Physios
Praktijkgerichte nascholing voor de fysiotherapeuten
Wil je toegang tot alle artikelen, video's en nascholing van Physios?
Abonneer nu!
Alle collecties van Physios
Gesorteerd op nieuw - oud
De beperkingen in cognitie en het adaptieve gedrag resulteren bij mensen met een verstandelijke beperking in een andere mate van functioneren in het dagelijks leven. Fysiotherapeuten die werken met mensen met een verstandelijke beperking lopen in de behandeling tegen uitdagingen aan. Deze uitdagingen lopen nogal uiteen, bijvoorbeeld op het gebied van begrip en communicatie, een andere manier van het verwerken van zintuigelijke prikkels, een complexe voorgeschiedenis, een ontwikkelingsachterstand en/of disharmonisch ontwikkelingsprofiel. Dit stelt specifieke eisen aan de behandelende fysiotherapeut. In het eerste deel van het tweeluik is ingegaan op algemene kenmerken van een verstandelijke beperking. In dit tweede deel ligt de focus op het fysiotherapeutisch onderzoek en de behandeling.
Dit artikel is het laatste deel van het drieluik over het ‘zware’ leven van de lumbale disci intervertebrales. In deel 1 (editie 2020-3 van Physios) zijn de bouw, functie en de bloed- en zenuwvoorziening van de lumbale discus beschreven en is het verschil tussen discusdegeneratie en discusveroudering belicht. Deel 2 (editie 2021-4 vanPhysios) is ingegaan op verschillende aspecten van discusdegeneratie. Er zijn morfologische kenmerken van discusdegeneratie besproken, het veranderde mechanische gedrag van een discus met discusdegeneratie is beschreven, en besproken is hoe zowel mechanische als biologische factoren een rol spelen in de progressie van discusdegeneratie. Deel 3 staat eveneens in het teken van discusdegeneratie. Het artikel start met de oorzaken van het ontstaan van discusdegeneratie. Hierbij spelen niet mechanische factoren de belangrijkste rol, zoals vaak gedacht wordt, maar juist genetische factoren. Al jaren is bekend dat het op individueel niveau niet mogelijk is om aan de hand van de ernst van discusdegeneratie, vastgesteld via beeldvorming, te voorspellen of de persoon asymptomatisch (zonder lage rugpijn) of symptomatisch (met lage rugpijn) is. Maar wat maakt dan wel het verschil? Na een poging tot een antwoord op deze vraag sluit het artikel af met de beschrijving van de fysiotherapeutische behandeling van een patiënt met lage rugpijn op basis van discusdegeneratie.
Het (her)leren van motorische vaardigheden speelt een belangrijke rol in de fysiotherapie en de revalidatie. Aangezien motorisch leren op te vatten is als een (relatief blijvende) verandering in de aansturing van bewegingen, worden in dit artikel eerst drie essentiële kenmerken van de bewegingssturing besproken, aangeduid met de termen hiërarchisch, doelgericht en variabel. Deze kenmerken fungeren vervolgens als conceptueel kader voor het bespreken van de inzichten die de laatste drie decennia zijn verworven ten aanzien van de rol van kennisopbouw (expliciet versus impliciet), aandacht (interne versus externe focus) en variabiliteit (traditioneel versus differentieel leren) in motorische leerprocessen. De waarde van deze inzichten voor de fysiotherapie- en revalidatiepraktijk wordt beoordeeld in het licht van de beschikbare klinische evidentie. De conclusie is dat de effectiviteit van therapeutische handelingen gericht op het (her)leren van bewegingen kan worden verrijkt door toepassing van de besproken inzichten.
VKB-letsel heeft vaak grote impact op het motorisch functioneren. Mensen moeten vaak langere tijd revalideren voordat ze weer (op niveau) kunnen sporten. Alhoewel neuromusculaire training bewezen effectief is bij het voorkómen van VKB-blessures, houden veel sporters desondanks een groot risico op recidive. Mogelijk is dit probleem te verminderen door de zelforganisatie van het bewegen te stimuleren tijdens de VKB-revalidatie, zodat revalidanten leren om het bewegen flexibel aan te passen aan de snel veranderende taak- en omgevingsfactoren. Dit zou het risico verminderen op recidiefblessures in dit soort situaties. In dit artikel wordt uiteengezet hoe specifieke motorische leerprincipes kunnen worden gebruikt om dit te bewerkstelligen: (1) het vergroten van variatie van het oefenen en (2) impliciete leermethodes toepassen. Daarbij wordt ingegaan op de achtergrond en bewijs voor deze methodes.
Volgens (inter)nationale richtlijnen vormen gesuperviseerde looptraining en leefstijlbegeleiding de eerstekeuzebehandeling voor personen met claudicatio intermittens (CI). Gezamenlijke besluitvorming, een aanpak voor onder andere fysio- en oefentherapeuten waarbij evidence-based kennis gecombineerd wordt met voorkeuren van de patiënt, wordt in deze richtlijnen aangemoedigd. Het daadwerkelijk toepassen van gezamenlijke besluitvorming blijkt in de praktijk echter beperkt. Voor de behandeling van mensen met CI is daarom een nieuwe prognosetool ontwikkeld om het proces van samen beslissen te ondersteunen, genaamd KomPas. KomPas geeft met grafieken voor ieder individu een persoonlijke prognose van het te verwachten resultaat van een behandeltraject. Met KomPas kunnen therapeuten een patiënt beter informeren over het te verwachten beloop en de uitkomst van de therapie. Dit vergroot de betrokkenheid van de patiënt, wat gezamenlijke besluitvorming faciliteert. Dit artikel geeft inzicht in de ontwikkeling en het gebruik van KomPas en de dataverzameling die daarmee gepaard gaat.
In toenemende mate wordt het analyseren van big data gebruikt om de fysiotherapeutische zorg te verbeteren. Naast beschrijvend (diagnostisch en prognostisch) onderzoek leent big data zich ook voor het onderzoeken van causale verbanden in etiologisch en effectonderzoek. Het duiden van eventuele causaliteit van verbanden is echter niet eenvoudig terwijl dit (impliciet) wel vaak wordt gedaan, bijvoorbeeld bij het
meten van de kwaliteit van zorg door middel van PROM’s. Voor het beoordelen van de causaliteit van verbanden kunnen de klassieke overwegingen opgesteld door sir Bradford Hill behulpzaam zijn. Daarnaast kan
confounding (verwarring) door andere factoren het zicht op een causaal verband vertroebelen. Wanneer big data gebruikt wordt voor etiologisch of effectonderzoek moet hier in de onderzoeksopzet en analyse rekening mee worden gehouden. Voor effectonderzoek is het raadzaam met de analyse van big data zoveel mogelijk een gerandomiseerd interventieonderzoek, een zogenaamde ‘target trial’, na te bootsen.