Imago
Een onafhankelijke, ongesponsorde nascholingsformule over radiologie en nucleaire geneeskunde
Een multimediale combinatie van een vaktijdschrift, online kenniscentrum en geaccrediteerde e-learnings, geaccrediteerd door de NVvR en NVNG.
Alle collecties van Imago
Gesorteerd op nieuw - oud
De diagnostiek van bottumoren kan complex zijn. Soms kom je een ossale laesie tegen als toevalsbevinding. Het is dan belangrijk de laesie adequaat te classificeren zodat de patiënt de juiste work-up krijgt of gerustgesteld kan worden. Voor deze karakterisatie en indeling zijn verschillende handvatten beschikbaar: Leeftijd, Locatie, en de Lodwick criteria. Afhankelijk van de leeftijd en locatie kan een waarschijnlijkheidsdiagnose worden opgesteld van mogelijke laesies. Tenslotte bieden de Lodwick criteria houvast voor het onderscheid tussen benigne, onzeker en maligne kenmerken. Het belangrijkste bij bottumoren is niet het labelen van de laesie met een specifieke diagnose, maar het duiden als benigne, lokaal agressief (deze groep kan benigne en maligne laesies betreffen) of maligne. Zo nodig kan worden verwezen naar een expertise centrum voor bottumoren voor een advies, de verdere diagnostische work-up en behandeling.
Een vernauwing van één of beide nierarteriën kan het gevolg zijn van fibromusculaire dysplasie, maar ontstaat meestal als uiting van gegeneraliseerde atherosclerose. Zolang de mate van stenosering beperkt blijft, zal de nier via aanpassing van de intrarenale hemodynamiek nog voor voldoende perfusie kunnen zorgen. Naarmate de stenose in ernst toeneemt, wordt het renine-angiotensinesysteem echter steeds meer geactiveerd en ontstaat er ischemische schade in de nier met uiteindelijk nierfunctieverlies. Een van de gevolgen van nierarteriestenose is hypertensie, waarschijnlijk door het verhoogde reninegehalte. Toch blijft nog een aanzienlijk percentage van de patiënten normotensief. Revascularisatie heeft bij patiënten met fibromusculaire dysplasie vaak wel een gunstig effect, maar het nut van deze therapie bij atherosclerotische afwijkingen wordt betwijfeld. In de diagnostiek heeft de radioloog een belangrijke rol.
Een 74-jarige man heeft sinds twee dagen acute pijnklachten aan de linkerkant van zijn buik. Sinds een jaar heeft hij moeizame ontlasting en rectaal bloedverlies.
Patiënten met een herseninfarct door een cardiale emboliebron hebben vaker ernstigere symptomen, een hoger risico op een recidief herseninfarct en een slechtere functionele uitkomst dan patiënten met een herseninfarct door een andere oorzaak. Deze patiëntengroep heeft doorgaans een indicatie voor anticoagulantia in plaats van trombocytenaggregatieremmers. De huidige diagnostiek naar een cardiale emboliebron in Nederland bestaat uit een ECG, ritmemonitoring en cardiale beeldvorming door middel van transthoracale echografie. In de praktijk wordt de echo regelmatig niet, of pas dagen tot weken na het herseninfarct verricht met een groot risico op diagnostische vertraging. Een CT-scan van het hart als onderdeel van het acute scanprotocol is een modaliteit die kan leiden tot snellere en betere detectie van een cardiale emboliebron. Wereldwijd groeit het aantal ziekenhuizen dat CT-hart implementeert in hun acute scanprotocol. Met de toenemende ervaring kan de waarde van de CT-hart steeds beter ingeschat worden en lijkt het een veelbelovende modaliteit voor het optimaliseren van de beroertezorg. Er moeten echter nog stappen worden ondernomen om de waarde te evalueren in het kader van value-based healthcare, zoals het minimaliseren van scantijden en het scholen van zorgpersoneel.
Tuberculose van het centrale zenuwstelsel doet zich in Nederland vooral voor bij mensen uit landen waar tuberculose endemisch is, of bij de ouderen die in hun jeugd besmet zijn geraakt. Een hiv-infectie en immuunsuppressie verhogen het risico. De ziekte kan zich uiten als een subacute meningitis, cerebrale tuberculomen of myelitis/spondylodiscitis. Tuberculeuze meningitis kan ernstig verlopen met sterfte of blijvende schade tot gevolg. Helaas wordt het vaak te laat herkend. Microbiologische diagnostiek van de liquor is ongevoelig, en dikwijls wordt er een waarschijnlijkheidsdiagnose gesteld op basis van het klinische beeld, typische liquorafwijkingen en epidemiologie. De behandeling bestaat uit maandenlange antimycobacteriële behandeling, adjuvante corticosteroïden en soms uit liquordrainage. Tijdens de behandeling kan een paradoxale verslechtering optreden met een toename van de koorts, inflammatie en neurologische en/of radiologische achteruitgang. Dit noopt tot verlengde of hernieuwde immunosuppressie. Als aan tuberculose van het centrale zenuwstelsel wordt gedacht, moet isolatie worden overwogen, omdat veel patiënten ook longafwijkingen hebben en daarmee besmettelijk kunnen zijn.
Prof. dr. Lotty Hooft promoveerde als medisch bioloog op de afdeling Nucleaire geneeskunde en Klinische epidemiologie van het VUmc. Daar ontstond ook haar interesse in het vertalen van wetenschappelijk onderzoek naar klinisch handelen. Inmiddels is ze onder meer hoogleraar Evidence Synthesis and Knowledge Translation bij UMC Utrecht en directeur van Cochrane Netherlands. Een gesprek over richtlijnen, AI en de huidige tijdgeest.