Physios
Praktijkgerichte nascholing voor de fysiotherapeuten
Wil je toegang tot alle artikelen, video's en nascholing van Physios?
Abonneer nu!
Alle collecties van Physios
Gesorteerd op nieuw - oud
Het krijgen van een buikoperatie is een impactvolle gebeurtenis. Voor zowel de patiënt als de maatschappij is het belangrijk om na de operatie het hoogst haalbare niveau van functioneren te bereiken en weer te kunnen participeren in de samenleving. Een goede fysieke fitheid, zowel voor als na de operatie, kan het herstel bevorderen. Er is wat betreft prehabilitatie een positieve beweging: het belang ervan wordt steeds meer onderkend en landelijk ontstaan er steeds meer initiatieven. Fysiotherapie speelt hierbij een belangrijke rol en is in the lead als het gaat om het optimaliseren van de fysieke fitheid van de patiënt in het gehele perioperatieve traject. Om bij te dragen aan de positionering van de fysiotherapie binnen de multimodale aanpak, de verduidelijking en de professionalisering van de fysiotherapeutische rol, is de KNGF-handreiking Perioperatieve fysiotherapeutische zorg bij buikchirurgie tot stand gekomen. In dit artikel worden de belangrijkste onderdelen uitgelicht.
Een relatief nieuwe ontwikkeling in de gezondheidszorg is die van prehabilitatie, het optimaliseren van patiëntgebonden factoren voorafgaand aan een operatie om nadien een zo goed mogelijk resultaat te behalen. Zowel internationaal als in Nederland wordt veel wetenschappelijk onderzoek verricht en worden initiatieven ontplooid op het gebied van prehabilitatie, en de resultaten zijn veelbelovend. Voor het onderdeel fysieke training is de fysiotherapeut een belangrijke schakel in prehabilitatie. Hoewel de programma’s meestal strak geprotocolleerd zijn, blijft maatwerk noodzakelijk. Deze zorgbrede focus op prehabilitatie biedt fysiotherapeuten een kans om hun rol te pakken op het gebied van fysieke training. Dit artikel zoomt in op de wijze waarop de expertise van fysiotherapeuten toegepast kan worden bij het onderdeel fysieke training van prehabilitatieprogramma’s. Achtereenvolgens komen aan bod: fysiologische rationale, fysieke tests, fysieke training, beschrijving van prehabilitatieprogramma Fit4Surgery en tot slot een casus waarin het programma Fit4Surgery wordt gebruikt.
Het aantal voorste kruisbandletsels vertoont de laatste jaren een stijgende tendens. Een VKB-letsel kan leiden tot instabiliteitsklachten en tot beperkingen in het dagelijks leven en bij sportbeoefening. Bovendien vergroot het de kans op toekomstige artrose. Meestal wordt een VKB-ruptuur begeleid door andere letsels (meniscusrupturen, kraakbeenschade, extra-articulair bandletsel). De VKB speelt een belangrijke rol in het stabiliseren van de knie. De anatomie van de vezelstructuur in de VKB is ingewikkeld en biedt stabiliteit in alle posities van de knie. Het herstelvermogen van de VKB is gering door de matige doorbloeding. Na een reconstructie van de VKB treedt er weefselherstel op in de kruisbandplastiek. Het ombouwproces van de voorste kruisbandplastiek vertoont een aantal fases die van invloed zijn op de biomechanische kwaliteit van de reconstructie en de
opbouw in de revalidatie. Kennis hiervan is belangrijk voor een verantwoord revalidatietraject en het uiteindelijke resultaat van de behandeling.
In Nederland heeft ongeveer 12 procent van de mensen post-covidklachten ontwikkeld na een covid-19-infectie. De fysiotherapeut speelt een grote rol in de paramedische herstelzorg. Virtual reality (VR) wordt steeds vaker ingezet bij de fysiotherapeutische behandeling. Een haalbaarheidsonderzoek naar het gebruik van multimodale VR bij mensen met post-covidklachten in de eerstelijns fysiotherapiepraktijk laat zien dat patiënten zeer tevreden waren. 78 procent van de patiënten zou VR weer gebruiken in de toekomst en 92 procent zou VR aanbevelen aan anderen. Als vervolg loopt nu een prospectieve interventiestudie naar het effect van een multimodale VR-applicatie bij mensen met post-covidklachten.
Musculoskeletale klachten vormen een realiteit waarmee veel patiënten in de fysiotherapiepraktijk dagelijks worden geconfronteerd, en ze hebben een diepgaande invloed op hun levenskwaliteit. Oefentherapie staat
centraal bij de behandeling van deze klachten. Maar wat maakt oefentherapie nu echt effectief? Hoe zorgt de fysiotherapeut ervoor dat de behandeling naadloos aansluit op de behoeften van elke unieke patiënt? Dit artikel duikt dieper in de wereld van de oefentherapie. Aan bod komen de uitdagingen, de kracht van pijnmodulatie en motorisch leren. Inzicht wordt geboden in de vorm van patiëntcasussen. Dit artikel reikt niet alleen
theoretische kennis aan, maar biedt ook praktische handvatten voor fysiotherapeuten die streven naar een optimale patiëntenzorg.
De nieuwe KNGF-richtlijn Lage rugpijn en lumbosacraal radiculair syndroom (verder aangeduid als de richtlijn) geeft de fysiotherapeut handvatten om de kans op aanhoudende lage rugpijn te verminderen. Dit artikel
laat op basis van klinische ervaring zien hoe de fysiotherapeut de handreikingen uit de richtlijn in de praktijk kan toepassen. Er zijn diverse factoren die de prognose negatief kunnen beïnvloeden, waaronder de psychosociale factoren. Hoe kan de fysiotherapeut deze psychosociale factoren in kaart brengen en vervolgens meenemen in de behandeling? Als eerste wordt omschreven op welke punten de nieuwe richtlijn is veranderd. Daarna komen de als prognostisch omschreven psychosociale factoren aan bod, en hoe de fysiotherapeut deze in kaart kan brengen en in kan delen in de nieuwe behandelprofielen. Dit wordt vervolgens uitgewerkt in een casus.