Physios

Praktijkgerichte nascholing voor de fysiotherapeuten

Wil je toegang tot alle artikelen, video's en nascholing van Physios?

Abonneer nu!

Alle collecties van Physios

Gesorteerd op nieuw - oud
Duizeligheid bij ouderen, wat kan de fysiotherapeut ermee? Deel 1 Lees meer over Duizeligheid bij ouderen, wat kan de fysiotherapeut ermee? Deel 1 Duizeligheid bij ouderen, wat kan de fysiotherapeut ermee? Deel 1
Duizeligheid, vaak gepaard gaand met balansproblemen en valincidenten, kan ingrijpende gevolgen hebben voor het dagelijks leven. Duizeligheid kan op alle leeftijden voorkomen, maar naarmate de leeftijd toeneemt, stijgt de incidentie aanmerkelijk. Behalve van afname van lichaamsfuncties, passend bij het normale verouderingsproces, is er bij ouderen vaak sprake van multimorbiditeit en medicijngebruik, waardoor de kans op duizeligheid toeneemt. Fysiotherapeuten die ouderen behandelen, worden dan ook vaak geconfronteerd met deze klacht en moeten hier in hun behandeling rekening mee houden. In een aantal gevallen kan de duizeligheid op zichzelf een indicatie vormen voor fysiotherapie. Een tweeluik van artikelen beschrijft de belangrijkste vormen van duizeligheid waarbij dat het geval is. Dit eerste deel gaat eerst in op de anatomie en pathofysiologie van het evenwichtsstelsel. Vervolgens komen de twee meest voorkomende perifere vestibulaire aandoeningen aan bod: benigne paroxysmale positieduizeligheid en perifere vestibulaire uitval.
Mythes en klinisch handelen bij gluteale tendinopathie Lees meer over Mythes en klinisch handelen bij gluteale tendinopathie Mythes en klinisch handelen bij gluteale tendinopathie
Gluteale tendinopathie is een vaak miskende oorzaak van laterale heuppijn. Laterale heuppijn is meestal niet het gevolg van een bursitis, maar van een tendinopathie; vooral van de m. gluteus medius en minimus. Dit artikel ontkracht negen hardnekkige mythen rondom gluteale tendinopathie en pleit voor een actieve, evidence-based benadering met focus op educatie, loadmanagement en oefentherapie. Diagnostiek berust op patroonherkenning en dynamische testen. Passieve interventies zoals corticosteroïdeninjecties en stretching zijn vaak ineffectief of zelfs schadelijk. Een biopsychosociale en individuele aanpak bestaande uit loadmanagement en gefaseerde training is essentieel voor herstel, zeker bij hardnekkige gevallen die niet of moeizaam herstellen. Alternatieve en invasieve interventies zijn enkel geïndiceerd na falen van eerstelijnszorg.
Interdisciplinaire richtlijn Subacromiaal pijnsyndroom Lees meer over Interdisciplinaire richtlijn Subacromiaal pijnsyndroom Interdisciplinaire richtlijn Subacromiaal pijnsyndroom
Het subacromiaal pijnsyndroom (SAPS) is een veelvoorkomende oorzaak van niet-traumatische schouderpijn en omvat diverse aandoeningen van de rotator cuff en subacromiale structuren. De in 2025 herziene interdisciplinaire richtlijn van de Federatie Medisch Specialisten benadrukt een conservatieve, multidisciplinaire benadering, met een belangrijke rol voor de eerstelijns fysiotherapeut. Diagnostiek berust primair op anamnese en lichamelijk onderzoek; het gebruik van meerdere klinische testen biedt geen duidelijke meerwaarde boven één enkele test. Beeldvorming is ondersteunend: echografie is gelijkwaardig aan MRI voor het aantonen of uitsluiten van (partiële) supraspinatuspeesrupturen en heeft vanwege kosten en toegankelijkheid de voorkeur. Oefentherapie vormt de kern van de behandeling en dient bij voorkeur gepersonaliseerd te zijn. Een subacromiale corticosteroïdeninjectie valt te overwegen om oefentherapie mogelijk te maken indien er veel pijn is. Chirurgische behandeling toont geen duidelijke meerwaarde ten opzichte van conservatieve therapie op korte en middellange termijn en wordt pas overwogen bij aanhoudende klachten. Preventie richt zich op leefstijl, ergonomie en belastingmanagement.
Kinesitherapie bij degeneratieve rotator cuffscheuren Lees meer over Kinesitherapie bij degeneratieve rotator cuffscheuren Kinesitherapie bij degeneratieve rotator cuffscheuren
Schouderpijn in de oudere populatie is vaak te wijten aan een atraumatische degeneratieve rotator cuffscheur. Klachten bij een rotator cuffscheur zijn pijn in de anterolaterale regio van de schouder, onvermogen om een volledige actieve elevatie uit te voeren, pijnlijke exorotatie tegen weerstand, en nachtelijke pijn. De algemene tendens is om deze patiënten te behandelen met een oefenprogramma alvorens een chirurgische ingreep te overwegen. De oefentherapeutische aanpak bestaat uit oefeningen waarbij het accent ligt op het verbeteren van de ROM en de kracht van de elevatie boven schouderhoogte, met een minimale belasting (spieractiviteit) van de aangedane rotator cuff. De oefeningen die het meest aan deze voorwaarde voldoen zijn gesloten ketenoefeningen zonder belasting van het lichaamsgewicht op de schouders en open ketenoefeningen waarbij de externe weerstand een compressie geeft in het glenohumerale gewricht. Als conservatief beleid geen effect heeft, valt een omgekeerde schouderprothese te overwegen. Preoperatieve oefentherapie kan hierbij de verwachtingen van de patiënt positief beïnvloeden.
Valpreventie bij de oudere patiënt met een neurologische aandoening Lees meer over Valpreventie bij de oudere patiënt met een neurologische aandoening Valpreventie bij de oudere patiënt met een neurologische aandoening
Bij oudere patiënten met een neurologische aandoening komen valincidenten frequent voor. Vanwege de negatieve gevolgen die valincidenten kunnen hebben (bv. letsel of valangst) is het raadzaam alert te zijn op signalen van een verhoogd valrisico. Zo nodig kan worden gestart met of verwezen naar aanvullende valpreventieve interventies. Dit artikel beschrijft hoe het valrisico snel kan worden beoordeeld op basis van de valgeschiedenis, problemen met lopen of balans houden, en valangst. Vervolgens worden op basis van wetenschappelijk bewijs handvatten aangereikt voor interventie en vertaald naar het Nederlandse zorgaanbod.
Fysiotherapeutische revalidatie bij de omgekeerde schouderprothese Lees meer over Fysiotherapeutische revalidatie bij de omgekeerde schouderprothese Fysiotherapeutische revalidatie bij de omgekeerde schouderprothese
Revalidatie na een operatie is teamwork van de operateur, de intramuraal werkende fysiotherapeut en de fysiotherapeut in de eerste lijn. Communicatie en het maken van goede afspraken vormen het fundament voor dit teamwork. Idealiter worden alle inzichten vertaald naar een protocol waarin het postoperatieve traject is beschreven. Hoewel de algemene aanname is dat een effectief postoperatief behandeltraject essentieel is voor een goed eindresultaat, berusten nog veel gepubliceerde postoperatieve behandelprotocollen op best practice. Het belangrijkste doel van een tweeluik van artikelen is de fysiotherapeut state of the art-kennis aan te reiken en best practices over te dragen die bijdragen aan het bereiken van een optimaal behandelresultaat bij patiënten bij wie een omgekeerde schouderprothese is geplaatst. In dit eerste deel komen de volgende onderwerpen aan bod: kenmerken en bouw van de omgekeerde schouderprothese, de operatie en de consequenties van biomechanica en operatietechniek voor de fysiotherapeutische revalidatie.