Nascholing voor en door zorgprofessionals

Een wereld vol praktijkgerichte (geaccrediteerde) leeroplossingen en vakinformatie. Samen voor goede zorg!

Hoe werkt deze Academy?

Nascholing voor zorgprofessionals

Gesorteerd op nieuw - oud
Diagnostische tekens bij een chronische liesblessure Lees meer over Diagnostische tekens bij een chronische liesblessure Diagnostische tekens bij een chronische liesblessure
Liespijn is een veelvoorkomend en vaak frustrerend probleem bij sporters die een sport beoefenen waarbij snelle accelererende en abrupt vertragende activiteiten en plotselinge richtingveranderingen voorkomen. Menig fysiotherapeut is geneigd om de behandeling van deze aandoening te starten zonder gedegen onderzoek en een duidelijke diagnose. Dit artikel beschrijft praktische tests en aanknopingspunten die de diagnose van een chronische liesblessure nader kunnen specificeren en die de fysiotherapeut handvatten geven voor de behandelstrategie. De informatie in dit artikel is gefundeerd op de beperkt beschikbare kennis uit de literatuur en de ruime praktijkervaring van de auteur. Het belangrijkste behandeldoel van fysiotherapeutische interventie is het normaliseren van de adductorenhypertonie, hetgeen betekent dat de oorzaken van deze hypertonie moeten worden weggenomen.
Het belang van rompstabiliteit Lees meer over Het belang van rompstabiliteit Het belang van rompstabiliteit
Rompstabiliteit, of core stability, is een hot item in de fysiotherapie, maar er bestaat nog veel onduidelijkheid rondom dit concept. Deze onduidelijkheid wordt vooral veroorzaakt door het ontbreken van een eenduidige definitie van het begrip ‘rompstabiliteit’. Door vanuit wetenschappelijk oogpunt de begrippen ‘romp’ en ‘stabiliteit’ te belichten en van daaruit tot een definitie te komen van het begrip rompstabiliteit, wordt een basis gecreëerd voor de ontwikkeling van meet- en trainingsmethoden. Het stabiliseren van de romp is in feite een dynamisch proces van balanshandhaving, waarbij een goed gecoördineerde aansturing van vooral de grote rompspieren van belang is. Bij een balansverstoring maakt het neuromusculaire systeem gebruik van anticipatoire en reflexieve mechanismen om de stabiliteit te handhaven. Bij het meten en trainen van stabiliteit speelt balans daarom een belangrijke rol. De uitdaging voor de fysiotherapeut ligt in het geïsoleerd meten en trainen van rompstabiliteit, met gebruikmaking van functionele en contextspecifieke houdingen en bewegingen.
Hoe maak ik een CAT? Lees meer over Hoe maak ik een CAT? Hoe maak ik een CAT?
Om tot een meer evidence-based beleid rondom een gestructureerde klinische vraag te komen, kan een critically appraised topic (CAT) een goed hulpmiddel zijn. Hiermee wordt geïnventariseerd wat er in de literatuur bekend is, waarbij het bewijs opgespoord moet worden dat de klinische vraagstelling het beste beantwoordt. In dit artikel wordt een korte, praktische leidraad gegeven voor het opstellen van de gestructureerde klinische vraag (volgens het PICO-acroniem), de zoekstrategie, het beoordelen van studies en interpreteren van de resultaten, om zo tot een weloverwogen antwoord te komen op de vraagstelling.
Interview met Jan IJzermans Lees meer over Interview met Jan IJzermans Interview met Jan IJzermans
Prof. dr. Jan IJzermans is als hoofd transplantatiechirurgie bij uitstek degene die een beeld kan schetsen van de huidige stand van zaken als het gaat om transplantaties. Ik ontmoette hem half april in zijn hooggelegen werkkamer in het Erasmus MC. We spraken over de ontwikkeling van niertransplantaties, het ‘nierdonatie bij leven’-programma, anesthesiologische aspecten van vullingsbeleid, de transitie van patiënt naar eventuele donor en het effect van vasten op het ontstaan van ischemie-reperfusieschade.
Ileo-ileale invaginatie: met moderne echografische technieken vaker gezien als toevalsbevinding Lees meer over Ileo-ileale invaginatie: met moderne echografische technieken vaker gezien als toevalsbevinding Ileo-ileale invaginatie: met moderne echografische technieken vaker gezien als toevalsbevinding
Late onderkenning van darminvaginatie bij kinderen kan leiden tot hoge morbiditeit en zelfs mortaliteit. De klassieke trias van koliekpijn, braken en ‘bessengelei’-ontlasting is zelden aanwezig. Vanwege het verschil in behandeling is het van belang onderscheid te maken tussen ileocolische en ileo-ileale invaginatie. Het echografische aspect is hierbij het belangrijkste criterium. Ileo-ileale invaginaties worden ook geregeld per toeval gezien; bij afwezigheid van kliniek en van een pathologisch lead point is dan een afwachtend beleid gerechtvaardigd.
Gesprekken met Jolita Bekhof en Rob Scholten Lees meer over Gesprekken met Jolita Bekhof en Rob Scholten Gesprekken met Jolita Bekhof en Rob Scholten
Rob Scholten voltooide zijn studie geneeskunde ‘oude stijl’ aan de Vrije Universiteit in 1980. Hij kon niet kiezen tussen huisartsgeneeskunde en interne geneeskunde en koos, zoals dat gaat, uiteindelijk geen van beide. ‘Gelukkig kreeg ik 18 maanden bedenktijd,’ vertelt hij, ‘want ik moest eerst in militaire dienst. Daarna kon ik beginnen als AGNIO reumatologie in het Jan van Breemen Instituut in Amsterdam.’ Daar bleef hij tot 1986. Terwijl hij tevergeefs een opleidingsplaats voor interne geneeskunde probeerde te verwerven, verschoof geleidelijk zijn belangstelling. In 1985-1986 volgde hij de doctoraalstudie medische informatica (min of meer een opleiding tot epidemioloog avant la lettre), waarna hij bij het vers opgerichte EMGO terechtkwam, het instituut voor extramuraal geneeskundig onderzoek van VU en VU medisch centrum. Daar promoveerde hij op het proefschrift The increase of meningococcal disease in the Netherlands – we hebben het er niet over gehad, maar inmiddels kan iemand vermoedelijk promoveren op onderzoek naar The decline. ‘Maar de reumajaren hebben hun sporen nagelaten,’ zegt Scholten. ‘Uiteindelijk kwam ik met mijn onderzoek toch weer terecht bij het bewegingsapparaat.’ In die periode raakte hij ook betrokken bij de postdoctorale epidemiologieopleiding van het EMGO, waarin hij als docent een groot aandeel had.