Physios
Praktijkgerichte nascholing voor de fysiotherapeuten
Wil je toegang tot alle artikelen, video's en nascholing van Physios?
Abonneer nu!
Alle collecties van Physios
Gesorteerd op nieuw - oud
De fysiotherapeutische behandeling bij klachten door carpale instabiliteit is lang onderbelicht geweest. Het beleid bestaat vaak uit rust, vermijden van belastende activiteiten en generieke krachtopbouw. De afgelopen tien jaar zijn er nieuwe inzichten gekomen in de artrokinematica van de pols, en specifiek de rol van de spieren en de proprioceptieve functie van de ligamenten. Deze inzichten zijn vooral verkregen door kadaveronderzoek naar specifieke vormen van carpale instabiliteit: scapholunaire, lunatotriquetrale en midcarpale instabiliteit. Deze informatie geeft de fysiotherapeut de mogelijkheid het onderzoek en de behandeling
specifieker uit te voeren. Wetenschappelijk onderzoek naar het effect van deze inzichten op het oefenprogramma voor deze specifieke vormen van carpale instabiliteit is nog niet voldoende uitgevoerd, maar de eerste gepubliceerde onderzoeksresultaten geven reden tot vertrouwen. In dit artikel worden de fundamenten van carpale instabiliteit uitgelegd en worden handvatten gegeven voor het lichamelijk onderzoek, klinisch redeneren en voor oefeningen die een aanvulling kunnen zijn op de behandeling van patiënten met klachten bij specifieke vormen van carpale instabiliteit.
In de fysiotherapeutische praktijk worden steeds vaker specifieke tests, beeldvormend onderzoek zoals echografie, en ook speciale vragenlijsten gebruikt voor diagnostische doeleinden. Aan het toepassen van diagnostische tests en het interpreteren van de uitslagen daarvan zitten echter vele haken en ogen. Dat wordt duidelijk gemaakt aan de hand van belangrijke testeigenschappen zoals sensitiviteit, specificiteit en likelihood ratio. Voor de toepassing van een test is het verder zeker zo belangrijk om rekening te houden met de voorafkans of prevalentie van de ziekte en de achterafkans op ziekte als de testuitslag (positief of negatief) bekend is. Dit artikel levert een bijdrage aan het beter begrijpen van de getalsmatige eigenschappen van tests en testuitslagen en helpt bij het beantwoorden van de vraag waarom je een test zou moeten doen in de fysiotherapeutische praktijk. Zeker als er meerdere tests bekend zijn voor een aandoening, of als er verschillende aandoeningen achter een (schouder)klacht schuil kunnen gaan, is integreren van fysiotherapeutische diagnostische kennis en voorafkansen cruciaal.
De hand… je kunt hem in eigen boezem steken, aan elkaar geven, de situatie eruit laten lopen of hem aan jezelf slaan. Je kunt zwaar op de hand zijn, de handen uit de mouwen steken of ergens een handje van hebben. Je kunt ergens de hand in hebben, iemand de vrije hand geven, hem boven iemands hoofd houden of hem voor iemand in het vuur steken.
Het carpaaltunnelsyndroom (CTS) is de meest voorkomende compressieneuropathie van de bovenste extremiteit. Fysiotherapie is doorgaans niet de eerste keus bij CTS, alhoewel een toenemend aantal studies een positief effect van fysiotherapeutische interventies laat zien. Het is een pathologie waarover de laatste jaren veel gepubliceerd is en in de literatuur zijn diverse theorieën over de pathofysiologie van CTS beschreven. Het uitgangspunt is dat bij de behandeling van CTS verder dient te worden gekeken dan alleen de compressie in de carpale tunnel. Na een bespreking van de pathofysiologie, diagnostiek en globale visie op de behandeling van CTS volgt een casusbeschrijving. In de casus wordt met behulp van neurodynamische technieken, manuele therapie van de kinetische keten en advies ingespeeld op de verschillende disfuncties en factoren die een rol kunnen spelen bij het carpaaltunnelsyndroom.
De duim is onmisbaar bij dagelijkse activiteiten zoals schrijven, potten opendraaien en aan- en uitkleden. Pijn aan de duim kan hierbij een grote belemmering vormen. Wanneer een patiënt zich presenteert met pijn in de
duimregio, is het belangrijk om verschillende differentiaaldiagnoses te overwegen, omdat iedere aandoening weer een ander behandelbeleid vergt. De aandoeningen kunnen los van elkaar bestaan, maar ook gecombineerd voorkomen. Dit artikel gaat in op het ontstaan van de meest voorkomende duimaandoeningen en beschrijft de relevante anatomie. Bij elke aandoening worden handvatten aangereikt voor anamnese, onderzoek en fysiotherapeutische interventie.
De distale radiusfractuur is een veelvoorkomende fractuur die meestal ontstaat door een val op de uitgestrekte hand. Voor dit type fractuur worden verschillende classificatiesystemen gebruikt, maar in de literatuur is geen consensus over welk systeem het best is. Op basis van de ernst van de fractuur en patiëntkarakteristieken zal de behandelend arts kiezen voor een conservatieve dan wel operatieve behandeling. Fysiotherapie kan een belangrijke rol spelen in de nabehandeling van een distale radiusfractuur. De revalidatie is in te delen in verschillende fasen: in eerste instantie ligt het accent op het verbeteren van de mobiliteit, in een latere fase steeds meer op het opbouwen van de belastbaarheid. Tijdens de nabehandeling is het belangrijk om eventuele complicaties te herkennen, zodat hiervoor een gerichte interventie kan worden toegepast.