Socares
Een onafhankelijk, praktijkgericht nascholingsconcept voor én door specialisten/artsen ouderengeneeskunde
Een combinatie van vaktijdschrift, toegang tot online artikelen en e-learning, geaccrediteerd door de ABC1, VSR en NAPA.
Alle collecties van Socares
Gesorteerd op nieuw - oud
Mondproblemen zijn veelvoorkomend in de palliatieve fase en beïnvloeden eten, drinken, communicatie en kwaliteit van leven aanzienlijk. In het eerste artikel in Socares (2026/1) werden xerostomie, hyposialie, orale infecties en het belang van preventie en voorlichting besproken. Dit tweede artikel richt zich op aanvullende thema’s zoals pijnlijke monden, dysfagie, tumorgerelateerde mondproblemen, smaakstoornissen en halitose. Pijn en mucositis vragen om een combinatie van lokale en systemische pijnstilling, waarbij mondzorg altijd moet worden voortgezet. Dysfagie treft circa 80% van de patiënten en vraagt vaak om een multidisciplinaire en soms comfortgerichte benadering. Bij tumorgerelateerde mondproblemen zijn naast medische behandelingen ook psychosociale interventies essentieel. Smaakstoornissen en halitose hebben een hoge prevalentie en beïnvloeden voeding en sociaal functioneren, waardoor gerichte aandacht en eenvoudige diagnostiek belangrijk zijn.
Implementatie van de richtlijn vraagt om scholing, interdisciplinaire samenwerking en opname in protocollen. Mondzorg moet niet louter klachtgericht zijn, maar vanaf de start van de palliatieve fase een vanzelfsprekend onderdeel van de zorgverlening vormen.
Angststoornissen komen ook op latere leeftijd veel voor, maar worden bij ouderen minder vaak herkend en behandeld dan bij jongere volwassenen. Een recente Cochrane-review laat zien dat cognitieve gedragstherapie (CGT) bij ouderen waarschijnlijk leidt tot een kleine tot matige afname van angstklachten in vergelijking met minimale behandeling. Het bewijs is echter beperkt door kleine steekproeven en heterogene studies, die vooral gericht zijn op de gegeneraliseerde angststoornis. Daarentegen laat een recente grote cohortstudie zien dat ouderen met een angststoornis, ongeacht chronische somatische problematiek, meer baat hebben en minder uitvallen bij gerichte psychologische behandeling in vergelijking met jongere volwassenen met angststoornissen. Studies tonen daarnaast dat onderdiagnostiek en stereotiepe opvattingen over ouder worden belangrijke barrières vormen voor adequate behandeling. In dit artikel worden de actuele evidentie voor CGT bij ouderen met een angststoornis, leeftijdsspecifieke aandachtspunten in diagnostiek en behandeling, en praktische implicaties voor de klinische praktijk besproken. Hogere leeftijd blijkt geen contra-indicatie voor exposuregerichte interventies. In dit artikel vallen ook de obsessieve compulsieve spectrumstoornissen en de posttraumatische stressstoornis onder de definitie van angststoornissen.
Alcoholgebruik is ook op latere leeftijd veelvoorkomend en maatschappelijk geaccepteerd, maar brengt bij ouderen specifieke en vaak onderschatte gezondheidsrisico’s met zich mee. Leeftijdsgebonden veranderingen in lichaamssamenstelling en leverfunctie, vaak gecombineerd met comorbiditeit en polyfarmacie, maken ouderen extra kwetsbaar voor intoxicatie, medicatie-interacties en somatische complicaties. In de dagelijkse praktijk worden de gevolgen van alcoholgebruik bij ouderen nog vaak toegeschreven aan normale veroudering, waardoor belangrijke signalen onopgemerkt blijven. Vroege herkenning is echter cruciaal: tijdige screening maakt het mogelijk om gezondheidsrisico’s te verminderen, valincidenten te voorkomen, medicatieveiligheid te vergroten en gericht vervolgbeleid in te zetten dat daadwerkelijk leidt tot een verbetering van het functioneren en de kwaliteit van leven.
Dit artikel beschrijft de epidemiologie, pathofysiologie en klinische signalen van problematisch alcoholgebruik bij ouderen, en biedt praktische handvatten voor systematische screening (met name met de AUDIT‑C), interpretatie van scores en proportioneel vervolgbeleid. Daarbij wordt specifiek ingegaan op de rol van de specialist ouderengeneeskunde, verpleegkundig specialist en physician assistant, en op hun gezamenlijke verantwoordelijkheid voor regievoering, ketensamenwerking en integrale besluitvorming rondom deze kwetsbare patiëntengroep.
Deze rubriek biedt een podium voor relevant (afstudeer)onderzoek in de ouderenzorg. Door middel van een semigestructureerd interview gaan we in gesprek over de aanleiding voor het onderzoek, de centrale vraagstelling, de verkregen inzichten en vooral de betekenis hiervan voor onze dagelijkse praktijk. Wat moeten we morgen anders doen dan vandaag?
In deze eerste editie belichten we het afstudeeronderzoek van Roel Vugs, inmiddels verpleegkundig specialist AGZ, werkzaam in de ouderenzorg. In het online interview sluit ook zijn afstudeerbegeleider aan: dr. Christi Nierse, docent en onderzoeker bij Fontys Mens en Gezondheid en het lectoraat Technologie voor Persoonsgerichte Zorg.
AI in de zorg | Gemiste kans? | Plan 75 – Wanneer ouder worden een maatschappelijk probleem wordt
Veel neurologische patiënten zijn ouder en de neurologische anamnese, het neurologisch onderzoek en de begeleiding bij deze groep is zeer taal- en communicatiegevoelig. Daarom besteden we in dit artikel aandacht aan een aantal valkuilen in de communicatie met oudere patiënten en geven tips voor passend taalgebruik, om te beginnen met het vermijden van het te pas en te onpas gebruiken van het onschuldig lijkende, maar vaak pejoratief verstane woordje ‘nog’.