richt zich op therapeutische principes en preventieve maatregelen bij primaire en secundaire afweerstoornissen, met speciale aandacht voor de toename van het gebruik van immuunsuppressiva en de daarmee samenhangende infectieuze complicaties.
Trauma- en acute zorg Lees meer over Trauma- en acute zorg Trauma- en acute zorg
Traumazorg kent een breed spectrum. Als huisarts krijgt u regelmatig te maken met minder complexe vormen van letsel. Toch is de kans aanzienlijk dat u ook betrokken raakt bij acute traumazorg. Snel en deskundig handelen kan het verschil maken tussen leven en dood. Deze nascholing gaat vooral over hoogcomplexe zorg, maar laat tegelijkertijd zien dat achter veel ogenschijnlijk laagcomplexe problemen een hoogcomplex probleem kan schuilen. De behandeling van traumapatiënten vraagt om samenwerking in de gehele keten van zorg. U zult vaak moeten werken met beperkte middelen en kennis van niet-medisch geschoolde omstanders. Dat benadrukt het belang van goed teammanagement eens temeer. In deze nascholing gaan we dieper in op de basisprincipes van traumazorg in Nederland. BLOK A behandelt de kern van het werken met de ABCDE-methodiek en de keten van zorg. We leggen uit hoe u zich als huisarts op dergelijke situaties kunt voorbereiden, en dat de eerste beoordeling van vitale parameters van levensbelang is. In BLOK B gaan we verder in op de ABCDE-methodiek, aan de hand van casussen die u in uw carrière kunt tegenkomen. Door deze situaties te bespreken, leren we hoe we, als zorgverleners, samen het verschil kunnen maken in acute traumazorg.
Gynaecologische buikpijn Lees meer over Gynaecologische buikpijn Gynaecologische buikpijn
Buikpijn is een van de meest voorkomende klachten bij vrouwen en vormt vaak een diagnostische uitdaging. Omdat er zoveel organen in de buik aanwezig zijn, kan de pijn uiteenlopende oorzaken hebben. Wanneer een gynaecoloog een vrouw met buikpijn ziet, is de differentiaaldiagnose al beperkter. Gynaecologische buikpijn wordt doorgaans ingedeeld in dysmenorroe, chronische en acute buikpijn. Uit onderzoek blijkt dat bij de diagnostiek van dysmenorroe sprake is van een aanzienlijke patient’s en doctor’s delay van in totaal circa tien jaar. Dysmenorroe kan een op zichzelf staande klacht zijn, maar ook een symptoom van ernstige gynaecologische pathologie. Omdat de verschijnselen vaak weinig specifiek zijn, is het onderscheid tussen primaire dysmenorroe en dysmenorroe als uiting van onderliggende pathologie lastig te maken. In deze e-learning wordt de huisarts stap voor stap meegenomen in de diagnostiek en differentiaaldiagnose van gynaecologische buikpijn, met bijzondere aandacht voor dysmenorroe. Bewustwording van deze oorzaken kan bijdragen aan een snellere diagnose en een betere kwaliteit van leven voor vrouwen.
Cardiovasculair risicomanagement Lees meer over Cardiovasculair risicomanagement Cardiovasculair risicomanagement
Hart- en vaatziekten komen veel voor in Nederland en vormen een belangrijke oorzaak van ziektelast. In 2023 hadden ruim 1,74 miljoen mensen een hart- en/of vaatziekte. Door beter risicomanagement kunnen deze aandoeningen eerder worden opgespoord en behandeld. In september 2024 verscheen de herziene richtlijn Cardiovasculair risicomanagement (CVRM), gepubliceerd als NHG-Standaard en specialistische richtlijn. Deze vormt de basis van deze nascholing. Belangrijke wijzigingen zijn onder meer de introductie van de SCORE2(-Oudere Personen)-tabel, gebruik van non-HDL-cholesterol en een aangepaste risicocategorie-indeling. Ook wordt nu het risico op fatale én niet-fatale hart- en vaatziekten meegenomen en is er meer ruimte voor behandeling bij hoge bloeddruk (>160 mmHg), zelfs bij een laag SCORE-risico. Deze e-learning bestaat uit: A1: Epidemiologie van hart- en vaatziekten. A2: Oorzaken en risicofactoren. A3: Rol van lipiden. B1: Risicobepaling en wijzigingen in de richtlijn. B2: Medicamenteuze behandeling van hyperlipidemie. B3: Medicamenteuze behandeling van hypertensie. De nascholing biedt u praktische handvatten voor CVRM in de huisartsenpraktijk, inclusief diagnostiek, behandeling en organisatie van zorg.
Alcoholgebruik, misbruik en verslaving: van herkenning naar behandeling Lees meer over Alcoholgebruik, misbruik en verslaving: van herkenning naar behandeling Alcoholgebruik, misbruik en verslaving: van herkenning naar behandeling
Alcoholgebruik is wijdverspreid en sociaal geaccepteerd, maar kent ook grote risico’s. Het speelt een rol bij verkeersongelukken, geweld en vormt een belangrijke oorzaak van verslavingsproblematiek. Daarnaast kan overmatig of frequent gebruik leiden tot lichamelijke schade, zoals lever- en pancreasaandoeningen. Niet iedere drinker heeft een probleem, maar wanneer alcoholgebruik fysieke, psychologische of sociale problemen veroorzaakt, spreken we van probleemgebruik. De DSM-5 en het AUDIT-screeningsinstrument helpen bij het vaststellen hiervan. De huisarts speelt een centrale rol: van signalering en diagnostiek tot behandeling, inclusief medicamenteuze opties en gesprekstechnieken zoals motiverende gespreksvoering. Deze e-learning behandelt achtereenvolgens: Geschiedenis en sociale aspecten van alcoholgebruik. Definities en diagnostiek van overmatig gebruik, probleemgebruik en verslaving. Lichamelijke gevolgen van probleemgebruik. Behandelopties, zowel medicamenteus als niet-medicamenteus. Praktische handvatten voor huisartsen om alcoholproblematiek te bespreken en gedragsverandering te stimuleren. Door middel van kennisvragen en casuïstiek past u de theorie direct toe in de praktijk.