Socares
Een onafhankelijk, praktijkgericht nascholingsconcept voor én door specialisten/artsen ouderengeneeskunde
Een combinatie van vaktijdschrift, toegang tot online artikelen en e-learning, geaccrediteerd door de ABC1, VSR en NAPA.
Alle collecties van Socares
Gesorteerd op nieuw - oud
Basisartsen hebben tegenwoordig meer dan ooit vragen over hun vervolgopleidingen, coschappen en anios-schappen. Ze vragen zich bijvoorbeeld af: kan ik met dit vak later de arts zijn die ik wil zijn en tegelijkertijd de mens, partner, ouder, enzovoort die ik wil zijn? Met andere woorden: is dit specialisme geschikt voor mij? Ook kunnen ervaringen tijdens de vervolgopleiding tot specialist ouderengeneeskunde bij aiossen twijfels en vragen oproepen als: ben ik wel geschikt voor dit vak?
Daarnaast, of in samenhang met deze vragen, kan het tijdens de opleiding voorkomen dat bepaalde competenties niet voldoende worden ontwikkeld. Dit kan extra aandacht en aansturing vereisen en in het uiterste geval zelfs leiden tot beëindiging van de opleiding van de aios.
Het doel van dit artikel is om bewustwording te creëren rond deze vragen en problemen. We belichten het perspectief van de aios en de instituutsdocent en de rol van de opleider als coach en facilitator van de opleiding, naast hun formele rol als beoordelaar.
Bij antibioticagebruik denk je al snel aan de arts of aan andere medische behandelaren, zoals de verpleegkundig specialist of de physician assistant. En terecht. Zij schrijven tenslotte de antibiotica voor. De besluitvorming begint echter vaak al eerder – én bij andere betrokkenen.
IMF: Vergrijzing als motor van economische groei | Armoede uitgelegd aan mensen met geld | AI in de zorg: beloftevol, maar (nog) niet zaligmakend
Een 91-jarige vrouw wordt in de nacht onderkoeld en met enkele kleine wonden aan de voeten en benen aangetroffen in de tuin van ons verpleeghuis. Er volgt een snelle achteruitgang met een wondinfectie. Enkele dagen later ontstaan plots kaak-, nek- en rugkrampen met benauwdheid, angst en pijn. Er is een sterk vermoeden op tetanus en er wordt een symptomatisch beleid ingesteld. De impact voor de patiënt en diens omgeving is groot. Deze casus benadrukt het belang van preventieve vaccinatie, en beschrijft daarnaast de prognose, behandelconsequenties en impact van dit zeldzame ziektebeeld bij kwetsbare ouderen.
Door de vergrijzing neemt het aantal patiënten van ≥ 70 jaar met een heupfractuur toe. Veruit het grootste deel van deze patiënten zijn mobiele ouderen met een goede levensverwachting. Voor hen is het behandeldoel vaak duidelijk; operatief beleid om de beste kansen te creëren voor herstel van mobiliteit. Echter, een deel van de patiënten met een heupfractuur zijn kwetsbare, multimorbide, oudere patiënten. Deze subcategorie patiënten woont vaak in een verpleeghuis en heeft na een heupfractuur in het algemeen een verhoogd risico op negatieve gezondheidsuitkomsten, zoals verlies van functionaliteit, (verlengde) ziekenhuisopname en overlijden. De heupfractuur kan een uiting zijn van kwetsbaarheid en een teken van de palliatieve fase die palliatieve zorg behoeft. In hoeverre is in deze subcategorie patiënten een operatieve behandeling van de heupfractuur passende zorg die bijdraagt aan de kwaliteit van leven en sterven in deze laatste levensfase? Vanuit die context is het SPING-blok ontwikkeld en geïmplementeerd als onderdeel van niet-operatieve behandeling van heupfracturen bij kwetsbare oudere patiënten.
‘U heeft vasculaire dementie’, zegt de huisarts tegen mijn moeder. Ik had het verwacht, maar nu het uitgesproken is, komt het toch hard binnen. ‘Wat een onzin’, zegt ze boos. ‘Iedereen vergeet wel eens iets. Ik wil een andere huisarts!’
We zitten in de auto. Ze kijkt me aan met ogen die ik nauwelijks herken, dan draait ze zich weg. De stilte voelt zwaar. Dit is het begin van iets dat alles verandert.
Ik vind een andere huisarts binnen de praktijk die haar dossier wil overnemen, maar hij zegt uiteraard hetzelfde. En weer is mijn moeder boos. ‘Ik ga er niet meer naartoe’, klinkt het beslist. Het doet pijn om te zien dat ze de diagnose niet kan of wil accepteren. Hoe kan ik haar helpen als ze geen ziekte-inzicht heeft? Ik voel me machteloos. Dan besluit ik: ik kies ervoor om aan te sluiten, om mee te bewegen met haar dementie.