AccreDidact Farmaceutisch consulent
Praktijkgerichte nascholing voor de farmaceutische consulent
Wil je toegang tot alle artikelen, video's en nascholing van AccreDidact Farmaceutisch consulent?
Abonneer nu! Meer informatie
Alle collecties van AccreDidact Farmaceutisch consulent
Gesorteerd op nieuw - oud
De actualisatie van de NHG-Standaard De overgang biedt voldoende aanleiding om dit onderwerp opnieuw te belichten. De overgang, oftewel het climacterium, staat volop in de belangstelling – bij vrouwen én in de media. De toegenomen aandacht betreft met name de variëteit en ernst van klachten en de hernieuwde belangstelling voor hormonale behandeling.
In deze e-learning wordt in BLOK A ingegaan op de hormonale veranderingen tijdens de overgang en de typische klachten zoals menstruatieveranderingen, opvliegers en urogenitale atrofie. Ook wordt stilgestaan bij atypische klachten zoals stemmingsstoornissen, slapeloosheid en gewrichtspijn, en de vraag in hoeverre deze wetenschappelijk aan de overgang gerelateerd zijn.
BLOK B richt zich op de medicamenteuze behandeling, met nadruk op hormonale therapie. Er wordt besproken wanneer oestrogenen (al dan niet met progestagenen) geïndiceerd zijn, wat de bijwerkingen en risico’s zijn, en welke niet-hormonale behandelopties mogelijk zijn.
Deze nascholing biedt u actuele kennis en praktische handvatten om vrouwen in de overgang goed te begeleiden, vanuit medische expertise én met oog voor hun beleving en hulpvragen.
De laatste jaren is er hernieuwde belangstelling voor het placebo-effect in de geneeskunde. In deze nascholing staan drie relevante aspecten centraal. Allereerst wordt kort ingegaan op placebo’s in klinisch onderzoek, waaronder het gebruik van actieve placebo’s. Vervolgens komt de wetenschappelijke kennis over placebomechanismen aan bod, zoals conditionering en neurobiologische modulatie. Hoewel veelbelovend, zijn deze inzichten vaak nog moeilijk te vertalen naar de dagelijkse praktijk.
De nadruk in deze e-learning ligt dan ook op het derde aspect: de toepassing van placebo- en nocebo-effecten in de huisartsenpraktijk. Aan de hand van casuïstiek rond antidepressiva en statines wordt de praktische betekenis hiervan geïllustreerd. Daarnaast wordt uitgebreid stilgestaan bij een internationale consensusrichtlijn over de implicaties van placebo- en nocebo-effecten in de klinische praktijk, inclusief communicatie met patiënten.
Deze nascholing biedt u praktische handvatten en verdieping op basis van recente literatuur, systematische reviews en publicaties zoals die van het Geneesmiddelenbulletin. U leert hoe u het placebo-effect op verantwoorde wijze kunt benutten en hoe u nocebo-effecten zoveel mogelijk kunt voorkomen in de dagelijkse patiëntenzorg.
De NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 is in 2021 tweemaal aangepast: in mei op het gebied van niet-medicamenteuze behandeling, in november met een forse herziening van de medicamenteuze behandeling. Deze veranderingen vragen om implementatie in de dagelijkse praktijk – door huisartsen, POH’s én assistenten. Ze gelden voor nieuwe én bestaande patiënten met type 2-diabetes, met name bij een zeer hoog risico op hart- en vaatziekten.
In deze nascholing wordt stilgestaan bij de achtergrond en gevolgen van type 2-diabetes, een aandoening die niet alleen steeds vaker voorkomt, maar ook leidt tot forse cardiovasculaire en neurologische complicaties. De focus ligt op de nieuwe inzichten in risicobeperking en op de toepassing van moderne bloedglucoseverlagende middelen.
De e-learning bestaat uit twee delen: een overzicht van de pathofysiologie, risicofactoren en terminologie rond diabetes mellitus type 2, gevolgd door verdieping in de actuele medicamenteuze behandelstrategieën op basis van de aangepaste NHG-Standaard.
Deze nascholing biedt u praktische en actuele handvatten om samen met uw team effectieve diabeteszorg te leveren, met aandacht voor normoglykemie, bloeddruk, lipiden – én het beperken van complicaties bij deze complexe patiëntengroep.
Het gebruik van antidepressiva is al decennia onderwerp van maatschappelijk debat. In Nederland gebruiken meer dan 1.000.000 mensen deze middelen, vaak langdurig en soms off-label. Vooral het stoppen met antidepressiva roept veel vragen op, zowel bij zorgverleners als in de media.
Deze nascholing richt zich op het klinisch relevante vraagstuk: wanneer en bij wie is het verantwoord om antidepressiva af te bouwen, en hoe doe je dat zorgvuldig? Thema’s als het risico op recidief, de frequentie en voorspelbaarheid van onttrekkingsverschijnselen, en praktische handelingsstrategieën komen aan bod.
In deze e-learning ligt de focus op selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI’s) en serotonine- en noradrenalineheropnameremmers (SNRI’s), de middelen die het meest worden gebruikt. Ondanks de beperkte wetenschappelijke onderbouwing biedt de nascholing een praktische rationale voor het afbouwen van antidepressiva.
U krijgt handvatten om samen met patiënt, psychiater en apotheker tot een weloverwogen besluit en begeleid afbouwtraject te komen. Zo ondersteunt deze nascholing u in het leveren van passende en veilige zorg bij het stoppen van antidepressiva.
Deze nascholing geeft u in vogelvlucht inzicht in het complexe en tijdrovende proces van geneesmiddelontwikkeling – van het eerste ontwerp tot en met de registratie en postmarketingfase. Het traject duurt vaak langer dan tien jaar, waarbij veel kandidaat-geneesmiddelen het eindpunt niet bereiken. Tijdens elke fase wordt opnieuw beoordeeld: to go or not to go.
De nascholing start met een beknopte geschiedenis van de farmaceutische industrie en de ontdekking van bijvoorbeeld oude antibiotica. Vervolgens wordt het ontwerp van geneesmiddelen besproken, met nadruk op het vinden van een geschikt ‘target’ en het ontwikkelen van een bijpassend molecuul. Daarna komen het preklinisch en klinisch onderzoek aan bod, inclusief de registratieprocedure.
Ook de postmarketingfase krijgt aandacht, in het bijzonder fase IV-onderzoek en de blijvende beoordeling van geneesmiddelveiligheid. Prijsvorming en vergoedingsproblematiek vallen buiten het bereik van deze e-learning.
Deze nascholing biedt u een helder overzicht van het ontwikkelproces van geneesmiddelen, en draagt bij aan een beter begrip van de risico’s, doorlooptijden en betekenis van nieuwe geneesmiddelen in de praktijk.
Glaucoom is een veelvoorkomende, vaak sluipende oogziekte bij ouderen, die zonder tijdige opsporing kan leiden tot onomkeerbare schade aan de oogzenuw, slechtziendheid of zelfs blindheid. Omdat patiënten in het beginstadium geen klachten ervaren, is vroegtijdige herkenning essentieel. Deze nascholing biedt u actuele kennis over de soorten glaucoom, de oorzaken, diagnostiek en behandelopties.
In BLOK A wordt ingegaan op de fysiologie van het oog, de diagnostiek van glaucoom en het onderscheid met andere visusstoornissen zoals staar en maculadegeneratie. BLOK B behandelt de medicamenteuze behandeling, met nadruk op oogdrukverlagende druppels, therapietrouw, oogdruppeltechniek en voorlichting aan patiënten. Ook praktische hulpmiddelen bij het druppelen komen aan bod.
Deze nascholing is gebaseerd op de NHG-Standaard Visusstoornissen (2015), de addenda van de Nederlandse Glaucoom Groep (2019) en de European Glaucoma Society-richtlijn (2020). Er wordt tevens stilgestaan bij de invloed van preferentiebeleid en medicijntekorten op de behandeling.
U leert hoe u als zorgverlener actief kunt bijdragen aan optimale zorg voor patiënten met glaucoom – door tijdige signalering, juiste medicatie-inzet en goede begeleiding bij het gebruik.