Nascholing voor en door zorgprofessionals
Een wereld vol praktijkgerichte (geaccrediteerde) leeroplossingen en vakinformatie. Samen voor goede zorg!
Hoe werkt deze Academy?
Nascholing voor zorgprofessionals
Gesorteerd op nieuw - oud
Het (her)leren van motorische vaardigheden is een essentieel onderdeel van de fysiotherapie en de revalidatie. In de afgelopen twintig jaar zijn diverse nieuwe inzichten in motorisch leren ontstaan die de grenzen van het standaardmodel van motorisch leren overschrijden, en dus ook de daaraan ontleende behandelrichtlijnen. In dit artikel worden nieuwe inzichten omtrent de rol van aandacht (interne versus externe focus), kennisopbouw (expliciet versus impliciet) en variabiliteit (traditioneel versus differentieel leren) in motorisch leren besproken. De inzichten in kwestie worden gespiegeld aan gangbare behandelrichtlijnen. We concluderen dat de effectiviteit van behandelingen te verbeteren is als de nieuwe inzichten in motorisch leren in de fysiotherapie- en revalidatiepraktijk worden toegepast.
Op de kinder intensive care wordt de 1,5 jaar oude Tom Huisman opgenomen. Tom werd als gevolg van een gendefect geboren met meerdere openingen in de scheidingswand tussen linker- en rechterharthelft, ventrikelseptumdefecten of VSD's en een atrium-septumdefect of ASD.
Omdat het hart na de geboorte te klein was om alle defecten operatief te sluiten, volgde er kort na de geboorte een eerste ingreep. Hierbij werd een bandje aangebracht om de arteria pulmonalis. Dit vermindert de bloedstroom naar de longen en de kans op het ontstaan van pulmonale hypertensie. Bij de operatie die nu is uitgevoerd zijn de septum-defecten zo volledig mogelijk gecorrigeerd en is het bandje om de longslagader verwijderd. De bloedsomloop is nu zoals deze had moeten zijn.
In het eerste deel van dit artikel kijkt u mee naar de eerste uren van de opname van Tom. Verschillende aspecten van de zorg worden belicht en wat dit betekent voor het rekenwerk.
Het aantal mensen dat diabetes type 2 heeft, is de laatste jaren aan het stijgen. Factoren als de vergrijzing, overgewicht, lichamelijke inactiviteit en een intensievere opsporing zijn de oorzaak van het stijgende aantal patiënten met dit ziektebeeld. De term ouderdomsdiabetes die vaak wordt gebruikt voor type-2-diabetes is achterhaald, de naam overgewichtsdiabetes lijkt meer op zijn plaats.
Om te onderzoeken of parkinsonpatiënten tijdens beweging andere hersengebieden gebruiken dan gezonde mensen, heeft Rick Helmich gebruik gemaakt van motorische verbeelding. Rick Helmich promoveerde 24 mei 2011 cum laude aan de Radboud Universiteit in Nijmegen op cerebrale reorganisatie bij de ziekte van Parkinson.[1] Hij is nu neuroloog in opleiding in het UMC St. Radboud. Bij motorische verbeelding stellen mensen zich voor een beweging te maken, zonder deze daadwerkelijk uit te voeren. Daarbij worden (deels) dezelfde hersengebieden actief als tijdens echte bewegingen. Het voordeel van motorische verbeelding is dat het relatief gemakkelijk in een functionele MRI-scanner te onderzoeken is. Proefpersonen kregen een plaatje te zien van een hand of een voet, en moesten aangeven of het een linker of rechter lichaamsdeel was (Figuur 1A). Om deze vraag te kunnen beantwoorden, draaiden mensen in gedachten hun eigen hand of voet in de oriëntatie van het plaatje. Dit proces heet “mentale rotatie”, en het is een manier om motorische verbeelding te onderzoeken.
Premature pubarche, gedefinieerd als het optreden van pubesbeharing bij meisjes voor de leeftijd van 8 jaar en bij jongens voor de leeftijd van 9 jaar, is meestal het gevolg van een fysiologische premature adrenarche; soms is er echter sprake van onderliggende pathologie, met abnormale productie van androgenen. Voorbeelden hiervan zijn enzymdefecten in de bijnierschors (zoals bij het adrenogenitaal syndroom; ags) en androgeenproducerende tumoren. Fysiologie en pathologie zijn niet altijd gemakkelijk te onderscheiden. Ook bij het optreden van borstontwikkeling bij meisjes voor de leeftijd van 8 jaar (premature thelarche) moet onderscheid worden gemaakt tussen een onschuldig geïsoleerd probleem of een ‘echte’ pubertas praecox (met onder meer ook groeiversnelling).
Een tracheotomie is een ingreep waarbij de arts een opening in de trachea (luchtpijp) maakt. Om de opening open te houden, brengt de arts een tracheacanule in. Indicaties voor een tracheotomie zijn: een bedreigde luchtweg, invasief bronchiaal toilet of langdurige invasieve beademing. Er zijn verschillende methoden om de ingreep uit te voeren: een klassieke of chirurgische tracheotomie, een percutane tracheotomie en een coniotomie. Tijdens de ingreep krijgt iedere patiënt een tracheacanule met cuff; een ballonnetje dat de ruimte tussen de tracheacanule en de trachea opvult. De patiënt ademt alleen via de tracheacanule. Als er geen indicatie meer is voor een cuff, wordt de tracheacanule ontcufft en na enkele dagen vervangen door een cuffloze tracheacanule. Athankelijk van de reden van de tracheotomie, is ademen via mond en neus en ook spreken dan weer mogelijk. In dit artikel is de dagelijkse zorg voor de patiënt met een tracheotomie beschreven.