Physios

Praktijkgerichte nascholing voor de fysiotherapeuten

Wil je toegang tot alle artikelen, video's en nascholing van Physios?

Abonneer nu!

Alle collecties van Physios

Gesorteerd op nieuw - oud
Slaap als onderdeel van kinesitherapeutische zorg Lees meer over Slaap als onderdeel van kinesitherapeutische zorg Slaap als onderdeel van kinesitherapeutische zorg
Slaap speelt een cruciale rol bij lichamelijk herstel, pijnregulatie, cognitief functioneren en emotioneel welzijn, maar wordt binnen de kinesitherapeutische zorg vaak over het hoofd gezien. Patiënten met musculoskeletale aandoeningen, zoals knie- of heupartrose, ervaren frequent slaapproblemen, variërend van tijdelijk slecht slapen tot klinische insomnia. Slaap en pijn beïnvloeden elkaar wederzijds: slechte slaap verhoogt pijngevoeligheid, terwijl pijn de slaap verstoort. Mechanismen zoals verstoring van het circadiaans ritme, hyperarousal en niet-helpende overtuigingen dragen bij aan een vicieuze cirkel van pijn en slaapproblemen. Cognitieve gedragstherapie voor insomnia (CGT-i) is de standaardbehandeling, maar is vaak moeilijk toegankelijk. Binnen een model van stepped care kan de kinesitherapeut een laagdrempelige, maar belangrijke rol spelen: slaapproblemen signaleren, psycho-educatie en basisadvies geven over slaaphygiëne en gedragsmatige ondersteuning bieden. Bij ernstige of complexe gevallen is tijdige verwijzing essentieel. Interdisciplinaire samenwerking versterkt de effectiviteit van slaapmanagement en draagt bij aan holistische zorg en optimaal herstel.
Onbelast bewegen, hoe dan? Lees meer over Onbelast bewegen, hoe dan? Onbelast bewegen, hoe dan?
Voor geriatrische revalidanten die tijdelijk een onderste extremiteit niet mogen belasten is het heel moeilijk om fysiek actief te blijven, met alle nadelige gevolgen van dien. Zo vergroot inactiviteit onder andere de kans op sarcopenie, doorligwonden, de afname van cardiorespiratoire fitheid en spierkracht, een verminderde kwaliteit van leven en grotere kans op overlijden. Om deze doelgroep te ondersteunen bij het fysiek actief blijven, is het onderzoeksproject RE-ACTIVE! uitgevoerd. Dit project kende drie deelstudies: literatuuronderzoek, interviews met revalidanten en hun naasten, en een consensusstudie met zorgprofessionals. Met deze studies is onderzocht wat onder fysiek actief zijn valt tijdens de onbelaste periode, wat het doel ervan is, welke inhoud en frequentie wenselijk zijn, en welke motiverende en belemmerende factoren een rol spelen. Activiteiten zoals rolstoelrijden, krachttraining en algemeen dagelijkse levensverrichtingen vallen onder fysiek actief zijn en blijken waardevol in deze periode. Barrières zoals pijn en valangst zijn vaak te verminderen door copingstrategieën. Daarnaast dragen een persoonlijke beweegagenda, motiverende elementen (zoals spel en e-health) en betrokkenheid van zorgprofessionals en naasten bij aan het stimuleren van fysieke activiteit.
Blood flow restriction-training bij patiënten met knieartrose Lees meer over Blood flow restriction-training bij patiënten met knieartrose Blood flow restriction-training bij patiënten met knieartrose
Krachttraining vormt een essentiële pijler in de conservatieve behandeling van knieartrose, maar wordt in de praktijk vaak beperkt door pijn en verminderde gewrichtsbelastbaarheid. Daardoor trainen patiënten frequent met een lage externe belasting, wat de trainingsadaptatie kan beperken. Blood flow restriction-training (BFR) biedt hiervoor een potentieel alternatief. Bij deze methode worden laag-intensieve krachtoefeningen gecombineerd met een pneumatische band rond het bovenbeen, waardoor de arteriële instroom en veneuze terugstroom respectievelijk partieel en volledig worden beperkt. Dit induceert vroegtijdige spiervermoeidheid en stimuleert spieradaptatie ondanks de lage trainingsbelasting. Deze methode is recent onderzocht in het UZ Gent bij 120 patiënten met knieartrose, die gedurende twaalf weken revalideerden met of zonder BFR-training. De BFR-groep vertoonde grotere verbeteringen in spierkracht, pijn en functionele uitkomsten dan de controlegroep. Deze effecten bleven ook één jaar na de interventie aantoonbaar. Daarnaast was de nood aan aanvullende intra-articulaire cortisone-injecties 63 procent lager. BFR-training lijkt daarmee een veelbelovende aanvulling binnen de kinesi- of fysiotherapeutische behandeling van knieartrose.
Innovatieve krachttrainingsvormen voor de fysiotherapeut - Deel 1 Lees meer over Innovatieve krachttrainingsvormen voor de fysiotherapeut - Deel 1 Innovatieve krachttrainingsvormen voor de fysiotherapeut - Deel 1
Krachttraining is een effectieve methode om de belastbaarheid van spier- en peesweefsel te verhogen. Er zijn bepaalde trainingsparameters nodig om tot de gewenste effecten te komen, maar niet elke patiënt is hiervoor voldoende belastbaar. Om toch de lokale effecten van krachttraining te verkrijgen zijn een aantal innovatieve krachttrainingsvormen in te zetten waarbij de patiënt geen oefeningen met een te hoge belasting hoeft te doen. Een tweeluik van artikelen is een update van een eerder artikel dat in 2019 in Physios is gepubliceerd. Het tweeluik bespreekt de volgende trainingsmethodes: occlusietraining (waarbij de bloedtoevoer naar de spier wordt verminderd tijdens oefeningen), neuromusculaire elektrostimulatie (waarbij tijdens krachtoefeningen specifieke spiergroepen met elektroden worden gestimuleerd) en vliegwieltraining (waarbij oefeningen worden gedaan onder continue weerstand en met een hoge bewegingssnelheid). Dit eerste deel gaat in op de algemene effecten en voorwaarden van krachttraining, en het toepassen van neuromusculaire elektrostimulatie. In het tweede deel komen occlusietraining en vliegwieltraining aan de orde.
Fysiotherapeutische revalidatie bij de omgekeerde schouderprothese - Deel 2 Lees meer over Fysiotherapeutische revalidatie bij de omgekeerde schouderprothese - Deel 2 Fysiotherapeutische revalidatie bij de omgekeerde schouderprothese - Deel 2
Revalidatie na plaatsing van een omgekeerde schouderprothese is teamwork van de operateur, de intramuraal werkende fysiotherapeut en de fysiotherapeut in de eerste lijn. Communicatie en het maken van goede afspraken vormen het fundament voor dit teamwork. Idealiter worden alle inzichten vertaald naar een protocol waarin het postoperatieve traject is beschreven. Een protocol geeft weliswaar een globale leidraad, maar houdt geen rekening met individuele variaties. Het belangrijkste doel van deze serie artikelen is de eerstelijns fysiotherapeut state of the art-kennis aan te reiken en best practices over te dragen die bijdragen aan het bereiken van een optimaal behandelresultaat bij patiënten bij wie een omgekeerde schouderprothese is geplaatst. Dit tweede deel richt zich op de vertaalslag van theoretische kennis naar de dagelijkse fysiotherapeutische praktijk. Centraal staat het klinisch redeneren: protocollen bieden houvast, maar zijn nooit een vervanging voor een individueel afgestemd behandelplan. Het artikel beschrijft welke factoren het revalidatieverloop beïnvloeden, waaronder de preoperatieve status, comorbiditeit, operatietechniek en de specifieke biomechanica van de omgekeerde schouderprothese. Daarnaast wordt uitgebreid ingegaan op de gevolgen van de veranderde musculaire aansturing en schouderkinematica waarbij de cruciale rol van de m. deltoideus wordt benadrukt.
Duizeligheid bij ouderen, wat kan de fysiotherapeut ermee? Deel 2 Lees meer over Duizeligheid bij ouderen, wat kan de fysiotherapeut ermee? Deel 2 Duizeligheid bij ouderen, wat kan de fysiotherapeut ermee? Deel 2
Duizeligheid, vaak gepaard gaand met balansproblemen en valincidenten, kan ingrijpende gevolgen hebben voor het dagelijks leven. Duizeligheid kan op alle leeftijden voorkomen, maar naarmate de leeftijd toeneemt, stijgt de incidentie aanmerkelijk. Behalve van afname van lichaamsfuncties, passend bij het normale verouderingsproces, is er bij ouderen vaak sprake van multimorbiditeit en medicijngebruik, waardoor de kans op duizeligheid toeneemt. Fysiotherapeuten die ouderen behandelen, worden dan ook vaak geconfronteerd met deze klacht en moeten hier in hun behandeling rekening mee houden. In een aantal gevallen kan de duizeligheid op zichzelf een indicatie vormen voor fysiotherapie. Een tweeluik van artikelen beschrijft de belangrijkste vormen van duizeligheid waarbij dat het geval is. Het eerste deel heeft inzicht gegeven in de anatomie en pathofysiologie van het evenwichtsstelsel, waarna dieper is ingegaan op een tweetal perifere vestibulaire aandoeningen, namelijk benigne paroxysmale positieduizeligheid en perifere vestibulaire uitval. Dit tweede deel gaat in op andere vormen van duizeligheid die een fysiotherapeut kan tegenkomen in de klinische praktijk.