Physios
Praktijkgerichte nascholing voor de fysiotherapeuten
Wil je toegang tot alle artikelen, video's en nascholing van Physios?
Abonneer nu!
Alle collecties van Physios
Gesorteerd op nieuw - oud
Overmatige fysieke inspanning maakt patiënten met het chronische vermoeidheidssyndroom (cvs) zieker. Dit is een typisch kenmerk van deze onderschatte aandoening. De kennis over de oorzaak van de slechte reactie van cvs-patiënten op lichamelijke inspanning raakt beetje bij beetje ontrafeld. Deze nieuwe inzichten vormen de theoretische basis voor een fysiotherapeutische behandeling op maat van iedere patiënt met cvs. Dit wordt praktisch geïllustreerd in deze casusbespreking. We doorlopen het klinisch redeneringsproces vanaf de aanmelding, via de definiëring van de behandeldoelstellingen tot het implementeren van de behandeling. De fysiotherapeutische behandeling wordt daarbij opgedeeld in twee fasen: een stabilisatiefase en een opbouwfase. Deze vorm van fysiotherapie kan cvs niet genezen, maar kan wel de functionaliteit van de patiënt verbeteren en de medische behandeling ondersteunen en aanvullen.
In 2001 heeft het kngf de richtlijn Lage-rugpijn uitgegeven en in 2003 de richtlijn Manuele therapie bij lage-rugpijn. De laatste richtlijn is op te vatten als een verdieping van de richtlijn Lage-rugpijn en sluit ook meer aan op de in 2003 gepubliceerde multidisciplinaire richtlijn. Naar verwachting zal in 2010 een update verschijnen van beide kngf-richtlijnen. Dit artikel beschrijft op basis van de verschenen richtlijnen en actuele ontwikkelingen een aantal belangrijke aspecten van het methodisch handelen bij lagerugpijn. De focus ligt hierbij vooral op de gehanteerde indeling in aspecifieke en specifieke lage-rugpijn.
Het maximale zuurstofopnamevermogen (VO2max) is een belangrijke maat voor de toestand van iemands cardiovasculaire en ventilatoire systeem en het spiermetabolisme. In dit artikel wordt ingegaan op de verschillende energiesystemen van de skeletspier, de relatie van het zuurstofopnamevermogen met de hartprestatie en de meting van het maximale zuurstofopnamevermogen door middel van maximale en submaximale tests.
Inspanningstests vormen een essentieel onderdeel van op maat gesneden trainingsprogramma’s. In de fysiotherapiepraktijk is het vaak niet mogelijk om uitgebreide ergometrietests uit te voeren. Toch zijn er diverse inspanningstests voorhanden die in de fysiotherapiepraktijk uitgevoerd kunnen worden. In dit artikel zullen we ingaan op het gebruik van de 6-minutenwandeltest en de shuttlewandeltest en op welke wijze de testresultaten geïnterpreteerd kunnen worden.
Door de enorme toename van de prevalentie en het zorgvolume van chronisch zieken is er behoefte aan goede, doelmatige chronische zorg, geleverd door een multidisciplinair samengesteld team van zorgverleners, bij voorkeur geïnitieerd vanuit de eerste lijn. Deze zorg kan pas optimaal verlopen indien een dergelijk team een handvat heeft voor de werkwijze en de manier waarop de kwaliteit van de geleverde zorg kan worden bewaakt. Daarom is in de regio Maastricht/Heuvelland in samenspraak met alle betrokken disciplines én patiëntenvertegenwoordigers een eerstelijns dbc voor diabetes mellitus type 2 ontwikkeld. Aan de hand van deze dbc worden de ontwikkelingen beschreven in de zorg voor chronisch zieken die ook van belang zijn voor de fysiotherapeut.
Motorische vaardigheden (tennissen, pianospelen etc.) zijn mogelijk doordat de hersenen spieractivaties in tijd en ruimte aansturen:
symphony of movements. Bij deze aansturing zijn vele hersengebieden betrokken die ieder hun eigen specifieke bijdrage leveren. Tijdens het leerproces treden plastische veranderingen op in die hersengebieden die bij de taak betrokken zijn; het tennisbrein en het pianistenbrein bestaan! Voor het vastleggen van deze plastische veranderingen blijken rust, slaap en dromen belangrijk: we leren niet zozeer tijdens maar tussen de trainingen. Zintuiglijke informatie is essentieel bij iedere motorische vaardigheid: visuele informatie voor tennissen, auditieve informatie voor muziek maken. Verwerking van sensorische informatie en feedback over motorische uitvoering of prestatie speelt een centrale rol bij drie klassieke leertheorieën: de perceptuele of engramtheorie, de schematheorie en de ecologische theorie.