Nascholing voor en door zorgprofessionals
Een wereld vol praktijkgerichte (geaccrediteerde) leeroplossingen en vakinformatie. Samen voor goede zorg!
Hoe werkt deze Academy?
Nascholing voor zorgprofessionals
Gesorteerd op nieuw - oud
Aan de hand van een casus worden de pathofysiologie, diagnostiek en behandeling van ITP besproken. Bij eerste presentatie van een niet ziek aandoend kind met verhoogde bloedingsneiging als gevolg van trombocytopenie, moeten diverse alternatieve diagnoses worden overwogen, maar bij een klassiek beeld hoeft geen vergaand onderzoek te worden verricht. Behandeling is zelden nodig en bestaat initieel nog steeds uit corticosteroïden en/of intraveneus immuunglobuline (IVIG). De zogenoemde TIKI-studie (Therapie met of zonder Immuunglobuline voor Kinderen met acute ITP) is opgezet om nader te onderzoeken of vroegtijdige behandeling met IVIG de prognose op langere termijn verder verbetert.
Enkelletsels worden veel gezien in de fysiotherapeutische praktijk. Naast de KNGF-richtlijn Enkelletsel is in 2011 een multidisciplinaire richtlijn Acuut lateraal enkelbandletsel verschenen, op initiatief van het KNGF. Volgens de werkgroep van deze richtlijn is het lastig om op basis van de aanwezige evidence eenduidige conclusies te trekken over de zin van oefentherapie na enkelletsel. Een conclusie is wel dat oefentherapie zorgt voor afname van het aantal recidieven. De inhoud van de oefentherapie is in de richtlijnen globaal omschreven. De vraag is of de globale omschrijving overeenkomt met de dagelijkse praktijk. Is globale oefentherapie op een oefentol voldoende voor een goed eindresultaat of kan de fysiotherapeut beter presteren? In dit artikel wordt eerst een algemeen kader rondom het begrip 'stabiliteit van de enkel' geschetst. Vervolgens gaat het in op regelmechanismen van functionele stabiliteit en wat de invloed van een trauma hierop kan zijn. Op basis van deze informatie beschrijft het artikel oefenprincipes, gelardeerd met concrete voorbeelden van oefenvormen.
Een 65-jarige man presenteerde zich op de SEH met slikklachten, pijn in de nek en trismus (kaakklem) nadat hij drie dagen eerder in een roestige spijker was gestapt. Inspectie toonde een warme rode linkervoet met wondinfectie aan de linkerhallux. Onder de verdenking van tetanus vond een wonddébridement plaats en werd gestart met antibiotica. Omdat hij nooit gevaccineerd was voor tetanus werd hij behandeld met tetanusimmunoglobuline (TIG) en tetanustoxoïd. Hij werd opgenomen op de ic en ’s avonds bij laryngospasmen geïntubeerd en mechanisch beademd. Verder ziektebeloop bestond uit gegeneraliseerde spasmen van de spieren van het gelaat, rug en extremiteiten. Behandeling bestond uit langdurig sedativa en spierverslappers. Profuus zweten, ritmestoornissen, koorts en hypertensie als tekenen van autonome disregulatie werden behandeld met magnesium en clonidine. Onder deze therapie verminderden de spasmen en tekenen van autonome dysregulatie. Na 66 dagen kon hij van de ic ontslagen worden.
Hib-vaccinatie sinds 1993 heeft ervoor gezorgd dat de incidentie van epiglottitis bij kinderen sterk is gedaald. Epiglottitis lijkt hierdoor steeds meer een ziekte van volwassenen te worden. Aan de hand van een ziektegeschiedenis wordt duidelijk dat het na het stellen van de diagnose epiglottitis via nasofaryngoscopie van belang is snel te behandelen met antibiotica, de patiënt zorgvuldig te observeren en een goed luchtwegplan te hebben. Zo worden complicaties als negatievedruk-longoedeem voorkomen. Bij epiglottitis zijn communicatie tussen behandelaars en adequaat handelen vitaal, omdat het anders zomaar fataal kan aflopen.
Recent kwam de gids Veilige zorg voor zieke kinderen uit. Doel van deze gids is onbedoelde schade bij opgenomen kinderen te voorkomen. In het hoofdstuk medicatieverificatie wordt beschreven hoe ervoor gezorgd wordt dat precies bekend is welke medicamenten kinderen bij opname en ontslag gebruiken. Vooral bij kinderen met complexe zorg en gebruik van anti-epileptica is het risico op (ernstige) fouten verhoogd. Daarom wordt geadviseerd bij opname zowel bij patiënt, apotheek, huisarts als specialist na te gaan welke medicatie precies gebruikt wordt. Bij ontslag moet er voor worden gezorgd dat de patiënt, ouders/verzorgers, eigen apotheek en huisarts op de hoogte zijn van de te gebruiken medicamenten.
Intraveneuze toediening van medicijnen gaat gepaard met onbedoelde risico’s zoals fouten in het klaarmaken (bijv. verwisseling van medicament, rekenfouten, contaminatie) of bij toediening (bijv. verkeerde patiënt, te snelle toediening). Door de procedure helder te beschrijven en door ervoor te zorgen dat degene die de medicatie klaarmaakt hierbij niet gestoord wordt, kunnen fouten voorkomen worden.
Sinds 1 januari 2011 is de richtlijn Overdracht van medicatiegegevens in de keten van kracht geworden in de eerste lijn en vanaf eind 2012 geldt deze ook in de tweede lijn. Dit betekent dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg de naleving van deze richtlijn gaat controleren.
Het Veiligheidsmanagementsysteem (VMS) is een stelsel van concrete maatregelen waarmee 93 ziekenhuizen in Nederland continu risico’s signaleren, verbeteringen doorvoeren, beleid vastleggen, evalueren en aanpassen. Dit VMS heeft tien hoog vermijdbaar geclassificeerde schades geïntegreerd. Eind 2012 dienen de 93 ziekenhuizen een VMS-systeem te hebben geïmplementeerd en 50% reductie te kunnen aantonen op de gekozen thema’s. Eén van deze tien hoog vermijdbaar geclassificeerde schades is het thema medicatieoverdracht. Door het vaststellen van de daadwerkelijk gebruikte medicatie bij opname en ontslag (medicatieverificatie) kunnen veel fouten worden voorkomen.