Physios
Praktijkgerichte nascholing voor de fysiotherapeuten
Wil je toegang tot alle artikelen, video's en nascholing van Physios?
Abonneer nu!
Alle collecties van Physios
Gesorteerd op nieuw - oud
Dit artikel beschrijft de meest voorkomende gesloten vingerletsels waar de algemeen fysiotherapeut mee in aanraking kan komen. Het doel is een beknopt overzicht geven van de diverse pathologieën en directe handvatten bieden voor de diagnostiek. Hiermee kan de fysiotherapeut weloverwogen bepalen of het klinisch beeld door een gespecialiseerde professional (handtherapeut en/of handchirurg) moet worden gezien om genuanceerde diagnostiek mogelijk te maken. Het is belangrijk om onderscheid te kunnen maken tussen relatief onschuldig letsel en letsels met (ernstige) gevolgen. Uiteindelijk kunnen diagnostische missers leiden tot een pijnlijke, instabiele deformiteit van de vinger, met chronische klachten en forse beperkingen in het dagelijks functioneren als gevolg.
Hand- en polsblessures zijn elk jaar weer de duurste letsels. De handtherapie heeft in de loop van de jaren aangetoond dat samenwerking meerwaarde heeft, voor zowel de behandelaars als de patiënt, en dat structureel samenwerken door meerdere beroepsgroepen te realiseren is. Na veel orthopedische ingrepen is het gebruikelijk om een periode van enkele dagen tot weken te immobiliseren. Bij ingrepen aan de hand is het gevaar van irreversibele verstijving en contracturen reëel en is een actievere aanpak noodzakelijk. De input van de therapeut is vaak een onmisbaar onderdeel van de behandeling met als adagium: snel maar gedoseerd bewegen. Voordat bij een hand-of polsletsel tot operatie wordt overgegaan zou idealiter eerst een niet-chirurgisch traject moeten worden doorlopen, een vorm van ‘stepped care’. Therapeuten spelen daarbij een belangrijke rol om te bespreken wat de patiënt precies vraagt en wil met zijn hand- of polsprobleem; de zorgvraag van de patiënt
In dit artikel worden de ontwikkeling en mogelijkheden beschreven van de extended scopespecialist in de Nederlandse gezondheidszorg en in het bijzonder de rol van de als master opgeleide fysiotherapeut hierin. In
2010 heeft een werkgroep de internationale ontwikkeling van de extended scopespecialist naar de Nederlandse situatie vertaald. Later gebeurde dit vanuit de beroepsverenigingen voor manueeltherapeuten (NVMT) en sportfysiotherapeuten (NVFS). In 2017 is deze functie in Nederland geïntroduceerd en sinds die tijd gestaag ontwikkeld tot een waardevolle toevoeging aan de gezondheidszorg op het terrein van het houdings- en
bewegingsapparaat. Dit artikel gaat in op de positie van de extended scopespecialist in het Nederlandse zorgsysteem. Aan bod komt het belangrijke verschil tussen geautoriseerd handelen en gedelegeerd handelen. Er worden lopende projecten beschreven en de werkzaamheden van de extended scopespecialist worden aan de hand van casuïstiek duidelijk gemaakt.
Testvormen die aansluiten op bewegingsvormen in sport zijn hink- en éénbenige sprongtests, ook bekend als hoptests of functionele tests. Het testresultaat reflecteert een combinatie van neuromusculaire sturing, kracht en het vertrouwen om op het aangedane been te landen. Dit artikel beschrijft eerst de kenmerken van de verschillende hink- en sprongtests. Vervolgens komen het beoordelen van de kwalitatieve uitvoering,
invloed van factoren op de testuitvoering en het interpreteren van de meetresultaten aan bod. Dit artikel sluit aan op een artikel over het testen van kracht dat eerder in Physios is verschenen. Daarin is uitgebreid ingegaan op algemene aspecten van testen zoals het vergelijken met andere metingen of referentiewaarden, de invloed van biologische variatie en de klinimetrische eigenschappen.
Een triggerfinger kent, net als vele benamingen, meerdere oorzaken, predisponerende factoren en invalshoeken in de behandeling ervan. Om het proces te begrijpen en goed uit te kunnen leggen aan de patiënt is een gedegen kennis van de anatomie en de pathofysiologische veranderingen in het weefsel van belang, Factoren als roken, eenzijdige zware belastingen en eerder ondergane operaties kunnen bijdragen aan het ontstaan van deze storende aandoening. De behandelmogelijkheden zijn divers en krijgen richting door de inzichten van de (hand)therapeut, de handchirurg en huisarts, waarbij de patiënt uiteindelijk zelf bepaalt welke behandeling het meest geschikt is. Het te volgen traject kan dus per patiënt anders zijn op basis van ernst, duur en voorkeur van arts, (hand)therapeut en patiënt.
Dit artikel beschrijft de meest voorkomende gesloten polsletsels waarmee de algemeen fysiotherapeut in aanraking kan komen. Het doel is om een beknopt overzicht te geven van de diverse polspathologieën en om directe handvatten te bieden voor de diagnostiek. Op die manier kan de fysiotherapeut weloverwogen besluiten of de patiënt door een gespecialiseerde professional (handtherapeut en/of handchirurg) moet worden gezien om genuanceerde diagnostiek mogelijk te maken.