Alle collecties van Quintesse
Gesorteerd op nieuw - oud
Dit artikel is een boekbespreking van Het Mannenhart van cardioloog Janneke Wittekoek. Het Mannenhart onderzoekt waarom mannen een hoger risico lopen op hart- en vaatziekten, beschrijft hoe het mannenhart functioneert en geeft praktische adviezen voor preventie en betere zorg – met aandacht voor leefstijl, stress, hormonale verschillen tussen mannen en vrouwen en de klinische signalen die bij mannen van belang zijn om cardiale klachten te herkennen.
Na premature atriale complexen (PAC’s) en ventriculaire complexen (PVC’s) is atriumfibrilleren (AF) de meest voorkomende ritmestoornis bij volwassenen. In Nederland hebben ongeveer 400.000 mensen AF. De belangrijkste risicofactoren zijn leeftijd, mannelijk geslacht, genetische aanleg en onderliggende cardiovasculaire en niet-cardiovasculaire aandoeningen. Ook leefstijl en werkgerelateerde factoren spelen een rol bij het ontstaan AF. Roken, diabetes, overgewicht, hogere alcoholinname en lange werktijden, nachtdiensten en langdurige werkstress zijn geassocieerd met een verhoogd risico op AF. Bij de behandeling van AF kennen we drie pijlers: behandeling van risicofactoren en comorbiditeit, het voorkomen van trombo-embolie met antistolling en het controleren van het hartritme of de hartfrequentie tijdens AF. Hartrevalidatie en leefstijlmodificatie zijn belangrijk voor symptoomreductie en het verbeteren van kwaliteit van leven.
De belastbaarheid in arbeid van mensen met AF wordt sterk beïnvloed door de ernst van de klachten, comorbiditeit en behandeling. Patiënten ervaren vaak een verminderde inspanningstolerantie en fysieke inzetbaarheid, wat vooral in fysiek zware beroepen kan leiden tot tijdelijk of langdurig werkverzuim. Ook al is de prognose op terugkeer naar werk relatief gunstig in vergelijking met andere hartziekten, blijft er gezien het terugkerende karakter van de ritmestoornis sprake van een substantieel effect op inzetbaarheid.
Dit artikel beschrijft een casus van een 36-jarige laborante die kort na haar aanstelling bij een laboratorium in een geneesmiddelenbedrijf astma ontwikkelt. De waarschijnlijke veroorzaker lijkt chloramine-T te zijn. Van chloramine-T is het bekend dat het beroepsastma kan veroorzaken. Het artikel beschrijft de diagnostische overwegingen van de bedrijfsarts en de preventieve maatregelen die op basis van deze casus zijn genomen.
Door verbeterde overleving bereiken steeds meer patiënten met een aangeboren hartafwijking de volwassen leeftijd (> 90%) en daarmee de arbeidsmarkt. Aangeboren hartafwijkingen variëren van mild tot complex. De diagnose zegt op zichzelf weinig over belastbaarheid; factoren zoals restafwijkingen, complicaties en individuele adaptatie zijn bepalend. Hoewel de meeste patiënten kunnen werken, is de arbeidsparticipatie lager dan in de algemene bevolking, vooral bij complexe afwijkingen. Fysieke beperkingen, vermoeidheid en psychosociale factoren zijn veelvoorkomende uitdagingen op de werkvloer. Vroege begeleiding, individuele afstemming en begrip dragen bij aan optimale inzetbaarheid en het behouden van werkcapaciteit, ook bij patiënten met complexe hartafwijkingen.
Cardiovasculaire aandoeningen en langdurig ziekteverzuim in Nederland: cijfers uit de bedrijfsgeneeskundige praktijk | Beroepsastma door acrylaten, een case report | Effect van arbeidsgezondheidsinterventies op verzuim en economische opbrengsten
Psychosociale factoren zoals stress, angst, depressie, paniekstoornis en posttraumatische stressstoornis (PTSS) spelen een cruciale, maar vaak niet onderkende rol bij het ontstaan én de prognose van hart- en vaatziekten. Ze zijn sterk geassocieerd met een verhoogd risico op cardiovasculaire gebeurtenissen, slechtere overleving, verminderde kwaliteit van leven en lagere therapietrouw. In dit artikel worden de prevalentiecijfers uitgebreid besproken. Psychosociale klachten komen veel voor na een cardiale gebeurtenis, maar zij presenteren zich vaak somatisch. Hierdoor worden ze regelmatig niet herkend in de dagelijkse praktijk. Dit leidt tot persisterende klachten, meer zorggebruik en belemmeringen in revalidatie en werkhervatting. Dit kost de samenleving veel geld. Uit grote internationale studies blijkt dat psychosociale stress een risicofactor voor hart- en vaatziekten is die qua impact vergelijkbaar is met roken. Het negatieve effect van psychosociale stress blijkt zelfs groter dan dat van de bekende klassieke leefstijlfactoren zoals voeding, obesitas en bewegen. Bewustwording, kennis, gerichte anamnese en eenvoudige screening zijn essentieel om deze klachten tijdig te herkennen en daardoor adequaat te behandelen.