Physios
Praktijkgerichte nascholing voor de fysiotherapeuten
Wil je toegang tot alle artikelen, video's en nascholing van Physios?
Abonneer nu!
Alle collecties van Physios
Gesorteerd op nieuw - oud
Een hersenschudding komt vaker voor dan in het algemeen wordt aangenomen. Veel zorgprofessionals herkennen een hersenschudding niet en/of geven niet de juiste informatie en adviezen. Vaak wordt het advies gegeven om maar even rustig aan te doen. De huidige literatuur toont aan dat dit advies kan leiden tot aanhoudende klachten en verergering van symptomen. De juiste zorg in de vroege fase na een hersenschudding is essentieel om het risico op aanhoudende klachten te verkleinen. Dit artikel beschrijft allereerst wat een hersenschudding is en hoe een hersenschudding ontstaat. Daarna volgt een overzicht van de basisadviezen waar een fysiotherapeut in de vroege fase na een hersenschudding rekening mee moet houden
Met de bewijsdrift naar zuivere effecten heeft de beroepsgroep fysiotherapie zich onbedoeld de afgelopen decennia in de nesten gewerkt. Sterker: fysiotherapeuten hebben in de eigen staart gebeten door ‘evidence based medicine’ eenzijdig te gebruiken. Onze richtlijnen en statements zijn te hiërarchisch ingedeeld volgens de gangbare wetenschappelijke en maatschappelijke opvatting. Het sluit aan bij de traditionele ‘Popperiaanse’ zoektocht naar een waardevrije verticale kennisladder. Hoog op de kennisladder staan de therapieën waar harde bewijzen voor zijn. Deze behandelingen vertegenwoordigen de objectieve waarheid met de randomized clinical trial (RCT) als hoogste goed en gouden standaard. Op de onderste trede staan de behandelingen gebaseerd op praktijkconsensus die schromelijke wordt ondergewaardeerd. Gelukkig nam oud-minister Robbert Dijkgraaf afstand van de huidige hiërarchische ranking. Hij pleitte voor een horizontale kenniswaaier met plaats voor het ambacht. Met de introductie van het complexiteitsdenken kan het ambacht de plek krijgen die het verdient. Fysiotherapeuten hebben nu eenmaal te maken onzekerheden in hun werk en het is handig om daar ruimte voor te maken in de praktijk. Om vorm te geven aan deze nieuwe ontwikkeling, waar praktijkkennis de plek krijgt die het verdient, is het misschien tijd voor een ‘jamsessie’ zoals in de muziekwereld wordt gehanteerd. Jammen staat voor samenwerking in vrijheid en is te gebruiken als metafoor om het debat met de verschillende actoren te voeren.
Kracht afkomstig van de skeletspieren kan, behalve via de origo en insertie, ook via het epimysium naar het skelet worden overgedragen, wat bekend staat als epimusculaire myofasciale krachttransmissie. Hoe prominent is dit mechanisme bij normale lichaamsbewegingen? En hoe sluit onze kennis hierover aan bij therapieën die zich specifiek richten op bindweefsel? Dit artikel onderzoekt deze vragen aan de hand van recente literatuur. De conclusie is dat de functionele betekenis van epimusculaire krachttransmissie nog niet volledig is opgehelderd. Deze onduidelijkheid strekt zich ook uit tot de effectiviteit en de onderliggende mechanismen van behandelmethoden die zich richten op de manipulatie van bindweefsel.
Met de toenemende vergrijzing stijgt ook het aantal kwetsbare ouderen. Kwetsbaarheid is lastig te definiëren en in de literatuur is er geen eenduidigheid over. Terwijl het wel belangrijk is om te weten of iemand kwetsbaar is. Want hoe kwetsbaarder, hoe groter de kans op fysieke beperkingen, vallen, ziekenhuisopname en overlijden. Bij kwetsbaarheid zijn er behalve fysieke problemen ook vaak problemen met het psychisch en sociaal functioneren, zoals geheugenproblemen, somberheid en eenzaamheid. De fysieke component van kwetsbaarheid heeft veel overlap met sarcopenie. Deze e-learningmodule presenteert verschillende meetinstrumenten om kwetsbaarheid in kaart te brengen. De praktische toepassing geeft ook aangrijpingspunten voor behandeling en samenwerking met andere disciplines. Ook komen behandelmogelijkheden om sarcopenie en kwetsbaarheid te beïnvloeden aan de orde.
Onlangs heeft de International Association of Pain (IASP) onderscheid gemaakt in drie typen pijn: nociceptieve pijn, neuropathische pijn en nociplastische pijn. Van oudsher was bekend dat weefselschade veelal tot pijn leidt. Dit wordt nociceptieve pijn genoemd. Neuropathische pijn ontstaat door letsel of een aandoening van de zenuwen in het somatosensorisch zenuwstelsel. Nu wordt sinds enige tijd ook nociplastische pijn onderscheiden, waarbij er geen evidentie van weefselschade of dreigende weefselschade is, maar wel soms heftige pijn. De verklaring van de pijn wordt gezocht in de neuroplasticiteit: veranderingen in het zenuwstelsel. In deze e-learningmodule wordt uitleg gegeven over de verschillende pijntypen en wordt ingegaan op het fenomeen nociplastische pijn.
Dit artikel geeft een update over de bewegingscontrole van de wervelkolom bij lage rugpijn. Mensen met lage rugpijn gaan, door versterkte rekreflexen, ongewenste beweging van hun wervelkolom effectiever tegen dan gezonde personen. En patiënten met meer angst voor pijn doen dat effectiever dan minder angstige patiënten. Dit lijkt te wijzen op een adaptatie die positief uitpakt en de rug beschermt tegen verstoringen die mogelijk pijn zouden kunnen provoceren. Andere recente onderzoeken laten echter een verminderde controle over de beweging van de wervelkolom zien bij patiënten met lage rugpijn. Deze paradoxale bevindingen worden waarschijnlijk veroorzaakt doordat versterkte rekreflexen de controle verbeteren als er verstoringen optreden, maar juist verslechteren wanneer dit niet het geval is. Bij elke patiënt moet dan de vraag gesteld worden of deze baat heeft bij bescherming tegen verstoringen of juist last heeft van de afgenomen precisie van de bewegingscontrole bij vrijwillige beweging.