Nurse Academy
Praktijkgerichte nascholing voor verpleegkundigen
Nurse Academy biedt bijscholing via een vaktijdschrift met online toetsen, gecombineerd met een kennisarchief, speciaal voor verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten (VS) in het ziekenhuis. Je kunt er 40 accreditatiepunten per jaar mee halen, geaccrediteerd door de V&VN VS, waar en wanneer jij dat wilt.
Wil je toegang tot alle artikelen, video's en nascholing van Nurse Academy?
Abonneer nu! Meer informatie
Alle collecties van Nurse Academy
Gesorteerd op nieuw - oud
De agressie tegen zorgverleners neemt nog steeds toe. Hoe gaat u als zorgverlener om met agressie en wat kunt u doen om agressie te verminderen? Wat zegt de wet hier eigenlijk over? Deze vragen komen aan de orde in dit artikel over de casus van Seda.
In de dagelijkse zorgpraktijk worden zorgverleners regelmatig geconfronteerd met situaties waarbij het onduidelijk is wat goede zorg is. Morele twijfels horen bij het werk van iedere zorgverlener, maar als de mentale belasting van die twijfels te groot wordt, kan dit leiden tot morele stress en burn-out. Morele veerkracht helpt zorgverleners met deze twijfels om te gaan en goede zorg te blijven verlenen. CURA is een laagdrempelige vorm van moreel beraad die zorgverleners ondersteunt om samen stil te staan bij moreel lastige situaties en tot weloverwogen acties te komen. In dit artikel illustreren we aan de hand van een casus hoe CURA werkt in de praktijk en hoe het de morele veerkracht van zorgverleners versterkt.
Een post-partumpsychose is een ernstige psychiatrische aandoening die doorgaans binnen vier weken na de bevalling ontstaat.1 Het ziektebeeld kan zich snel en onvoorspelbaar ontwikkelen. Als er niet adequaat behandeld wordt, kunnen risico’s ontstaan voor zowel moeder als kind, waaronder in zeldzame gevallen suïcide of infanticide. Het is van belang dat alle hulpverleners die te maken hebben met kraamvrouwen kennis hebben van deze aandoening, zodat eerste symptomen worden opgemerkt en behandeling wordt ingezet. Daarnaast is preventieve behandeling aangewezen voor vrouwen die een verhoogd risico hebben op het krijgen van een post-partumpsychose.
Delier op de intensive care (IC) is een ernstige acute ontregeling van de hersenen met problemen in aandacht, bewustzijn en cognitie. Delier kent verschillende subtypen, komt veel voor en heeft ingrijpende gevolgen op de korte en lange termijn, zoals een verlengde beademingsduur, ligduur en cognitieve achteruitgang. Daarnaast leidt een delier tot een grote emotionele belasting voor patiënten en familie. Er zijn meerdere risicofactoren die een delier beïnvloeden zoals een hogere leeftijd of een hoge ziektelast. Daarnaast spelen het gebruik van onder andere benzodiazepines en verder IC-omgevingsfactoren (licht en geluid, slechte nachtrust) een negatieve rol. Een delier kan meestal goed herkend worden door frequente screening met gevalideerde screeningsinstrumenten, zoals de Confusion Assessment Method for the Intensive Care Unit (CAM-ICU) of de Intensive Care Delirium Screening Checklist (ICDSC). Voor preventie en behandeling is de meest effectieve aanpak een combinatie van niet-farmacologische (verpleegkundige) interventies – zoals vroegmobilisatie, prikkelreductie, familieparticipatie en stimulering van dag-en-nachtritme – als onderdeel van essentiële zorg. Daarom is delier een verpleegkundig sensitieve uitkomst. Medicamenteuze behandeling wordt alleen ingezet bij een grote belasting voor de patiënt en wanneer niet-farmacologische interventies onvoldoende zijn.
Verpleegkundigen staan dagelijks voor de grote uitdaging kwalitatief hoogwaardige zorg te bieden binnen de tijd en middelen die hiervoor beschikbaar zijn. Dit vraagt om een kritische afweging: welke handelingen dragen daadwerkelijk bij aan goede zorg en welke niet. Het project KwaliTIJD ondersteunt verpleegkundigen bij het aanpakken van handelingen die beter wel gedaan of beter niet gedaan kunnen worden en daardoor dus geïmplementeerd of gedeïmplementeerd moeten worden. Dit artikel beschrijft geleerde lessen en het stappenplan dat verpleegkundigen daarbij ondersteunt.
Na hypofysechirurgie is nauwkeurige monitoring van de vochtbalans essentieel om arginine-vasopressine-deficiëntie (AVP-deficiëntie, voorheen centrale diabetes insipidus) vroegtijdig te herkennen. Kernparameter hierbij is het soortelijk gewicht (SG) van de urine, naast diurese, serumnatrium en klinische symptomen. Traditioneel ligt deze monitoring voor het grootste deel bij de verpleegkundige. In de huidige zorg, waarin patiëntparticipatie en zelfmanagement steeds belangrijker worden, is de vraag hoe patiënten een actieve rol kunnen krijgen in deze monitoring.
In dit artikel verkennen we aan de hand van een casus en recente onderzoeksresultaten hoe verpleegkundigen samen met patiënten kunnen beslissen over zelfmeting van urine-SG met urine teststrips en wat dit vraagt van patiënten, verpleegkundigen en het ziekenhuis. We bespreken kansen (vroegtijdige signalering, patiëntempowerment, vermindering werkdruk) en uitdagingen (veiligheid, selecties van geschikte patiënten, scholing, vertrouwen). Tot slot bieden we een concreet stappenplan, aandachtspunten en de specifieke rol van de verpleegkundige en verpleegkundig specialist bij het implementeren van patiëntparticipatie in monitoring na hypofysechirurgie.