AccreDidact Doktersassistent
Praktijkgerichte nascholing voor de doktersassistent
Wil je toegang tot alle artikelen, video's en nascholing van AccreDidact Doktersassistent?
Abonneer nu! Meer informatie
Alle collecties van AccreDidact Doktersassistent
Gesorteerd op nieuw - oud
Overgewicht en obesitas komen steeds vaker voor. De kosten van deze aandoening voor de gezondheidszorg zijn hoog, maar voor de patiënt is er al veel winst te halen in de vorm van een betere gezondheid en verhoging van het welzijn.
In deze nascholing leer je wat obesitas is, hoe dit ontstaat en welke factoren hieraan bijdragen. Je leert hoe obesitas kan worden behandeld met leefstijlinterventies, gedragstherapie, medicatie en bariatrische chirurgie. Daarnaast wordt uitgelegd dat bij mensen die obesitas hebben en patiënten die een bariatrische operatie hebben ondergaan aanpassing van de geneesmiddeldosering nodig kan zijn. Je krijgt een overzicht van en uitleg over de belangrijkste bariatrische operaties die in Nederland worden uitgevoerd, jaarlijks bij ongeveer 12.000 patiënten. Ook krijg je tips hoe je bepaalde complicaties van bariatrische operaties kunt herkennen en welke adviezen je patiënten hierbij kunt geven. Je leert verder ook welke vooroordelen er in de maatschappij leven rond mensen met obesitas en hoe je deze mensen respectvol kunt bejegenen.
Kortom, je krijgt door het volgen van deze nascholing een breed beeld van de diverse aspecten van deze ingrijpende aandoening, zodat je patiënten in de huisartsenpraktijk optimaal ten dienste kan staan!
In deze nascholing krijg je eerst inzicht in de geschiedenis van alcoholgebruik en de sociale context. Vervolgens worden definities van overmatig gebruik, probleemgebruik en verslaving behandeld. Daarna gaan we in op de lichamelijke gevolgen en de psychische context van alcoholgebruik, zoals de effecten op het (jonge) brein.
Aansluitend richt de e-learning zich op de behandeling van probleemgebruik, met nadruk op gesprekstherapie en technieken zoals motiverende gespreksvoering. Tot slot leer je hoe je als doktersassistent alcoholproblematiek kunt signaleren en bespreekbaar maken. De opgedane kennis wordt aangescherpt aan de hand van kennisvragen en casuïstiek.
In deze nascholing krijg je een overzicht van de recente wijzigingen in de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 (DM2), waarvan de meest belangrijke veranderingen plaatsvonden in november 2021 en december 2024. De nieuwe richtlijnen zijn niet alleen relevant voor nieuwe patiënten met DM2, maar ook voor bestaande patiënten, vooral voor diegenen met een zeer hoog risico op hart- en vaatziekten. Het doel is om jou als assistent te ondersteunen in het toepassen van deze richtlijnen, zodat je diabetespatiënten optimaal kunt begeleiden en complicaties kunt voorkomen.
De nascholing belicht de opkomst van nieuwe bloedglucoseverlagende geneesmiddelen die de risico’s op hart- en vaatziekten bij zeerhoogrisicopatiënten kunnen beperken. Er wordt ook aandacht besteed aan de brede impact van DM2, waaronder de schade die het verhoogde glucosegehalte in het lichaam aanricht. Naast bloedsuikercontrole, benadrukt de nascholing het belang van het normaliseren van bloeddruk en cholesterol om complicaties te voorkomen. Hierbij wordt ingegaan op de rol van medicatie en de noodzaak van een holistische benadering van diabeteszorg.
Het is geen uitzondering meer dat mensen op dansfeesten behalve alcohol en cannabis allerlei andere middelen gebruiken. Denk aan ecstasy (XTC, MDMA), cocaïne en amfetamine (speed, pep). Deze middelen worden gebruikt om het plezier van uitgaan en sociale interactie te verhogen en/of te verlengen. Het verschil tussen recreatief, incidenteel gebruik en probleemgebruik zit hem vaak in de motivatie van de gebruiker om te gebruiken.
Het type gebruiker dat middelen alleen gebruikt vanwege plezierige en sociale redenen wordt de ‘recreatieve gebruiker’ genoemd. In de meeste opzichten lijken deze personen op niet-gebruikers. Probleemgebruikers verschillen dikwijls in veel opzichten van recreatieve gebruikers. Deze groep staat vaak aan de rand van de samenleving, heeft een lage sociaaleconomische status, is werkloos en soms ook dakloos. Deze groep is het best in beeld bij de geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg.
Deze nascholing richt zich voornamelijk op de populaire drugs die voor een breed publiek interessant zijn bij het uitgaan en bij feesten. De nadruk ligt op de effecten, herkennen en behandelen van gezondheidsverstoringen. Het is voor de medisch professional belangrijk extra alert te zijn op tekenen van een drugsprobleem. Daarom worden instrumenten besproken die kunnen helpen om dit boven tafel te krijgen.
Suïcidaliteit komt regelmatig voor in de huisartsenpraktijk en kan zich voordoen bij verschillende psychiatrische aandoeningen, maar ook zonder een ‘harde’ diagnose. Suïcide is een zeldzame maar ingrijpende uitkomst van suïcidaal gedrag, met grote impact op nabestaanden en hulpverleners. Gemiddeld plegen vijf personen per dag suïcide, waarmee het doodsoorzaak nummer 1 is bij mensen van 10 tot 30 jaar.
Het beoordelen van suïcidaliteit is geen exacte wetenschap. Hard wetenschappelijk bewijs ontbreekt, waardoor klinische ervaring, intuïtie en goede communicatie cruciaal zijn. Het pluis/niet-pluisgevoel speelt hierbij een belangrijke rol. De doktersassistent is vaak het eerste aanspreekpunt, wat het belang van triage en alertheid benadrukt.
Deze e-learning, gebaseerd op de multidisciplinaire richtlijn Diagnostiek en Behandeling van Suïcidaal Gedrag (2012), de generieke module (2018) en de NHG-Standaard Depressie, vertaalt deze kennis naar de praktijk. Onderwerpen zijn:
Algemene principes en beoordeling van suïcidaliteit
Vormen van suïcidaliteit en handelen bij acute en chronische situaties
Communicatie en begeleiding
Specifieke aandacht voor de HAP
Handelwijze na een suïcide en omgang met nabestaanden
Praktische handvatten helpen u risicovolle situaties tijdig te signaleren en adequaat te handelen.
Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s) komen veel voor en kunnen, ook zonder klachten, schadelijke gevolgen hebben als ze niet worden behandeld. Huisartsen spelen een cruciale rol: ruim 60% van de soa-consulten vindt plaats in de huisartsenpraktijk. Tijdens zo’n consult beoordeelt de arts het risico op een soa, bepaalt of testen nodig zijn en stelt indien nodig een behandeling in. Voorlichting over veilige seks en partnerwaarschuwing vormen daarbij belangrijke onderdelen.
Het aantal hiv-besmettingen is de afgelopen jaren sterk gedaald, mede dankzij voorlichting, condoomgebruik, vroege opsporing en behandeling. Sinds 2016 is PrEP (Pre-Expositie-Profylaxe) beschikbaar in Europa. Patiënten met een hoog risico op hiv kunnen hiervoor bij een CSG terecht; anderen via de huisarts. Goede begeleiding bij PrEP-gebruik is essentieel.
Deze e-learning bestaat uit twee blokken:
Blok A behandelt epidemiologie, symptomen, beloop en diagnostiek van soa’s.
Blok B richt zich op behandeling, preventie, voorlichting, PrEP en PEP.