Nurse Academy GGZ
Praktijkgerichte nascholing voor verpleegkundigen in de GGZ
Nurse Academy GGZ biedt bijscholing via een vaktijdschrift met online toetsen, gecombineerd met een kennisarchief, speciaal voor verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten (VS) in de geestelijke gezondheidszorg. Je kunt er 36 accreditatiepunten per jaar mee halen, geaccrediteerd door de V&VN VS, waar en wanneer jij dat wilt.
Wil je toegang tot alle artikelen, video's en nascholing van Nurse Academy GGZ?
Abonneer nu! Meer informatie
Alle collecties van Nurse Academy GGZ
Gesorteerd op nieuw - oud
Bij een patiënt met een eetstoornis is er een verstoring in het eetgedrag en in het denken over eten. De DSM-5 beschrijft zeven verschillende eetstoornissen. In dit artikel gaan we uitgebreid in op de stoornis anorexia nervosa. Bij deze stoornis is er naast de psychiatrische problematiek vaak sprake van somatische complicaties. Deze patiënten hebben gedurende een lange periode restrictief gegeten met als gevolg ernstig ondergewicht. Om de eetstoornis te behandelen is het soms noodzakelijk eerst het ondergewicht (en de daarmee gepaard gaande somatische complicaties) te verbeteren. Dit hervoeden of ‘refeeden’ brengt ook risico op somatische complicaties met zich mee. Tijdens een refeedingopname wordt toegewerkt naar somatische stabilisatie en gewichtsherstel. De focus van dit artikel ligt op de verpleegkundige bejegening tijdens dit refeedingproces. De manier van communiceren met de patiënt over de eetstoornis kan ervoor zorgen dat de patiënt wat afstand neemt van de eetstoornis. Hierdoor wordt het mogelijk tijdens de behandeling gemeenschappelijke doelen na te streven.
Bewegen heeft een positieve invloed op zowel de fysieke als mentale gezondheid en verlengt de levensverwachting met één tot vier jaar. Bewegen kan preventief en curatief worden ingezet als interventie in de gezondheidszorg. Er is in toenemende mate evidentie voor de positieve gezondheidseffecten van bewegen en ook richtlijnen ten aanzien van duur en intensiteit zijn beschikbaar, zoals de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB). Om bewegen als interventie in te zetten liggen de uitdagingen in het adviseren, motiveren en uitdagen van de patiënt tot ander beweeggedrag. Dit gedrag bestaat uit verschillende determinanten en kan stapsgewijs beïnvloed worden.
Bij de zorg voor psychiatrische patiënten zijn dikwijls verschillende hulpverleners van verschillende instellingen betrokken. Idealiter is de psychiatrische, somatische en maatschappelijke zorg voor ernstig psychiatrische patiënten geïntegreerd. In werkelijkheid verloopt de samenwerking tussen overheids- en maatschappelijke organisaties, GGZinstellingen en (academische) ziekenhuizen echter vaak moeizaam. De sleutel ligt hier in het kantelen van ketenzorg naar netwerkzorg. Bij netwerkzorg richt iedere partij in het netwerk van de patiënt zich op zijn kerntaken, zodat de vereiste zorg en ondersteuning op elk moment door de best toegeruste behandelaar worden uitgevoerd, in samenwerking met de andere partners. Om een (zorg)netwerk goed te laten werken, wordt in regio Utrecht gebruikgemaakt van PsyNet. PsyNet is een digitaal beveiligd platform, waar de cliënt samen met zijn mantelzorgers en zorgverleners een netwerk vormt. In de afgelopen twee jaar hebben we veel lessen geleerd waarmee u bij het implementeren van een e-health tool rekening kunt houden.
Een-op-eenbegeleiding is een interventie voor begeleiding van psychiatrische cliënten in een extra beveiligde kamer (EBK). In de praktijk werkt het ook ondersteunend voor cliënten in een crisis en kan het destructief gedrag en dwangmaatregelen voorkomen. Er is geen verpleegkundige richtlijn, model of methodiek voor de uitvoering ervan. Hiervoor werd het Close Contact Intervention Model (CCI) ontwikkeld. Dit werd afgeleid van het ‘Behavioral Change Stairway Model’ (BCSM), ontwikkeld door Vecchi. De essentie van CCI is het zo snel mogelijk bereiken van gedragsbeïnvloeding op basis van vertrouwen en samenwerking met de cliënt, door op de juiste momenten in de contactopbouw de juiste woorden en houding te gebruiken. CCI rust op drie fundamenten om er voor de psychiatrie een werkbaar model van te maken. Deze fundamenten zijn: vakmanschap, persoonlijke factoren en voorwaarden in de omgeving. CCI is een model voor observatie en handelen. Het is daardoor een professionele interventie die gebaseerd is op kennis, ervaring en skills.
Separatie wordt als ongewenst beschouwd en het terugdringen van verschillende aspecten daarvan staat hoog op de agenda. Het evalueren van separaties is een norm en levert belangrijke informatie op die behulpzaam kan zijn bij het terugdringen. Dit artikel beschrijft een studie waarin retrospectief verzamelde data werden geanalyseerd van patiënten die gesepareerd waren in een kliniek voor ernstige dubbele problematiek. Van de 29 uitgevoerde separaties zijn er 19 geëvalueerd. Iets minder dan de helft had een negatieve ervaring en twee patiënten hadden nog steeds last van de separatie. De meerderheid was tevreden over de begeleiding en wist wat nodig was om uit de separeer te komen. Bijna de helft gaf aan dat separeren voorkomen had kunnen worden. Het evalueren van separaties is een zinvol instrument en levert patiënten en verpleegkundigen nuttige informatie op.
Patiënten zonder ziekte-inzicht zijn in staat om over de eigen situatie te praten vanuit hun eigen logica en met eigen wensen en verlangens. De informatie die zij geven is onder andere gebaseerd op persoonlijke subjectieve kennis. Deze kennis sluit niet altijd aan bij de kennis van de zorgprofessional. Door goed te luisteren naar de verhalen van patiënten, de pijn te zien en de ervaringen te interpreteren, kunnen zorgprofessionals het unieke en het individuele perspectief van patiënten beter herkennen en de zorg hierop aansluiten. Hiervoor is het noodzakelijk dat zorgprofessionals zich bewust zijn van de ongewenste effecten van rigide toegepaste institutionele regels. Soms is het nodig af te wijken van deze regels. Er ontstaat dan ruimte om meer aandacht te schenken aan individuele behoeften, de pijn van de patiënt en voor een waardering van alle verschillende perspectieven op de zorgsituatie. Het is waarschijnlijk dat dit het vertrouwen van patiënten in de zorg vergroot. Het inzetten van de eigen (subjectieve) kennis van de cliënt zonder ziektebesef kan toch voor enige mate van samenwerking en tevredenheid zorgen.