AccreDidact Huisarts

Praktijkgerichte nascholing voor de huisarts

Wil je toegang tot alle artikelen, video's en nascholing van AccreDidact Huisarts?

Abonneer nu! Meer informatie

Alle collecties van AccreDidact Huisarts

Gesorteerd op nieuw - oud
Mondzorg deel II - mond(on)gezondheid Lees meer over Mondzorg deel II - mond(on)gezondheid Mondzorg deel II - mond(on)gezondheid
Mondgezondheid wordt vaak beperkt tot tanden en kiezen, maar omvat het gehele orofaciale systeem: van de onderste helft van de schedel tot aan de hals. Binnen dit gebied vallen onder andere de tong, tonsillen, neus, farynx, larynx, lymfeklieren, speekselklieren, temporomandibulaire gewrichten en het gebit. Deze e-learning is het tweede deel van een tweeluik over mondgezondheid in de huisartsenpraktijk. Waar in deel I de dentitie en het parodontium centraal stonden, richt deze nascholing zich op de orale slijmvliezen, de tong, het speeksel, de speekselklieren, de temporomandibulaire gewrichten en halitose. U leert hoe u mondongezondheid herkent, wat u als huisarts zelf kunt doen en wanneer samenwerking met de tandarts of het mondzorgteam aangewezen is. De e-learning biedt praktische handvatten voor tijdige signalering en verwijzing, en versterkt de samenwerking tussen mondzorg en huisartsenzorg.
Voedingssupplementen Lees meer over Voedingssupplementen Voedingssupplementen
Patiënten weten dat voeding invloed heeft op gezondheid, maar laten zich vaak leiden door hardnekkige voedingsmythes en populaire gezondheidsclaims. Als huisarts wordt u regelmatig bevraagd over de betrouwbaarheid van supplementen, vitamines, kruiden en functionele voeding. In deze e-learning krijgt u de kennis aangereikt om gefundeerd advies te geven. Deze nascholing bespreekt voedingsgerelateerde misvattingen, relevante deficiënties bij risicogroepen en de wetenschappelijke beoordeling van gezondheidsclaims. U leert over Europese regelgeving, waaronder de Verordening (EG) nr. 1924/2006 en de rol van de European Food Safety Authority (EFSA). Claims worden toegelicht aan de hand van vier categorieën: artikel 13.1 (algemeen wetenschappelijk onderbouwd), artikel 13.5 (nieuw bewijs of eigendomsrechten), artikel 14(1)a (risicovermindering) en 14(1)b (groei en ontwikkeling bij kinderen). Ook komt de Novel Food Verordening (2018) aan bod en wordt uitgelegd wat termen als ‘suikervrij’ of ‘geen toegevoegde suikers’ wettelijk betekenen (onderdelen A1 t/m A4). Deze e-learning helpt u voedingsinformatie beter te duiden en patiënten kritisch en met vertrouwen te begeleiden.
Ethiek in de huisartsenpraktijk Lees meer over Ethiek in de huisartsenpraktijk Ethiek in de huisartsenpraktijk
Medische ethiek is zo oud als de geneeskunde zelf. Waar het ooit begon met de eed van Hippocrates, is het inmiddels uitgegroeid tot een zelfstandige discipline met handboeken, experts en universiteiten. Door wetenschappelijke, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen verschuift de focus van kunnen behandelen naar zinvolheid van behandelen – en dat raakt de dagelijkse praktijk van de huisarts direct. In deze e-learning leert u medisch-ethische vragen herkennen en systematisch benaderen aan de hand van de vier basisprincipes: respect voor autonomie, weldoen, niet schaden en rechtvaardigheid. Daarbij is ook aandacht voor andere kernwaarden zoals zorgvuldigheid, collegialiteit en loyaliteit. Aan de hand van een praktijkcasus rond het farmacotherapeutisch overleg wordt u meegenomen in de ethische afwegingen op micro-, meso- en macroniveau: van het individuele patiëntcontact tot systeemvragen over rechtvaardigheid in het zorgstelsel. U krijgt handvatten om morele dilemma’s te analyseren en uw eigen normatieve professionaliteit verder te ontwikkelen.
Anticoagulantia Lees meer over Anticoagulantia Anticoagulantia
Sinds enkele jaren zijn de niet-vitamine K-antagonisten orale anticoagulantia (NOAC’s), ook bekend als direct werkende orale anticoagulantia (DOAC’s), beschikbaar. In deze nascholing wordt consequent de term NOAC’s gebruikt. Het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) concludeerde in 2016, op basis van literatuuronderzoek, dat NOAC’s bij atriumfibrilleren (AF), diepveneuze trombose (DVT) en longembolie (LE) een effectief, veilig en gebruiksvriendelijk alternatief zijn voor vitamine K-antagonisten (VKA’s). De NHG-Standaard Atriumfibrilleren en NHG-Standaard Diepe veneuze trombose en longembolie zijn hierop aangepast. Sindsdien mogen ook huisartsen NOAC’s voorschrijven, mits een artsenverklaring wordt ingevuld via Zorgverzekeraars Nederland. In deze e-learning komen VKA’s, NOAC’s en heparines uitgebreid aan bod. In Blok A frist u uw kennis over hemostase en de werkingsmechanismen van trombocytenaggregatieremmers (TAR’s) en anticoagulantia op. Blok B behandelt de toepassing van antistolling bij AF en DVT/LE en de indicaties voor combinatietherapie met TAR’s en NOAC’s.
Urticaria en eczeem Lees meer over Urticaria en eczeem Urticaria en eczeem
Urticaria en constitutioneel eczeem zijn veelvoorkomende huidaandoeningen in de huisartsenpraktijk, die vaak leiden tot jeuk, ongerustheid en verwarring. In deze e-learning wordt ingegaan op de diagnostiek, behandeling en begeleiding van beide aandoeningen, met aandacht voor de rol van de huisarts. Urticaria presenteert zich acuut en heftig, en wordt vaak ten onrechte als allergische reactie geïnterpreteerd. Deze nascholing bespreekt wat de rol van allergie werkelijk is, welk aanvullend onderzoek zinvol is en wanneer verwijzing naar een specialist, zoals een dermatoloog of allergoloog, op zijn plaats is. U krijgt handvatten voor snelle en adequate verlichting van de jeuk. Bij constitutioneel eczeem ligt de nadruk op het chronische karakter en de impact op jonge patiënten en hun omgeving. In een landschap van tegenstrijdige adviezen is de regierol van de huisarts cruciaal. U leert hoe u als huisarts overzicht houdt en richting geeft aan behandeling en voorlichting. Deze nascholing biedt praktische kennis voor effectief beleid bij twee aandoeningen die veel vragen oproepen – zowel bij patiënten als bij zorgverleners.
Mammacarcinoom - aspecten voor de huisarts Lees meer over Mammacarcinoom - aspecten voor de huisarts Mammacarcinoom - aspecten voor de huisarts
Mammacarcinoom is de meest voorkomende maligniteit bij vrouwen in Nederland. Ongeveer 1 op de 8 vrouwen (12%) krijgt in haar leven te maken met invasieve borstkanker of ductaal carcinoma in situ (DCIS). In 2016 werden 14.640 gevallen van invasieve borstkanker en 2.548 gevallen van DCIS gediagnosticeerd. Dankzij bevolkingsonderzoek, verbeterde diagnostiek en effectievere therapieën is de prognose de afgelopen decennia sterk verbeterd. In deze e-learning wordt u als huisarts bijgepraat over actuele ontwikkelingen in de diagnostiek, behandeling en nazorg bij mammacarcinoom. U leert welke klachten in de huisartsenpraktijk aanleiding geven tot verdere diagnostiek, hoe groot de kans op maligniteit dan is, en wat patiënten na verwijzing kunnen verwachten. Daarnaast komt de rol van de huisarts in de nazorgfase uitgebreid aan bod, zoals beschreven in de NHG-Standaard en het NHG-Standpunt Oncologische zorg in de huisartsenpraktijk. Hierbij is aandacht voor het behoud van contact tijdens het behandeltraject en het bespreken van uitslagen of behandelkeuzes in vervolgconsulten.