Nascholing voor en door zorgprofessionals

Een wereld vol praktijkgerichte (geaccrediteerde) leeroplossingen en vakinformatie. Samen voor goede zorg!

Hoe werkt deze Academy?

Nascholing voor zorgprofessionals

Gesorteerd op nieuw - oud
Interview met Jan Klein Lees meer over Interview met Jan Klein Interview met Jan Klein
Toen ik Jan Klein, hoogleraar Veiligheid in de zorg van de Erasmus Universiteit te Rotterdam, vroeg om mee te werken aan dit interview over veiligheid, reageerde hij meteen enthousiast. Op een schitterende nazomerdag werd ik gastvrij ontvangen in zijn kamer in het Instituut BMG met uitzicht over de campus van het Brainpark. De onverwachte hectiek van deze zomer bleek uit zijn opening: ‘Je weet dat ik ben opgestapt bij het Maasstad Ziekenhuis, dat heb ik niet in de hand gehad. Ik werk nu helemaal niet als anesthesioloog en ben me aan het heroriënteren.’ Dat was nog niet bekend toen wij de afspraak maakten. Wij spraken nu voornamelijk over de uitdaging in de zorg met betrekking tot veiligheid, de relatie met de anesthesiologie en onderzoek.
Gewrichtshypermobiliteit en hypermobiliteitssyndromen: adviezen voor de klinische praktijk Lees meer over Gewrichtshypermobiliteit en hypermobiliteitssyndromen: adviezen voor de klinische praktijk Gewrichtshypermobiliteit en hypermobiliteitssyndromen: adviezen voor de klinische praktijk
Hypermobiele kinderen met moeheidklachten en spiergewrichtspijn na inspanning, zonder tekenen van een specifieke bindweefselaandoening, hebben naast hun mogelijk somatische kwetsbaarheid, vaak een verminderde conditie en zijn bang voor pijn. De mogelijkheden voor aanvullende genetische diagnostiek zijn beperkt. Bagatelliseren van klachten is onverstandig, maar een onterechte diagnose bindweefselaandoening kan de ontwikkeling belemmeren. Een open benadering, met fysiotherapie gericht op spiertraining, stabiliteit en conditie, en psycho-educatie van kind en ouders lijkt het meest effectief.
Epilepsie voor de anesthesioloog Lees meer over Epilepsie voor de anesthesioloog Epilepsie voor de anesthesioloog
In dit artikel wordt een beschrijving gegeven van de epidemiologie, de diagnostiek en de therapie van epilepsieaanvallen. Daarnaast ligt de nadruk op aspecten die van belang zijn voor de anesthesioloog, zoals medicatie in niets-per-os-situaties en de behandeling van status epilepticus. De meer algemene bespreking van het onderwerp is een samenvatting van een artikel dat in 2009 in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde is verschenen, waar ook een uitgebreide lijst van referenties te vinden is.
Genoomwijd microarray onderzoek Lees meer over Genoomwijd microarray onderzoek Genoomwijd microarray onderzoek
Genoomwijd microarray onderzoek; Op basis van in de afgelopen jaren gepubliceerde overzichtsstudies is genoomwijd microarray onderzoek de test van eerste keuze in het diagnostisch onderzoek naar de oorzaak van onverklaarde mentale retardatie. Met behulp van genoomwijde microarrays kunnen met hoge resolutie microdeleties of microduplicaties (ook wel genaamd kopie aantal veranderingen of copy number variations, CNV’s) worden opgespoord. De opbrengst van klinisch relevante afwijkingen is 10-15% in de groep patiënten met mentale retardatie en /of aangeboren afwijkingen, bij wie eerder normaal chromosoomonderzoek bleek. De interpretatie van de uitslagen van genoomwijd microarray onderzoek vormt een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor laboratoriumspecialist en clinicus. Om tot een juiste interpretatie te komen van de gevonden CNV’s is het van belang dat naast genotypische informatie ook fenotypische informatie op gestandaardiseerde wijze in publieke databases wordt vastgelegd. Gezien de problemen bij het vaststellen van de pathogeniciteit van CNV’s en het opsporen van incidentele bevindingen bij genoomwijd microarray onderzoek, is pretest en posttest counseling van essentieel belang.
Kinderwens, lifestyle en preconceptiezorg Lees meer over Kinderwens, lifestyle en preconceptiezorg Kinderwens, lifestyle en preconceptiezorg
Lifestylefactoren (gezonde voeding, gezond gewicht en stoppen met roken, alcohol en drugs) worden steeds belangrijker, ook in het geval een vrouw zwanger wil worden en gezond zwanger wil zijn. Ziekenhuizen stellen steeds vaker grenzen aan het gewicht, voordat paren kunnen starten met een IVF-behandeling. Vanuit preventief oogpunt wordt preconceptiezorg aangeboden. In Nederland kunnen paren met een kinderwens hiervoor terecht op een preconceptie- of kinderwensspreekuur bij een verloskundige, huisarts of Care for Women-verpleegkundigen en in een aantal ziekenhuizen bij fertiliteitverpleegkundigen. In het UMC Utrecht wordt in het verpleegkundig preconceptiespreekuur gebruikgemaakt van een theoretisch gedragsmodel: de minimale interventiestrategie (MIS). Dit model vormt de basis voor de toe te passen interventies.
Vitaal bedreigde patiënt Lees meer over Vitaal bedreigde patiënt Vitaal bedreigde patiënt
De ‘vitaal bedreigde patiënt’ is een van de tien thema’s van het ‘Veiligheidsprogramma VMS zorg’ (http://www.vmszorg.nl). Het programma is in het leven geroepen nadat uit een groot onderzoek ‘Onbedoelde schade in Nederlandse ziekenhuizen’ is gebleken dat in 2004 1735 patiënten in de Nederlandse ziekenhuizen zijn overleden vanwege vermijdbare gebeurtenissen. Het Veiligheidsprogramma heeft ten doel vermijdbare onbedoelde schade in de Nederlandse ziekenhuizen tussen 2007 en 2012 met 50% te verminderen. Een expertteam van verpleegkundigen en artsen heeft de praktijkgids Vroege herkenning en behandeling van de vitaal bedreigde patiënt ontwikkeld (http://www. vmszorg.nl/10-Themas/Vitaal-bedreigde-patient). De praktijkgids beschrijft het spoedinterventiesysteem (SIS) en geeft aanbevelingen om het systeem te implementeren en te borgen.