Coffeïnetherapie bij apneus: een precair evenwicht?

01 december 2025

Apneus bij prematuren ontstaan door een onrijp ademhalingsregulatiesysteem en kunnen leiden tot hypoxie. Coffeïne is een effectief en veilig middel voor de behandeling van apneus, met positieve effecten op de beademingsduur, bronchopulmonale dysplasie (BPD) en de neurologische ontwikkeling. De toepassing is de laatste jaren verschoven naar een vroegere start, hogere dosering en langere behandelduur. Hoewel therapeutic drug monitoring (TDM; het bepalen van geneesmiddelconcentraties met als doel effectieve en veilige behandeling) niet standaard wordt toegepast, is individuele evaluatie van effect en bijwerkingen wenselijk. De farmacodynamiek en -kinetiek van coffeïne zijn complex, gekenmerkt door trage klaring bij neonaten. De dosering kan gepersonaliseerd worden op basis van postnatale leeftijd. Stoppen rond 32-34 weken postmenstruele leeftijd is meestal mogelijk, mits geen apneus meer optreden. Voor extreem premature kinderen of bij BPD kan verlenging worden overwogen. Verder onderzoek richt zich op genetische responsvariatie, doseringsstrategieën, timing van toediening en alternatieve TDM-methoden ter optimalisatie van de therapie.

Leerdoelen

Na het bestuderen van deze collectie:

  • heeft u kennis over de farmacokinetiek en farmacodynamiek van coffeïne
  • weet u wat de huidige evidence is voor coffeïnebehandeling bij apneus
  • weet u welke aspecten moeten worden meegenomen voor optimale toepassing van coffeïne
  • krijgt u praktische tips voor een beter gebruik van coffeïne

Informatie over deze collectie

Publicatiedatum 01 december 2025
Duur
30 min

Accreditatie

Status
Niet gestart

Aan de slag

Abonneer op Praktische Pediatrie

Neem nu een abonnement op Praktische Pediatrie om deze inhoud te lezen.

In deze collectie

Artikel

Coffeïnetherapie bij apneus: een precair evenwicht?

Auteurs
dr. G.J. (Jeroen) Hutten
dr. R.B. (Robert) Flint
Niet gestart
30 min
Bijlage

Literatuurlijst

Niet gestart