Polycytemie bij de pasgeborene: pathofysiologie, pragmatiek en valkuilen
Van polycytemie bij een pasgeborene is sprake bij een veneuze hematocriet van 0,65 l/l of hoger. Het is een ziektebeeld dat dikwijls asymptomatisch blijft en hierdoor vaak per toeval wordt gevonden. Het kan zich echter ook presenteren met een veelheid aan symptomen die ook kunnen optreden bij andere ziektebeelden. Het herkennen van polycytemie kan daardoor moeilijk zijn. Symptomen zullen zich soms pas in de loop van het ziektebeeld ontwikkelen. Bij een asymptomatische vorm van polycytemie is alleen monitoring noodzakelijk. Bij een milde en zelfs een ernstig verlopende polycytemie zijn ondersteunende therapie en toediening van extra vocht met controle van elektrolyten bijna altijd voldoende om het ziektebeeld snel onder controle te krijgen. Een partiƫle wisseltransfusie moet bij ernstige symptomen die niet goed reageren op behandeling worden overwogen, maar is zelden noodzakelijk.
Leerdoelen
Na het bestuderen van deze content:
- heeft u kennis van de (patho)fysiologie van polycytemie/hyperviscositeit bij de pasgeborene
- weet u welke vormen van polycytemie/hyperviscositeit bij de pasgeborene bestaan
- kent u de symptomen die gepaard kunnen gaan met polycytemie
- bent u in staat om polycytemie adequaat te diagnosticeren en behandelen
- kent u de indicaties voor het verrichten van een partiele wisseltransfusie bij een polycytemie