AccreDidact POH-GGZ

Praktijkgerichte nascholing voor de Praktijkondersteuner Huisarts Geestelijke Gezondheidszorg

Wil je toegang tot alle artikelen, video's en nascholing van AccreDidact POH-GGZ?

Abonneer nu! Meer informatie

Alle collecties van AccreDidact POH-GGZ

Gesorteerd op nieuw - oud
Leefstijlinterventies Lees meer over Leefstijlinterventies Leefstijlinterventies
Leefstijl als thema bij psychische problematiek: waarom? Leefstijl heeft het afgelopen decennium als thema maatschappelijk een opmars gemaakt. Het onderwerp leeft in de samenleving en staat onder andere steeds prominenter op de politieke agenda als het gaat om de zorg(kosten). Dat is niet verbazingwekkend, omdat het aandeel van aan leefstijl gerelateerde ziekten (o.a. diabetes, hart- en vaatziekten) relatief groter is geworden en in de toekomst nog groter dreigt te worden. Hoewel men zich hierover voor de gehele bevolking zorgen maakt, is dit extra relevant bij psychische problematiek. Daar is het onderwerp dan ook niet nieuw. Het is al lang bekend dat mensen met psychische problematiek meer problemen ervaren met hun leefstijl dan mensen zonder psychische klachten. Zo komen slaapproblemen vaak voor, zoals een verstoord dag-en-nachtritme en een slechtere slaapkwaliteit. Men brengt structureel meer tijd zittend en liggend door (sedentair gedrag), beweegt minder dan de algemene bevolking en middelengebruik komt vaker voor. Ook is er vaker een hogere calorie-inname en slechtere dieetkwaliteit met bijvoorbeeld minder eiwitrijk voedsel, groenten en fruit. Dit draagt bij aan de anderhalf tot tweemaal hogere kans op cardiometabole aandoeningen (o.a. hart- en vaatziekten en diabetes) vergeleken met mensen zonder psychische problematiek. De hogere prevalentie van lichamelijke ziekten en de daaraan gekoppelde verkorte levensduur in vergelijking met de algemene bevolking beperkt zich niet tot specifieke diagnoseclassificaties, maar geldt voor eenieder met een psychische aandoening. Een grote Deense cohortstudie vond recentelijk dat mensen met een psychische aandoening – dus ongeacht welke diagnose – gemiddeld een 2,5 maal hogere kans hadden op vroegtijdig overlijden en gemiddeld 8.3 jaar korter leven. Naarmate de ziekte-ernst en -duur stijgen, zoals bij ernstige psychische aandoeningen (o.a. psychose) kan dat oplopen tot een 15 jaar kortere levensverwachting. Ondanks dat dit al lang bekend is, is het tot nog toe niet gelukt hierin substantieel verandering te bereiken. Aan leefstijl gerelateerde aandoeningen lijken hierin een steeds groter aandeel te hebben gekregen. De urgentie van aandacht voor leefstijl in het kader van lichamelijke gezondheidsproblemen, zoals de afgelopen jaren veelal besproken in de context van leefstijlgeneeskunde, is dus nog onverminderd belangrijk en extra relevant in de begeleiding en behandeling van psychische problematiek. Juist hierbij is goede monitoring van medicatiegebruik en -bijwerkingen erg belangrijk, omdat deze sterk gerelateerd zijn aan de verhoogde prevalentie van lichamelijke gezondheidsproblemen. Dit gebeurt echter nog niet altijd goed, terwijl er duidelijke handreikingen en adviezen voor zijn. Als afbouwen of bijstellen van medicatie mogelijk is, kan dit bijdragen aan verbetering en bescherming van de lichamelijke gezondheid. Daarnaast is er steeds sterker wetenschappelijk bewijs voor de invloed van verschillende leefstijlfactoren op psychische gezondheid. Naast het al langer bekende effect van bewegen op bijvoorbeeld depressie, weten we ook steeds meer over de rol van slaap, roken en voeding in het ontstaan en behandelen van een scala aan psychische problematiek. Op basis hiervan is de term leefstijlpsychiatrie ontstaan, als onderdeel van de bredere leefstijlgeneeskunde die zich richt op psychische gezondheid. Hoewel leefstijlinterventies traditioneel vooral in de specialistische geestelijke gezondheidszorg (GGZ) onderzocht zijn, is het onderwerp ook zeer relevant in de huisartsenpraktijk. Praktijkondersteuners GGZ (POH-GGZ) en huisartsen zien regelmatig mensen met psychische problematiek die gepaard gaat met leefstijlgedrag. Deze nascholing gaat in op (interventies op) leefstijlgedrag bij psychische problematiek in de dagelijkse praktijk van de huisartsenzorg. Dat wordt gedaan op basis van het sterkst wetenschappelijke bewijs op dit moment. Ook wordt een aantal sleutelfactoren voor het succes van leefstijlinterventies besproken. Ondanks dat meer onderzoek nodig is naar (de implementatie van) interventies in de dagelijkse praktijk, is er al voldoende bewijs om leefstijl meer bij de behandeling te betrekken om de gezondheidstoestand van mensen met psychische problematiek te verbeteren.
Transgenderzorg Lees meer over Transgenderzorg Transgenderzorg
De afgelopen jaren is de aandacht voor transgenderpersonen sterk toegenomen. Documentaires, artikelen en ervaringsverhalen hebben geleid tot grotere zichtbaarheid en acceptatie, vooral onder jongere generaties. Tegelijkertijd is er een verschuiving in taal en denken: termen als ‘transseksualiteit’ en ‘ombouwen’ worden minder gebruikt, met meer nadruk op autonomie en zelfbeschikking. Ook wetgeving, zoals de ‘Wet wijziging vermelding van geslacht in geboorteakte’ (2014), weerspiegelt deze ontwikkeling. Voor de huisarts, POH-GGZ en de bredere zorgsector betekent dit dat er steeds vaker vragen komen rond genderdiversiteit. Deze kunnen variëren van psychische klachten zoals somberheid en suïcidaliteit tot medische vragen over puberteitsremmers, hormonen of operaties. Door de lange wachtlijsten bij gespecialiseerde centra – inmiddels meerdere jaren ondanks uitbreiding – is het belangrijk dat ook minder gespecialiseerde zorgverleners toegerust zijn. In deze nascholing voor de POH-GGZ leer je de DSM-5-criteria van genderincongruentie herkennen, aandachtspunten bij comorbiditeit signaleren en passende psychologische interventies bieden tijdens wachttijden en naast medische trajecten. Ook komt de maatschappelijke discussie en kritiek op transgenderzorg aan bod. Daarbij wordt steeds verwezen naar de Kwaliteitsstandaard Transgenderzorg – Somatisch (2018), de Kwaliteitsstandaard Psychische Transgenderzorg (2017) en de internationale Standards of Care, version 8.
Acceptance and commitment therapy Lees meer over Acceptance and commitment therapy Acceptance and commitment therapy
Acceptance and Commitment Therapy (ACT) gaat uit van het principe dat lijden een normaal onderdeel van het leven is. In plaats van symptoomreductie staat het vergroten van psychologische flexibiliteit centraal: leren omgaan met gedachten en gevoelens zonder dat deze het leven bepalen. Dit biedt een alternatief voor classificatiegerichte therapieën, zoals in de DSM-5-TR, waar de nadruk op stoornissen en symptoomvrijheid vaak leidt tot strijd met normale menselijke ervaringen. ACT is transdiagnostisch inzetbaar, ook bij subklinische symptomen, comorbiditeit en levensvragen. Voor de POH-GGZ in de huisartsenpraktijk is dit relevant: u ziet zowel milde problematiek als complexe casussen, waarbij ACT elementen kan bieden om te werken aan een waardevol leven, mét of zonder klachten. Deze e-learning behandelt: A: Het ACT-model en onderliggende principes. B1: Kernprocessen van ACT in de praktijk. B2: Toepassing bij diverse klachten en niveaus van ernst. B3: Focused ACT (FACT4) als kortdurende interventie. De nascholing geeft u praktische handvatten om ACT effectief te gebruiken in uw dagelijkse werk, afgestemd op de huisartsenpraktijk.
Alcoholgebruik, misbruik en verslaving: van herkenning naar behandeling Lees meer over Alcoholgebruik, misbruik en verslaving: van herkenning naar behandeling Alcoholgebruik, misbruik en verslaving: van herkenning naar behandeling
Alcohol is diep verweven in onze samenleving en wordt vaak gezien als een sociaal bindmiddel. Toch kent alcoholgebruik ook een schaduwzijde. Problematisch gebruik kan leiden tot lichamelijke schade, psychische klachten, sociaal disfunctioneren en vormt een belangrijke oorzaak van verslaving. De praktijkondersteuner GGZ (POH-GGZ) speelt een cruciale rol in het herkennen, bespreekbaar maken en begeleiden van patiënten met alcoholproblematiek. In deze nascholing krijgt u inzicht in de sociale en historische context van alcoholgebruik en leert u onderscheid maken tussen overmatig gebruik, probleemgebruik en verslaving. Daarbij wordt aandacht besteed aan de criteria uit de DSM-5 en het AUDIT-screeningsinstrument. U leert lichamelijke gevolgen herkennen en maakt kennis met behandelopties, waarbij gesprekstherapie, en in het bijzonder motiverende gespreksvoering, centraal staat. De opbouw van de e-learning bestaat uit theoretische uitleg, praktijkvoorbeelden en casuïstiek waarmee u uw kennis direct toepast. U krijgt praktische handvatten om alcoholgebruik effectief te agenderen en gedragsverandering te ondersteunen. Deze nascholing helpt u om problematisch alcoholgebruik tijdig te signaleren en passende zorg te bieden.
PTSS in de huisartsenpraktijk Lees meer over PTSS in de huisartsenpraktijk PTSS in de huisartsenpraktijk
Posttraumatische stressstoornis (PTSS) komt in de eerstelijnszorg vaker voor dan men vaak vermoedt. In deze nascholing krijgt u praktische handvatten aangereikt om PTSS te herkennen, beter te begrijpen en effectiever te benaderen. U leert welke signalen kunnen wijzen op PTSS, hoe de stoornis zich kan manifesteren bij uiteenlopende patiëntengroepen, en hoe u adequaat kunt handelen binnen de context van een huisartsenpraktijk of gezondheidscentrum. De e-learning bestaat uit twee blokken. In BLOK A staat de diagnostiek van PTSS volgens de DSM-5 centraal, aangevuld met casuïstiek en uitleg over differentiaaldiagnoses zoals de acute stressstoornis en aanpassingsstoornis. Tevens wordt ingegaan op de prevalentie van PTSS in de eerstelijnszorg. BLOK B bespreekt de behandelmogelijkheden en verwijstrajecten, met de nadruk op hoe deze kennis praktisch toepasbaar is in uw dagelijkse werk. U krijgt tips en adviezen voor het omgaan met patiënten met PTSS, wat niet alleen de zorg ten goede komt, maar ook uw eigen werkdruk kan verlichten. Deze nascholing helpt u om patiënten met PTSS sneller en met meer vertrouwen te begeleiden naar passende hulp.
Binnenvetters bij de POH-GGZ Lees meer over Binnenvetters bij de POH-GGZ Binnenvetters bij de POH-GGZ
Jongeren en adolescenten hebben het niet makkelijk. Studiekeuzes, sociale druk en onzekerheid over de toekomst kunnen leiden tot psychische klachten. Steeds vaker melden jongeren tot 25 jaar zich bij de POH-GGZ in de huisartsenzorg, terwijl deze patiëntengroep buiten de Jeugdwet valt. Dit vraagt om alertheid en betrokkenheid van de POH-GGZ, zeker bij het herkennen van internaliserende problematiek. In deze nascholing leer je als POH-GGZ hoe je met jongeren het gesprek aangaat, welke klachten zij ervaren en hoe je hen op passende wijze begeleidt. BLOK A richt zich op signalering, diagnostiek en gespreksvoering. Je maakt kennis met screeningsinstrumenten en leert hoe je klachten uitvraagt en verheldert. In BLOK B leer je hoe je deze jongeren begeleidt, welke interventies effectief zijn, en wanneer en waarheen je verwijst (B-GGZ of S-GGZ). Speciale aandacht is er voor suïcidaliteit: bij adolescenten tot 20 jaar is dit de voornaamste doodsoorzaak. Als POH-GGZ speel je een cruciale rol in het creëren van een open klimaat waarin dit bespreekbaar is. Deze e-learning biedt jou handvatten om jongeren met vertrouwen te ondersteunen in een kwetsbare levensfase.