Nascholing voor en door zorgprofessionals
Een wereld vol praktijkgerichte (geaccrediteerde) leeroplossingen en vakinformatie. Samen voor goede zorg!
Hoe werkt deze Academy?
Nascholing voor zorgprofessionals
Gesorteerd op nieuw - oud
AI in de zorg | Gemiste kans? | Plan 75 – Wanneer ouder worden een maatschappelijk probleem wordt
Chronische pijn treedt op bij ongeveer 20% van alle patiënten die een totale knieprothese geïmplanteerd krijgen. De prevalentie van deze patiëntenpopulatie is in stijgende lijn, wegens toename van osteoartritis van de knie, onder andere door een progressieve vergrijzing van de bevolking en de obesitasepidemie. Er is geen gouden standaard voor het stellen van de diagnose en een grondige anamnese en uitgebreid klinisch onderzoek staan centraal. Technische onderzoeken zijn noodzakelijk om onderliggende corrigeerbare oorzaken (zoals infectie of materiaalloslating) van pijn uit te sluiten. In de eerste plaats moet een conservatieve behandeling gestart worden. Vooral patiënteducatie en fysiotherapie staan hier centraal. Farmacologische behandeling kan overwogen worden, indachtig de mogelijke nevenwerkingen van de meerderheid van analgetica. Bij persisterende pijn kunnen interventionele pijnbehandelingen overwogen worden bij goed geselecteerde patiënten. De eerste keuze in behandeling is een radiofrequente denervatie van de nervi geniculares. Enkel bij refractaire, invaliderende pijn zou neuromodulatie (type ruggenmergstimulatie of perifere zenuwstimulatie) overwogen kunnen worden, hoewel deze nieuwe modaliteiten heden nog niet vergoed worden in Nederland.
Veel neurologische patiënten zijn ouder en de neurologische anamnese, het neurologisch onderzoek en de begeleiding bij deze groep is zeer taal- en communicatiegevoelig. Daarom besteden we in dit artikel aandacht aan een aantal valkuilen in de communicatie met oudere patiënten en geven tips voor passend taalgebruik, om te beginnen met het vermijden van het te pas en te onpas gebruiken van het onschuldig lijkende, maar vaak pejoratief verstane woordje ‘nog’.
Bruxisme – het onbewust klemmen of knarsen van de tanden – komt ook bij ouderen regelmatig voor, maar blijft in de ouderenzorg vaak onderbelicht. Nachtelijke onrust, kaakpijn, protheseproblemen of verminderde voedselinname worden dan toegeschreven aan agitatie, pijn elders of medicatiebijwerkingen. Bij kwetsbare ouderen kan bruxisme echter leiden tot aanzienlijke klachten, zoals craniofaciale pijn, slaapverstoring, beschadiging van dentitie of prothesen en functionele achteruitgang.
Bruxisme is geen primair tandheelkundig probleem, maar een complexe, grotendeels centraal gereguleerde kauwspieractiviteit, die kan worden beïnvloed door slaap, stress, neurologische aandoeningen, medicatie en lokale mechanische factoren. Dit artikel bespreekt de pathofysiologie, klinische presentatie en diagnostiek van bruxisme bij ouderen, met nadruk op herkenning in de dagelijkse praktijk. Daarnaast wordt een stapsgewijs, conservatief behandelbeleid beschreven, gericht op comfort, veiligheid en interdisciplinaire samenwerking.
Het plaatsen van een tracheacanule bij langdurig beademde IC-patiënten kan voordelen bieden, zoals minder sedatiebehoefte, meer comfort, betere communicatie, eenvoudiger uitzuigen en een kleinere kans op een ventilator associated pneumonia. Het vermindert ademarbeid en maakt veilig weanen van beademing mogelijk. Tegenover deze voordelen staan risico’s zoals bloedingen, verkeerde plaatsing, hypoxie, infecties, tracheastenose en canuleobstructie. De indicatie hangt af van de te verwachten duur van beademing, ademwegproblemen, slik- en hoestfunctie, prognose en wens van de patiënt. Overweeg het plaatsen van een tracheacanule vanaf dag 10, met uitzondering van onder andere neuromusculaire aandoeningen en andere aandoeningen waarbij vanaf het begin een langdurig beademingstraject wordt verwacht. De percutane dilatatietechniek heeft vrijwel altijd de voorkeur, mits anatomie en expertise toereikend zijn. Dagelijkse zorg omvat systematisch ontwennen, standaard cuff-desufflatie, inzet van spreekventielen of kapjes, goede bevochtiging en tijdig herkennen van complicaties. Decanulatie is mogelijk bij stabiele patiënten met gunstige neurologische score, zonder aspiratierisico, met voldoende hoestkracht en een vrije bovenste luchtweg.
Slaap is een essentieel biologisch proces dat een centrale rol speelt in herstel na een operatie. Echter, in de perioperatieve setting ligt de nadruk traditioneel op pijnbestrijding en preventie van klassieke complicaties, terwijl slaapkwaliteit weinig aandacht krijgt. Toch komen postoperatieve slaapstoornissen frequent voor en vormen ze een belangrijke determinant voor andere postoperatieve complicaties, zoals postoperatieve vermoeidheid (POF) en perioperatief verworven spierzwakte (POAW), complicaties met een aanzienlijke impact op revalidatie, terugkeer naar dagelijkse activiteiten en kwaliteit van leven in de nasleep van een chirurgische ingreep. Dit artikel bespreekt de definitie en epidemiologie van postoperatieve slaapstoornissen, POF en POAW, de fysiologische rol van slaap in het herstelproces, de mechanistische link tussen slaapstoornissen, de klinische implicaties ervan en preventieve en therapeutische strategieën.