Praktische Pediatrie
Praktijkgerichte nascholing voor kinderartsen
Een hoogwaardig Nederlandstalig nascholingstijdschrift in combinatie met een toegankelijk digitaal kennisplatform geaccrediteerd door de NVK. VSR is in aanvraag.
Alle collecties van Praktische Pediatrie
Gesorteerd op nieuw - oud
Hartritmestoornissen bij kinderen variëren van meestal goedaardige extrasystolen en bradycardie tot potentieel levensbedreigende tachycardieën. Het correct herkennen van deze ritmestoornissen op het ECG is essentieel, zowel voor gerichte behandeling als voor geruststelling van patiënt en ouders. In een eerdere editie van dit tijdschrift werd al uitleg gegeven over het lezen van een ECG voor niet-kindercardiologen.1 In dit artikel worden de meest voorkomende ritmestoornissen besproken, met specifieke aandacht voor een te snelle en een te langzame hartfrequentie. Daarnaast wordt ingegaan op extrasystolen en op de herkenning van onschuldige bevindingen en artefacten op het ECG. Ook nieuwe technologische ontwikkelingen komen aan bod. Met ECG-voorbeelden, praktische tabellen en kaders geven we houvast voor de dagelijkse praktijk.
Het neurologisch onderzoek heeft als doel om te beoordelen of er neurologische afwijkingen zijn en te lokaliseren waar in het zenuwstelsel een probleem aanwezig is. Het neurologisch onderzoek bij kinderen heeft veel overeenkomsten met dat zoals uitgevoerd bij volwassenen. De onderdelen (beoordelen bewustzijn, hogere corticale functies, motoriek, sensibiliteit, coördinatie en reflexen) zijn hetzelfde. Toch zijn er ook verschillen. Kinderen zijn nog volop in ontwikkeling en om te kunnen duiden of bepaalde bewegingspatronen en reflexen passend zijn bij de leeftijd, is het dan ook belangrijk om het normale beloop van die ontwikkeling te kennen. Ook de uitvoering is bij het jonge, minder coöperatieve kind anders, waardoor goede observatie extra belangrijk is. Naast het algemeen neurologisch onderzoek is het van belang om bij kinderen ook goed naar de biometrie, dysmorfe kenmerken en huidafwijkingen te kijken en een algemeen lichamelijk onderzoek te doen om na te gaan of er aanwijzingen zijn voor een onderliggende (neurologische) aandoening.
Jaarlijks presenteren zich 12.000 kinderen op de Spoedeisende Hulp met traumatisch hersenletsel (THL). Hiervan wordt 80% als licht THL geclassificeerd. Slechts een klein deel van deze kinderen heeft klinisch relevant letsel. De oude richtlijn Opvang van patiënten met licht traumatisch hoofd/hersenletsel uit 2010 werd niet goed gevolgd en gaf bovendien vaak advies tot beeldvormend onderzoek met CT. De nieuwe richtlijn Licht traumatisch hoofdhersenletsel in de acute fase uit 2024 adopteert de PECARN-beslisregel voor beeldvorming en neemt afscheid van het wekadvies voor kinderen die niet worden opgenomen. De verwachting is dat de nieuwe richtlijn tot minder CT-scans zal leiden. Prospectief observationeel onderzoek moet aantonen of dit inderdaad het geval is. Opnameduur en beleid bij een afwijkende CT-scan zijn kennishiaten die in de toekomst kunnen worden opgelost met prospectief onderzoek.
De zorg verandert continu. De laatste jaren wordt er steeds meer aandacht besteed aan shared decision-making, waarbij de bedvisite een van de mogelijkheden is om ouders en patiënt meer te betrekken bij het bepalen van het beleid. Maar hoe behouden we een veilig gevoel bij het kind? Dit artikel biedt zorgprofessionals praktische handvatten om bij te dragen aan een gevoel van veiligheid bij kinderen. Kinderen die zich veilig voelen, participeren beter in de zorg en nemen samen met zorgverleners beslissingen.
Het betreft een neonaat, geboren bij een amenorroeduur van 37 weken middels een sectio caesarea vanwege een stuitligging. Er was sprake van een goede start en een normaal geboortegewicht. Prenataal werd aanvankelijk gedacht aan een mannelijk genitaal. Een groeiecho bij een amenorroeduur van 34 weken liet echter ovaria zien, met beiderzijds multipele grote cysten.
Het biopsychosociaal-systemisch kwadrant (BPSS-kwadrant) breidt het klassieke biopsychosociale model uit door naast biologische, psychologische en sociale factoren ook de systemische context van het kind expliciet mee te nemen. Dit domein richt zich op de dynamiek binnen gezinnen en andere betekenisvolle sociale systemen waarin het kind functioneert: denk aan opvoedstijlen, interactiepatronen, familieverhoudingen en hoe een systeem als geheel omgaat met stress, ziekte of emotionele belasting. Door het systemische als afzonderlijk aandachtsgebied te benoemen, komt er meer focus op de wederzijdse beïnvloeding tussen het kind en zijn directe omgeving. In de kindergeneeskunde is dit cruciaal: kinderen zijn sterk afhankelijk van hun omgeving, die invloed heeft op hun lichamelijke en psychische gezondheid. Het systemische perspectief helpt begrijpen welke factoren bijdragen aan het ontstaan of in stand houden van klachten én wat binnen een gezin of netwerk juist beschermend werkt. Het BPSS-kwadrant ondersteunt kinderartsen om breder te kijken, beter te signaleren en gerichter te verwijzen.