Physios
Praktijkgerichte nascholing voor de fysiotherapeuten
Alle collecties van Physios
Gesorteerd op nieuw - oud
Gluteale tendinopathie is een vaak miskende oorzaak van laterale heuppijn. Laterale heuppijn is meestal niet het gevolg van een bursitis, maar van een tendinopathie; vooral van de m. gluteus medius en minimus. Dit artikel ontkracht negen hardnekkige mythen rondom gluteale tendinopathie en pleit voor een actieve, evidence-based benadering met focus op educatie, loadmanagement en oefentherapie. Diagnostiek berust op patroonherkenning en dynamische testen. Passieve interventies zoals corticosteroïdeninjecties en stretching zijn vaak ineffectief of zelfs schadelijk. Een biopsychosociale en individuele aanpak bestaande uit loadmanagement en gefaseerde training is essentieel voor herstel, zeker bij hardnekkige gevallen die niet of moeizaam herstellen. Alternatieve en invasieve interventies zijn enkel geïndiceerd na falen van eerstelijnszorg.
Het subacromiaal pijnsyndroom (SAPS) is een veelvoorkomende oorzaak van niet-traumatische schouderpijn en omvat diverse aandoeningen van de rotator cuff en subacromiale structuren. De in 2025 herziene interdisciplinaire richtlijn van de Federatie Medisch Specialisten benadrukt een conservatieve, multidisciplinaire benadering, met een belangrijke rol voor de eerstelijns fysiotherapeut. Diagnostiek berust primair op anamnese en lichamelijk onderzoek; het gebruik van meerdere klinische testen biedt geen duidelijke meerwaarde boven één enkele test. Beeldvorming is ondersteunend: echografie is gelijkwaardig aan MRI voor het aantonen of uitsluiten van (partiële) supraspinatuspeesrupturen en heeft vanwege kosten en toegankelijkheid de voorkeur. Oefentherapie vormt de kern van de behandeling en dient bij voorkeur gepersonaliseerd te zijn. Een subacromiale corticosteroïdeninjectie valt te overwegen om oefentherapie mogelijk te maken indien er veel pijn is. Chirurgische behandeling toont geen duidelijke meerwaarde ten opzichte van conservatieve therapie op korte en middellange termijn en wordt pas overwogen bij aanhoudende klachten. Preventie richt zich op leefstijl, ergonomie en belastingmanagement.
Schouderpijn in de oudere populatie is vaak te wijten aan een atraumatische degeneratieve rotator cuffscheur. Klachten bij een rotator cuffscheur zijn pijn in de anterolaterale regio van de schouder, onvermogen om een volledige actieve elevatie uit te voeren, pijnlijke exorotatie tegen weerstand, en nachtelijke pijn. De algemene tendens is om deze patiënten te behandelen met een oefenprogramma alvorens een chirurgische ingreep te overwegen. De oefentherapeutische aanpak bestaat uit oefeningen waarbij het accent ligt op het verbeteren van de ROM en de kracht van de elevatie boven schouderhoogte, met een minimale belasting (spieractiviteit) van de aangedane rotator cuff. De oefeningen die het meest aan deze voorwaarde voldoen zijn gesloten ketenoefeningen zonder belasting van het lichaamsgewicht op de schouders en open ketenoefeningen waarbij de externe weerstand een compressie geeft in het glenohumerale gewricht. Als conservatief beleid geen effect heeft, valt een omgekeerde schouderprothese te overwegen. Preoperatieve oefentherapie kan hierbij de verwachtingen van de patiënt positief beïnvloeden.
Bij oudere patiënten met een neurologische aandoening komen valincidenten frequent voor. Vanwege de negatieve gevolgen die valincidenten kunnen hebben (bv. letsel of valangst) is het raadzaam alert te zijn op signalen van een verhoogd valrisico. Zo nodig kan worden gestart met of verwezen naar aanvullende valpreventieve interventies. Dit artikel beschrijft hoe het valrisico snel kan worden beoordeeld op basis van de valgeschiedenis, problemen met lopen of balans houden, en valangst. Vervolgens worden op basis van wetenschappelijk bewijs handvatten aangereikt voor interventie en vertaald naar het Nederlandse zorgaanbod.
Revalidatie na een operatie is teamwork van de operateur, de intramuraal werkende fysiotherapeut en de fysiotherapeut in de eerste lijn. Communicatie en het maken van goede afspraken vormen het fundament voor dit teamwork. Idealiter worden alle inzichten vertaald naar een protocol waarin het postoperatieve traject is beschreven. Hoewel de algemene aanname is dat een effectief postoperatief behandeltraject essentieel is voor een goed eindresultaat, berusten nog veel gepubliceerde postoperatieve behandelprotocollen op best practice. Het belangrijkste doel van een tweeluik van artikelen is de fysiotherapeut state of the art-kennis aan te reiken en best practices over te dragen die bijdragen aan het bereiken van een optimaal behandelresultaat bij patiënten bij wie een omgekeerde schouderprothese is geplaatst. In dit eerste deel komen de volgende onderwerpen aan bod: kenmerken en bouw van de omgekeerde schouderprothese, de operatie en de consequenties van biomechanica en operatietechniek voor de fysiotherapeutische revalidatie.
Botpijn bij kinderen komt vaak voor, en de differentiaaldiagnose is breed. De oorzaak kan goedaardig zijn, zoals groeipijn, maar ook levensbedreigend, zoals bij een maligniteit. Hoe kunt u dit onderscheid maken? In dit artikel vindt u een differentiaaldiagnose met daarbij uitleg over alarmsignalen en een voorstel voor diagnostiek in de tweede lijn. Hierbij is een röntgenfoto vaak de beeldvormende techniek van eerste keuze; daarmee kan een groot aantal aandoeningen worden onderscheiden. Dit artikel bespreekt de belangrijkste kenmerken van benigne en maligne bottumoren. Geadviseerd wordt om laagdrempelig met een expertisecentrum te overleggen. Wanneer een maligne bottumor wordt vastgesteld, gaat het meestal om een osteosarcoom of een ewingsarcoom. De behandeling van deze tumoren bestaat hoofdzakelijk uit chemotherapie en chirurgische resectie.