Physios

Praktijkgerichte nascholing voor de fysiotherapeuten

Wil je toegang tot alle artikelen, video's en nascholing van Physios?

Abonneer nu!

Alle collecties van Physios

Gesorteerd op nieuw - oud
Taakgericht behandelen bij kinderen met motorische ontwikkelingsproblemen (VI) Lees meer over Taakgericht behandelen bij kinderen met motorische ontwikkelingsproblemen (VI) Taakgericht behandelen bij kinderen met motorische ontwikkelingsproblemen (VI)
Kinderen met motorische ontwikkelingsproblemen, al dan niet in combinatie met ADHD, een autismespectrumstoornis of een specifieke leerstoornis, hebben nood aan ondersteuning die erop gericht is de participatie en levenskwaliteit te bevorderen. Indien behandeling nodig is, dient ook die activiteiten- en participatiegericht te zijn. Er is momenteel geen evidentie dat functiegerichte therapie, gericht op de vermeende onderliggende mechanismen, helpt om de behandeldoelen op participatieniveau te bereiken. Richtlijnen stellen daarom dat taakgericht oefenen aangewezen is. Taakgericht oefenen betekent dat de te verbeteren activiteit ook daadwerkelijk geoefend wordt. Er is evidentie voor taakgerichte programma’s zoals Cognitive Orientation to Daily Occupational Performance (CO-OP) en Neuromotor Task Training (NTT). De toepassing van taakgerichte behandeling vereist kennis van de principes van motorisch leren zodat de meest efficiënte leerstrategieën toegepast worden en transfer en retentie van het geleerde gerealiseerd worden.
Diagnostiek en verwijsbeleid bij traumatische schouderklachten (VI) Lees meer over Diagnostiek en verwijsbeleid bij traumatische schouderklachten (VI) Diagnostiek en verwijsbeleid bij traumatische schouderklachten (VI)
Dit artikel geeft een overzicht van de diagnostiek, het behandelbeleid en de verwijzing bij traumatische schouderklachten, met de focus op luxaties en intra-articulaire letsels. Hierbij geldt dat de aard van het letsel en de leeftijd van het slachtoffer grotendeels bepalend zijn voor het type en de ernst van de weefselschade. De geboden informatie is niet alleen nuttig voor het klinisch redeneren door de individuele fysiotherapeut, maar kan ook dienen als basis voor multidisciplinair overleg tussen de disciplines die zijn betrokken bij de behandeling van traumatische schouderklachten.
Stabiliteit en variabiliteit van bewegen bij mensen met rugpijn: een praktische kijk Lees meer over Stabiliteit en variabiliteit van bewegen bij mensen met rugpijn: een praktische kijk Stabiliteit en variabiliteit van bewegen bij mensen met rugpijn: een praktische kijk
Dit is een aanvulling op het artikel ‘Stabiliteit en variabiliteit van bewegen bij mensen met rugpijn’ van Jaap van Dieën elders in deze editie. Hierin wordt getracht de theoretische inzichten te integreren in het praktisch fysiotherapeutisch handelen. Ruitenbeek en collega’s (2023) hebben in het Physios-artikel ‘Doeltreffende oefentherapie bij aanhoudende musculoskeletale klachten’ beschreven dat bij musucloskeletale pijn een indeling mogelijk is in een ‘too tight’-strategie die zich uit in een meer verstijfde wijze van bewegen, en een ‘too loose’-strategie die zich uit in een meer chaotische wijze van bewegen. Deze twee strategieën vertonen raakvlakken met respectievelijk de versterkte en verminderde bewegingscontrole zoals Jaap van Dieën die benoemt. In het vervolg van deze klinische aanvulling worden ook de termen versterkte en verminderde controle gebruikt. Een uitdaging voor de praktijk is dat de relaties tussen verschillende factoren complex zijn. Dezelfde adaptieve, beschermende respons op lage rugpijn, namelijk het verhogen van de reflexgevoeligheid, kan leiden tot zowel een versterkte en een verminderde controle. De mate van controle hangt onder andere af van de aanwezigheid van verstoringen en van individuele interacties met de taak en de omgeving. Een versterkte én een verminderde controle kunnen tegelijk voorkomen bij dezelfde persoon. Bovendien kunnen psychosociale factoren zoals pijngerelateerde angst en catastroferen de bewegingscontrole beïnvloeden. Wat dit concreet kan betekenen komt achtereenvolgens aan bod voor de diagnostiek en de therapie bij mensen met lage rugpijn.
Evidence-based practice bij een degeneratieve meniscusscheur (VI) Lees meer over Evidence-based practice bij een degeneratieve meniscusscheur (VI) Evidence-based practice bij een degeneratieve meniscusscheur (VI)
Een meniscusscheur is een van de meest voorkomende knieblessures. Zowel fysiotherapie als een meniscusoperatie kan een effectieve behandeling zijn. Onderzoek toont aan dat bij patiënten met een degeneratieve meniscusscheur die geen slotklachten ervaren, fysiotherapeutische behandeling de voorkeur heeft boven een meniscusoperatie. Overigens geven onderzoeken naar mogelijke voorspellende factoren voor de beste behandeling bij een degeneratieve meniscusscheur geen betrouwbaar inzicht in wat de meest geschikte behandeling voor een individuele patiënt is. De keuzehulp bij meniscusklachten geeft de patiënt begrijpelijke en eenduidige informatie die op wetenschap is gebaseerd, en geeft de zorgverlener inzicht in de voorkeuren en verwachtingen van de patiënt. Deze keuzehulp kan het samen beslissen van de meest geschikte behandeling voor de patiënt ondersteunen. Dit kan uiteindelijk leiden tot minder onnodige operaties, meer patiënttevredenheid en meer passende zorg.
De fysiotherapeut als behandelaar van hoofdpijn (BG) Lees meer over De fysiotherapeut als behandelaar van hoofdpijn (BG) De fysiotherapeut als behandelaar van hoofdpijn (BG)
Hoofdpijn komt vaak voor en kent vele verschijningsvormen. De classificatie van de International Headache Society (IHS) is gebaseerd op het onderscheid tussen primaire en secundaire hoofdpijnen. Dit artikel bespreekt hoe deze classificatie in de fysiotherapeutische praktijk te gebruiken is. Met het volgen van deze classificatie is de analyse van de klacht hoofdpijn eenvoudiger en dat leidt tot verantwoorde keuzes in diagnostiek en behandeling. De nadruk in dit artikel ligt op de definitie en behandeling van de meest voorkomende primaire hoofdpijnen, namelijk spanningshoofdpijn, migraine en clusterhoofdpijn.
Het belang van coaching in de pediatrische kinesitherapie (VI) Lees meer over Het belang van coaching in de pediatrische kinesitherapie (VI) Het belang van coaching in de pediatrische kinesitherapie (VI)
Coaching zoals gedefinieerd door de International Coaching Federation, richt zich op het begeleiden van individuen om persoonlijke of professionele doelen te bereiken door zelfontdekking, bewustwording en het ontwikkelen van vaardigheden. In de pediatrische kinesitherapie bevordert coaching de participatie van kinderen in dagelijkse activiteiten door samenwerking met ouders en het stellen van inspirerende therapiedoelen, ondersteund door motiverende gesprekstechnieken, gezamenlijke besluitvorming en het opvolgen van de vooruitgang. Twee effectieve coachingmethoden, COPCA en GAME, benadrukken familiebetrokkenheid en de ontwikkeling van motorische vaardigheden bij kinderen met speciale behoeften