AccreDidact Huisarts
Praktijkgerichte nascholing voor de huisarts
Wil je toegang tot alle artikelen, video's en nascholing van AccreDidact Huisarts?
Abonneer nu! Meer informatie
Alle collecties van AccreDidact Huisarts
Gesorteerd op nieuw - oud
De recente actualisatie van de NHG-Standaard Anticonceptie biedt een goed moment om het onderwerp anticonceptie opnieuw te belichten. Opvallend is de dalende populariteit van de klassieke pil onder jonge vrouwen, met een toename in het gebruik van spiraaltjes. De standaard onderscheidt nu een eerste- en tweedekeuscombinatiepil, maar andere orale anticonceptiva blijven bespreekbaar, ondanks een licht verhoogd risico op veneuze trombo-embolie bij sommige nieuwe pillen.
In deze nascholing krijgt u praktische handvatten bij veelvoorkomende vragen over pilgebruik, zoals doorbraakbloedingen, stemmingsklachten, migraine met aura, lactatie, tromboserisico’s en vergeten pillen. Ook komt het 24/4-innamepatroon aan bod.
Blok A behandelt orale anticonceptie en veelvoorkomende praktijkvragen. Blok B gaat in op noodanticonceptie, waarbij ook de rol van de apotheker en de keuze tussen levonorgestrel, ulipristal en het morning-afterspiraaltje besproken wordt. Tot slot belicht Blok C andere anticonceptiemethoden, waaronder het spiraaltje, pessarium, condoom, sterilisatie en de lactatieamenorroemethode.
Na afloop van deze e-learning bent u volledig op de hoogte van de actuele richtlijnen en kunt u uw patiënten goed informeren over passende anticonceptieopties.
Ongeveer 2,3 miljoen Nederlanders zijn zwakbegaafd (IQ 70–85) en vormen een vaak onzichtbare, maar kwetsbare groep in de huisartsenpraktijk. Ze hebben een verhoogd risico op lichamelijke, psychische en sociale problemen, en worden vaak onder het label LVB (licht verstandelijke beperking) geschaard. Toch is er in de huisartsenzorg nog weinig aandacht voor deze groep, mede door onbekendheid met de kenmerken en het ontbreken van herkenning in de spreekkamer.
In deze nascholing leert u hoe u zwakbegaafdheid bij patiënten herkent en hoe u uw communicatie hierop kunt afstemmen. Blok A richt zich op het signaleren van zwakbegaafdheid en de overlap met psychische stoornissen. Blok B behandelt de benadering van psychische klachten bij deze doelgroep, inclusief diagnostiek, verwijslijnen en behandelmogelijkheden.
De inhoud is gebaseerd op klinische ervaring, wetenschappelijke literatuur en de Generieke module Psychische stoornissen en zwakbegaafdheid of een lichte verstandelijke beperking, mede ontwikkeld door de Landelijke Vereniging POH-GGZ. Na afloop van deze e-learning bent u beter toegerust om passende zorg te bieden aan patiënten met een lager IQ en psychische klachten.
Allergische aandoeningen, zoals hooikoorts, huidreacties, voedselallergieën en allergie voor bijen- of wespensteken, komen veel voor in de huisartsenpraktijk. In deze nascholing worden deze vier vormen besproken. Grote allergieën zoals astma en coeliakie blijven buiten beschouwing.
Blok A behandelt hooikoorts op basis van de herziene NHG-Standaard Allergische en niet-allergische rinitis. U leert onder andere over het verlengde pollenseizoen en het verband tussen allergische rinitis en astma. Vervolgens wordt ingegaan op huidallergieën (type IV-reacties), de rol van allergenen en herkenning van triggers.
Blok B richt zich op voedselallergieën, waarbij wordt benadrukt dat deze minder vaak voorkomen dan gedacht en dat diagnostiek vaak tekortschiet. Ook de risico’s en behandeling van anafylaxie bij bijen- en wespensteken komen aan bod.
Blok C bespreekt behandeling en preventie: de rol van farmacotherapie, het belang van niet-medicamenteuze adviezen en de plaats van immunotherapie. Hierbij is ook de paragraaf Anafylaxie uit de NHG-Standaard Geneesmiddelen en zuurstof in spoedeisende situaties opgenomen.
Na deze e-learning heeft u een actueel en praktisch toepasbaar overzicht van de diagnostiek en behandeling van veelvoorkomende allergische aandoeningen in de huisartsenpraktijk.
Ongewild urineverlies en verzakkingen komen veel voor, maar worden door vrouwen vaak niet besproken. Schaamte, het idee dat het ‘erbij hoort’, of de veronderstelling dat behandeling niet mogelijk is, vormen drempels om hulp te zoeken. In de huisartsenpraktijk komen deze klachten soms terloops aan bod, of worden ze opgemerkt bij lichamelijk onderzoek. Huisartsen en praktijkmedewerkers kunnen een belangrijke rol spelen in het signaleren en bespreekbaar maken ervan.
Deze nascholing versterkt uw kennis over de diagnostiek en behandeling van incontinentie en prolaps, zodat kennisgebrek geen belemmering hoeft te zijn voor goede zorg.
Blok A behandelt de achtergronden en diagnostiek van urine-incontinentie en verzakkingsklachten.
Blok B richt zich op de behandelmogelijkheden in de eerste en tweede lijn, inclusief aandacht voor complicaties bij operatieve ingrepen.
Na afloop van deze e-learning bent u beter toegerust om deze veelvoorkomende, maar vaak onbesproken problematiek actief te signaleren, bespreekbaar te maken en effectief te behandelen of gericht te verwijzen.
Het zorglandschap verandert, met steeds meer samenwerking tussen eerste- en tweedelijnszorg. Ook in de geestelijke gezondheidszorg is deze verschuiving merkbaar. Door sluiting van GGZ-bedden en lange wachtlijsten worden patiënten met chronische of complexe psychiatrische klachten vaker in de huisartsenpraktijk gezien. Huisartsen krijgen hierdoor te maken met psychofarmaca en problematiek buiten hun vertrouwde expertise.
Deze nascholing behandelt consultatieve psychiatrie als antwoord op deze ontwikkelingen. Blok A beschrijft het veranderende zorglandschap, de toename van complexe GGZ-zorg in de eerste lijn en de knelpunten in verwijzing en behandeling. Blok B gaat in op de werkwijze van psychiatrische consultatie in de huisartsenpraktijk: hoe het consult verloopt, welke adviezen het oplevert, en wat de voordelen zijn voor patiënt én huisarts.
Psychiatrische consultatie is laagdrempelig, versterkt het vertrouwen van de patiënt en helpt de huisarts tot een gerichte inschatting en behandelstrategie te komen. U leert in deze e-learning hoe u deze vorm van samenwerking kunt inzetten voor betere, snellere en meer passende zorg voor uw patiënten met psychische klachten.
Schouderklachten behoren, na nek- en rugklachten, tot de meest voorkomende klachten van het bewegingsapparaat in de huisartsenpraktijk. In 2018 ging het om bijna 36 nieuwe episoden per 1.000 patiënten per jaar. De werkelijke prevalentie ligt hoger, aangezien slechts 40% van de patiënten hiermee naar de huisarts gaat. Klachten nemen toe met de leeftijd en zijn vanaf de puberteit vaker aanwezig bij vrouwen.
Schouderklachten kunnen langdurig en invaliderend zijn. De helft van de patiënten ervaart klachten langer dan zes maanden, bij 40% houden ze langer dan een jaar aan. In 80% van de gevallen is de subacromiale ruimte de bron van de klachten, maar vaak is sprake van meerdere aangedane structuren, wat diagnostiek en behandeling bemoeilijkt.
Deze nascholing is gebaseerd op de NHG-Standaard Schouderklachten en bestaat uit twee delen. Deel 1 behandelt de algemene diagnostiek en de meest voorkomende aandoeningen in de subacromiale ruimte. Deel 2 gaat in op intra-articulaire pathologie van het glenohumerale gewricht en het AC-gewricht. Niet-orthopedische oorzaken zoals maligniteit of neurologische problematiek vallen buiten het bestek van deze e-learning.
Na afloop bent u beter toegerust om schouderklachten effectief te herkennen, classificeren en behandelen.