Socares
Een onafhankelijk, praktijkgericht nascholingsconcept voor én door specialisten/artsen ouderengeneeskunde
Een combinatie van vaktijdschrift, toegang tot online artikelen en e-learning, geaccrediteerd door de ABC1, VSR en NAPA.
Alle collecties van Socares
Gesorteerd op nieuw - oud
Bruxisme – het onbewust klemmen of knarsen van de tanden – komt ook bij ouderen regelmatig voor, maar blijft in de ouderenzorg vaak onderbelicht. Nachtelijke onrust, kaakpijn, protheseproblemen of verminderde voedselinname worden dan toegeschreven aan agitatie, pijn elders of medicatiebijwerkingen. Bij kwetsbare ouderen kan bruxisme echter leiden tot aanzienlijke klachten, zoals craniofaciale pijn, slaapverstoring, beschadiging van dentitie of prothesen en functionele achteruitgang.
Bruxisme is geen primair tandheelkundig probleem, maar een complexe, grotendeels centraal gereguleerde kauwspieractiviteit, die kan worden beïnvloed door slaap, stress, neurologische aandoeningen, medicatie en lokale mechanische factoren. Dit artikel bespreekt de pathofysiologie, klinische presentatie en diagnostiek van bruxisme bij ouderen, met nadruk op herkenning in de dagelijkse praktijk. Daarnaast wordt een stapsgewijs, conservatief behandelbeleid beschreven, gericht op comfort, veiligheid en interdisciplinaire samenwerking.
De specialist ouderengeneeskunde werkt dagelijks in een complex veld. Door de dubbele vergrijzing – meer ouderen én ouderen die ouder worden – neemt de zorgvraag toe, terwijl de duurzame inzetbaarheid van de beroepsgroep zelf onder druk staat. De stijgende cijfers rond burn-out en verminderd werkplezier maken duidelijk dat dit geen individueel probleem is, maar een structurele uitdaging. Vitaliteit is daarom geen persoonlijke luxe, maar een professionele voorwaarde voor patiëntveiligheid en kwaliteit van zorg.
Een groot deel van de overbelasting komt voort uit factoren die buiten de individuele professional liggen. Personeelstekorten, toenemende regeldruk en structurele schaarste zijn systeemproblemen, geen persoonlijke keuzes. Daarnaast spelen een hoge werkdruk, de inzet van relatief laaggeschoold personeel en steeds complexere zorgvragen een belangrijke rol. Deze omstandigheden kunnen een vicieuze cirkel in gang zetten: meer stress vergroot het risico op fouten of twijfel, wat kan leiden tot kritische vragen van familie, klachten of juridische procedures. Dat versterkt op zijn beurt het gevoel van druk en waakzaamheid, waardoor het stressniveau verder oploopt.
Op veel van deze factoren heeft u als individu vaak slechts beperkt directe invloed. Daarom richt dit artikel zich vooral op wat u zelf kunt doen en waar u wél regie kunt nemen. Dit artikel biedt meer dan losse tips & tricks. In dit artikel wordt de fysiologie van chronische stress en de psychologie van arbeid verkend. Met behulp van het job demands-resources-model – dat de balans beschrijft tussen taakeisen (wat energie kost) en energiebronnen (wat energie geeft) – wordt geanalyseerd waarom bevlogen artsen kunnen vastlopen. Daarnaast komt moral injury (morele verwonding) aan bod: het innerlijke conflict dat ontstaat wanneer een arts niet de zorg kan leveren die hij of zij medisch-ethisch juist acht. Tot slot wordt job crafting geïntroduceerd: het actief aanpassen van taken, samenwerking en betekenis van het werk om meer regie en energie te ervaren. In combinatie met waardengedreven leiderschap biedt dit een route van inzicht naar concrete interventie, met als doel niet alleen volhouden, maar weer floreren.
In dit artikel wordt ingegaan op de prevalentie van verslaving onder zorgprofessionals, de specifieke risicofactoren en drempels die hen belemmeren om hulp te zoeken, en hoe problematisch middelengebruik op een vertrouwelijke en effectieve manier bespreekbaar gemaakt kan worden. Tot slot wordt het steunpunt van ABS-zorgprofessionals belicht, waar zorgprofessionals met problematisch middelengebruik en verslaving anoniem en laagdrempelig terechtkunnen voor ondersteuning en behandeling.
Het levenstestament is inmiddels niet meer weg te denken uit onze samenleving. Banken, notarissen, ouderen, hun kinderen, maar ook huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde krijgen ermee te maken. Het gebruik van het levenstestament verloopt niet altijd naar volle tevredenheid. Voor artsen kan het levenstestament soms meer vragen oproepen dan antwoorden geven.
Een veelvoorkomend probleem is dat volmachtgevers vaak meerdere kinderen als gezamenlijke gevolmachtigden aanwijzen. Banken en zorginstellingen willen echter meestal met één contactpersoon werken. In de praktijk leidt dit tot vertraging en spanningen, zeker wanneer kinderen verschillende opvattingen hebben over wat in het belang van hun ouder is. Als specialist ouderengeneeskunde komt u dan in een lastige positie: wie mag beslissen, en hoe voorkomt u dat u midden in een familieconflict belandt?
Dit artikel bespreekt eerst kort de ontstaansgeschiedenis van het levenstestament. Vervolgens richt het zich op het medische aspect: waar vindt u als arts de relevante informatie en hoe interpreteert u die? Vervolgens wordt er ingegaan op praktische problemen die u in de verpleeghuiszorg kunt tegenkomen, zoals onduidelijkheid over wilsbekwaamheid, behandelwensen en bevoegdheden. Tot slot worden de recente ontwikkelingen geschetst. Het artikel sluit af met een pleidooi voor meer samenwerking en begrip tussen de medische en notariële beroepsgroep. Want uiteindelijk hebben we hetzelfde doel: het welzijn van uw patiënt – en mijn cliënt.
Een 79-jarige vrouw werd aangemeld voor onze afdeling Eerstelijnsverblijf (ELV). De reden voor aanmelden was dat zij hulpbehoevend was door immobiliteit bij een conservatief behandelde heupfractuur. Na drie maanden van een stabiel klinisch beloop thuis kon de indicatie voor 24-uurs palliatieve thuiszorg niet meer verlengd worden. Er was geen verwachting dat zij binnen drie maanden zou komen te overlijden. Zij bleef echter wel afhankelijk van 24-uurszorg, en omdat haar echtgenoot opgenomen werd in het ziekenhuis, moest er iets anders geregeld worden. Dit artikel beschrijft het beloop van deze casus.
De multidisciplinaire richtlijn Mondproblemen en slikstoornissen in de palliatieve fase biedt zorgverleners handvatten voor het signaleren, diagnosticeren en behandelen van mondproblemen en slikstoornissen bij patiënten in de laatste levensfase. Deze klachten zijn veelvoorkomend en hebben grote impact op het comfort en de kwaliteit van leven, maar worden vaak laat herkend. In Socares worden in twee artikelen de belangrijkste hoofdstukken uit de richtlijn besproken, elk geïllustreerd met een klinische casus. In dit eerste artikel komen thema’s als xerostomie, hyposialie, mucositis, infecties, voorlichting en preventie aan bod. In het tweede artikel, dat zal verschijnen in de tweede editie van dit jaar, worden de pijnlijke mond, slikstoornissen, tumorgerelateerde mondproblemen, smaakstoornissen en slechte adem behandeld. Concluderend blijkt dat structurele aandacht, scholing en interdisciplinaire samenwerking nodig zijn om mondzorg een vanzelfsprekend onderdeel van palliatieve zorg te maken.