Praktische Pediatrie

Praktijkgerichte nascholing voor kinderartsen

Een hoogwaardig Nederlandstalig nascholingstijdschrift in combinatie met een toegankelijk digitaal kennisplatform geaccrediteerd door de NVK. VSR is in aanvraag.

Wil je toegang tot alle artikelen, video's en nascholing van Praktische Pediatrie?

Abonneer nu! Meer informatie

Alle collecties van Praktische Pediatrie

Gesorteerd op nieuw - oud
Neonataal compartimentsyndroom: een onverwachte complicatie na een ongecompliceerde zwangerschap Lees meer over Neonataal compartimentsyndroom: een onverwachte complicatie na een ongecompliceerde zwangerschap Neonataal compartimentsyndroom: een onverwachte complicatie na een ongecompliceerde zwangerschap
Het neonataal compartimentsyndroom is een zeldzame ernstige aandoening, waarbij het aangedane ledemaat wordt bedreigd. In de hier beschreven casus zagen we een aterme neonaat, geboren na een ongecompliceerde zwangerschap en vlotte partus, met direct na geboorte huidafwijkingen van de onderarm, zwelling en verminderde motoriek. Op de derde levensdag werd de diagnose compartimentsyndroom gesteld en werd behandeling ingezet. Door beperkte kennis van het ziektebeeld en symptomen die afwijken van het klassieke beeld bij volwassenen, wordt de diagnose op neonatale leeftijd vaak vertraagd gesteld. Vroegtijdige herkenning is echter cruciaal om ernstige en blijvende schade te voorkomen, aangezien alleen tijdige fasciotomie effectief is in het beperken van weefselschade. Met dit artikel beogen wij daarom bij te dragen aan herkenning van het ziektebeeld.
Van vragenlijst naar gesprek: handvatten voor het gebruik van PROMs Lees meer over Van vragenlijst naar gesprek: handvatten voor het gebruik van PROMs Van vragenlijst naar gesprek: handvatten voor het gebruik van PROMs
Zoals de Canadese arts William Osler (1849–1919) ooit al zei: ‘It is much more important to know what sort of patient has a disease, than what sort of disease a patient has’. Juist bij chronisch zieke kinderen is het essentieel om verder te kijken dan de ziekte alleen. Generieke patient-reported outcome measures (PROMs) helpen snel inzichtelijk maken hoe een kind functioneert op fysiek, emotioneel en sociaal vlak. Deze vragenlijsten maken zichtbaar wat voor kind en ouders belangrijk is, ondersteunen vroege signalering en gezamenlijke besluitvorming en helpen de zorg afstemmen op de leefwereld van het kind. Ondanks de onderbouwing van de meerwaarde voor patiënttevredenheid en kwaliteit van zorg1-3 zijn PROMs nog geen vanzelfsprekend onderdeel van de dagelijkse praktijk. Implementatie vraagt tijd, afstemming en verandering van routines. Dit artikel laat aan de hand van inzichten bij de implementatie in drie ziekenhuizen (WKZ, HMC, JBZ) zien wat PROMs opleveren,4 waar u op moet letten bij de invoering ervan en hoe u ze inzet in de spreekkamer.
Polycytemie bij de pasgeborene: pathofysiologie, pragmatiek en valkuilen Lees meer over Polycytemie bij de pasgeborene: pathofysiologie, pragmatiek en valkuilen Polycytemie bij de pasgeborene: pathofysiologie, pragmatiek en valkuilen
Van polycytemie bij een pasgeborene is sprake bij een veneuze hematocriet van 0,65 l/l of hoger. Het is een ziektebeeld dat dikwijls asymptomatisch blijft en hierdoor vaak per toeval wordt gevonden. Het kan zich echter ook presenteren met een veelheid aan symptomen die ook kunnen optreden bij andere ziektebeelden. Het herkennen van polycytemie kan daardoor moeilijk zijn. Symptomen zullen zich soms pas in de loop van het ziektebeeld ontwikkelen. Bij een asymptomatische vorm van polycytemie is alleen monitoring noodzakelijk. Bij een milde en zelfs een ernstig verlopende polycytemie zijn ondersteunende therapie en toediening van extra vocht met controle van elektrolyten bijna altijd voldoende om het ziektebeeld snel onder controle te krijgen. Een partiële wisseltransfusie moet bij ernstige symptomen die niet goed reageren op behandeling worden overwogen, maar is zelden noodzakelijk.
Coffeïnetherapie bij apneus: een precair evenwicht? Lees meer over Coffeïnetherapie bij apneus: een precair evenwicht? Coffeïnetherapie bij apneus: een precair evenwicht?
Apneus bij prematuren ontstaan door een onrijp ademhalingsregulatiesysteem en kunnen leiden tot hypoxie. Coffeïne is een effectief en veilig middel voor de behandeling van apneus, met positieve effecten op de beademingsduur, bronchopulmonale dysplasie (BPD) en de neurologische ontwikkeling. De toepassing is de laatste jaren verschoven naar een vroegere start, hogere dosering en langere behandelduur. Hoewel therapeutic drug monitoring (TDM; het bepalen van geneesmiddelconcentraties met als doel effectieve en veilige behandeling) niet standaard wordt toegepast, is individuele evaluatie van effect en bijwerkingen wenselijk. De farmacodynamiek en -kinetiek van coffeïne zijn complex, gekenmerkt door trage klaring bij neonaten. De dosering kan gepersonaliseerd worden op basis van postnatale leeftijd. Stoppen rond 32-34 weken postmenstruele leeftijd is meestal mogelijk, mits geen apneus meer optreden. Voor extreem premature kinderen of bij BPD kan verlenging worden overwogen. Verder onderzoek richt zich op genetische responsvariatie, doseringsstrategieën, timing van toediening en alternatieve TDM-methoden ter optimalisatie van de therapie.
Nieuws Lees meer over Nieuws Nieuws
Coffeïne bij premature baby’s: langer behandelen niet altijd beter | De diagnostische waarde van leukocyten bij kinderen met koorts op de SEH
Nooit te jong om bevlogen oud te worden Lees meer over Nooit te jong om bevlogen oud te worden Nooit te jong om bevlogen oud te worden
In het huidige complexe zorglandschap, met uitdagende zorgvragen, technologische vooruitgang en een veranderende maatschappij, is het vak kinderarts een dynamische baan, waarin levenslang leren en aanpassen essentieel zijn. Daarbij wordt van kinderartsen gevraagd dat ze niet alleen vakinhoudelijk sterk zijn, maar ook mentaal veerkrachtig en duurzaam inzetbaar. De bevlogenheid voor het vak behouden en versterken is dan van belang. Kinderartsen en arts-assistenten kindergeneeskunde zijn erg trots op hun vak, maar uitval ligt op de loer door de hoge werkdruk en verstoring van de werk-privébalans. Met gerichte ondersteuning op individueel, team- en organisatieniveau versterken we de bevlogenheid onder kinderartsen, behouden we werkplezier én houden we het vak kindergeneeskunde aantrekkelijk voor de huidige en nieuwe generaties. Dit kan in elke fase van de carrière, van medisch student tot medisch specialist aan het einde van de loopbaan.