Physios
Praktijkgerichte nascholing voor de fysiotherapeuten
Wil je toegang tot alle artikelen, video's en nascholing van Physios?
Abonneer nu!
Alle collecties van Physios
Gesorteerd op nieuw - oud
De behoefte aan zelfmanagement van patiënten wordt steeds groter. Dit komt deels doordat er meer aandacht is voor persoonsgerichte zorg en samen beslissen. Zeker gezien de druk op de gezondheidszorg is het van belang om patiënten meer eigen regie te geven over hun ziekte of aandoening. Door meer zelfmanagement ontwikkelen patiënten vaardigheden en het vertrouwen om gezondheidsbevorderend gedrag in stand te houden voor de rest van het leven. Het stimuleren van zelfmanagement vraagt om een meer coachende houding van de fysiotherapeut. Door middel van coachende gespreksvoering kan de fysiotherapeut de patiënt ondersteunen om bepaald gedrag te veranderen. De coachende grondhouding en gesprekstechnieken vormen hiervan de basis. Daarbij moet de fysiotherapeut niet te sturend en adviserend te zijn. Daarnaast zijn specifiekere gesprekstechnieken zoals motiverende gespreksvoering en oplossingsgericht coachen in te zetten wanneer de situatie daarom vraagt.
Motiverende gespreksvoering is een gidsende stijl van gespreksvoering die passend is in fysiotherapeutische consulten en in alle taken binnen het methodisch fysiotherapeutisch handelen. De communicatieve taken van een fysiotherapeut zijn te concretiseren door vier rollen: vertrouwenspersoon, coach, mededeelzame detective en docent. In deze vier rollen werkt de fysiotherapeut vanuit partnerschap, acceptatie, empowerment en compassie. De basis van het handelen wordt in grote mate gevormd door het ABC van zelfbeschikking: autonomie, binding en compassie. Vanuit de rol van coach gidst de fysiotherapeut de patiënt in gedragsverandering. Dit krijgt vorm door in het bijzonder aandacht te hebben voor de positieve zelfspraak van de patiënt en de eigen mogelijkheden om de verandering te realiseren.
Het carpaletunnelsyndroom (CTS) is de meest voorkomende compressieneuropathie van de bovenste extremiteit. De behandelopties voor CTS zijn in te delen in chirurgisch en niet-chirurgisch. Er zijn diverse niet-operatieve opties voor de behandeling van CTS, zoals een afwachtend beleid zonder of met educatie, ergonomische adviezen, spalktherapie en/of injectie in het carpale kanaal. Een recent herziene Cochrane-review (2023) onderzocht de voor- en nadelen van spalken in vergelijking met geen behandeling of andere niet-chirurgische behandelingen bij mensen met CTS. Het onderzoek laat zien dat er onvoldoende bewijs is om te concluderen of spalken gunstig is voor mensen met CTS. Hoewel het erop lijkt dat spalken de symptomen niet verergert of tot bijwerkingen leidt, levert spalken weinig tot geen verbetering op voor CTS-symptomen en handfunctie, vooral niet op de korte termijn (minder dan 3 maanden). Geadviseerd wordt om terughoudend te zijn met het adviseren van spalktherapie en die alleen te overwegen bij bepaalde indicaties, zoals de laatste fase van de zwangerschap of bij specifieke pathologieën.
De fysiotherapeutische behandeling bij klachten door carpale instabiliteit is lang onderbelicht geweest. Het beleid bestaat vaak uit rust, vermijden van belastende activiteiten en generieke krachtopbouw. De afgelopen tien jaar zijn er nieuwe inzichten gekomen in de artrokinematica van de pols, en specifiek de rol van de spieren en de proprioceptieve functie van de ligamenten. Deze inzichten zijn vooral verkregen door kadaveronderzoek naar specifieke vormen van carpale instabiliteit: scapholunaire, lunatotriquetrale en midcarpale instabiliteit. Deze informatie geeft de fysiotherapeut de mogelijkheid het onderzoek en de behandeling specifieker uit te voeren. Wetenschappelijk onderzoek naar het effect van deze inzichten op het oefenprogramma voor deze specifieke vormen van carpale instabiliteit is nog niet voldoende uitgevoerd, maar de eerste gepubliceerde onderzoeksresultaten geven reden tot vertrouwen. In dit artikel worden de fundamenten van carpale instabiliteit uitgelegd en worden handvatten gegeven voor het lichamelijk onderzoek, klinisch redeneren en voor oefeningen die een aanvulling kunnen zijn op de behandeling van patiënten met klachten bij specifieke vormen van carpale instabiliteit.
Bij patiënten met chronische pijn is een multifactoriële analyse volgens de biopsychosociale ICF-classificatie belangrijk om behandelbare en onderhoudende factoren voor de klachten en beperkingen in functioneren vast te stellen. Bij complexe aanhoudende pijn aan het bewegingsapparaat, leidend tot beperkingen in functioneren en participatie, is vaak verwijzing naar een revalidatiearts geïndiceerd. In het kader van ‘matched care’ en ‘stepped care’ is het van belang de patiënt zo snel mogelijk op de juiste plaats in de keten te behandelen. Wanneer werkhervatting een van de behandeldoelen is, kan contact met de bedrijfsarts van groot belang zijn. De aanwezigheid en betrokkenheid van de patiënt daarbij is zeer gewenst. In dit artikel worden de inhoud, indicaties en doelen van medisch specialistische pijnrevalidatie (MSPR) beschreven om zo te komen tot een optimale samenwerking tussen fysiotherapeuten in de eerste lijn (maar ook andere zorgverleners) en MSPR bij de diagnostiek en behandeling van patiënten met aanhoudende (a)specifieke pijn aan het bewegingsapparaat.
Chronische pijn is biopsychosociaal bepaald en dient ook volgens dit model benaderd te worden. Dit artikel bespreekt de psychosociale factoren en geeft specifieke handvatten om patiënten met chronische pijneducatie te geven over het bestaan van deze factoren. Door inzicht te krijgen in de aard en onderlinge samenhang van diverse componenten kan de therapeut samen met de patiënt een breder verklaringsmodel opstellen dan alleen ‘pijn is een teken van schade’. Dit verklaringsmodel vanuit een biopsychosociaal perspectief biedt aangrijpingspunten voor een behandelaanpak gericht op verbetering van het dagelijks functioneren en het zelfmanagement. Een dergelijke aanpak start met de patiënt inzicht te geven (pijneducatie) in de diverse biomedische en psychosociale factoren die de pijn onderhouden. Onderscheid in oorzaak en gevolgen van het hebben van chronische pijn is daarbij belangrijk. Hoe eerder een patiënt een breder en realistisch beeld krijgt van zijn eigen pijn, hoe beter een gerichte effectieve behandeling ingezet kan worden. Dat de eerste klap een daalder waard is, geldt ook hier en daarbij is er een belangrijke rol of taak voor de fysiotherapeut. Het geven van adequate pijneducatie is de basis voor een succesvolle behandeling.