Nurse Academy GGZ
Praktijkgerichte nascholing voor verpleegkundigen in de GGZ
Nurse Academy GGZ biedt bijscholing via een vaktijdschrift met online toetsen, gecombineerd met een kennisarchief, speciaal voor verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten (VS) in de geestelijke gezondheidszorg. Je kunt er 36 accreditatiepunten per jaar mee halen, geaccrediteerd door de V&VN VS, waar en wanneer jij dat wilt.
Wil je toegang tot alle artikelen, video's en nascholing van Nurse Academy GGZ?
Abonneer nu! Meer informatie
Alle collecties van Nurse Academy GGZ
Gesorteerd op nieuw - oud
Multidisciplinaire richtlijnen zijn niet meer weg te denken uit de gezondheidszorg. Richtlijnen ondersteunen evidence-based werken, waarbij de beste beschikbare wetenschappelijke literatuur wordt gecombineerd met de expertise van de professional en de expertise en voorkeuren van patiënten. Richtlijnen staan boven in de piramide van evidence (nog boven systematische reviews), maar dit gaat alleen op als het een richtlijn van goede kwaliteit betreft. Om de methodologische kwaliteit van een richtlijn te controleren, wordt de internationale standaard AGREE-II gebruikt. Dit gevalideerde instrument beoordeelt de kwaliteit van een richtlijn met 23 items in zes domeinen. Werken volgens richtlijnen is een middel om goede patiëntenzorg te kunnen leveren. De verpleegkundige en verpleegkundig specialist moeten echter aandacht hebben voor de kwaliteit van de richtlijn om de kwaliteit van de aanbevelingen op waarde te kunnen schatten.
Zelfmanagement is het vermogen van mensen om hun ziekte of beperking zo goed mogelijk in hun leven in te passen. De beroepsvereniging Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN) ziet zelfmanagementondersteuning als een belangrijke kerntaak van de verpleegkundige. Het is belangrijk te weten hoe iemand zijn eigen vermogen tot zelfmanagement inschat om zorg op maat te kunnen bieden. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van een meetinstrument. Dit artikel beschrijft allereerst hoe u als verpleegkundige een onderbouwde keuze kunt maken voor een instrument. Er wordt aan de hand van de COSMIN-checklist ingegaan op de psychometrische eigenschappen van beschikbare meetinstrumenten. Er wordt een recente review naar bestaande meetinstrumenten voor zelfmanagement bij patiënten met schizofrenie gepresenteerd. Tot slot worden enkele aandachtspunten aangereikt hoe te komen tot de juiste keuze van een meetinstrument in de verpleegkundige praktijk.
Sinds 2012 wordt de Multidisciplinaire richtlijn schizofrenie gebruikt om de behandeling voor mensen met een psychotische stoornis vorm te geven. Inmiddels is er meer wetenschappelijke evidentie en praktijkkennis rondom deze doelgroep, waarbij in Australië klinische stadiëring is ontwikkeld. Volgens klinische stadiëring heeft de patiënt, afhankelijk van de fase waarin hij zit in zijn ziekteproces, behoefte aan bepaalde typen en een bepaalde intensiteit van interventies. De zorgstandaard Psychotische stoornissen, gebaseerd op de Multidisciplinaire richtlijn schizofrenie en de module Vroege Psychose, die ook in 2017 uitkomt, beschrijft welke diagnostiek en behandeling in welke fase standaard en welke optioneel dient te worden ingezet. Daarnaast beschrijft de zorgstandaard op welke manier de zorg rond de individuele patiënt vormgegeven kan worden, gericht op alle domeinen van herstel, waarbij de patiënt en zijn naasten een belangrijke rol hebben bij het kiezen van vorm en inhoud van het behandelproces. Dit artikel beschrijft de belangrijkste thema’s in de zorgstandaard Psychotische stoornissen, die in de loop van 2017 uitkomt.
Psychiatrische stoornissen en gebruik van psychofarmaca kunnen van invloed zijn op de rijgeschiktheid. Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) gebruikt wettelijk vastgelegde criteria om te bepalen of patiënten met een psychiatrische stoornis hun rijbewijs mogen krijgen of behouden. Dezelfde criteria kunnen door behandelaars gebruikt worden voor een advies aan hun patiënt. De criteria ten aanzien van stemmingsstoornissen en psychotische stoornissen zijn afgelopen jaar flink versoepeld.
Voor medicatiegebruik en autorijden gelden er per medicijn specifieke bepalingen, die gemakkelijk op internet terug te vinden zijn.
De behandelaar dient de patiënt te informeren over de geldende regels en adviezen. Bij grote gevaren kan de behandelaar ervoor kiezen zijn beroepsgeheim te doorbreken, waarna het CBR het rijbewijs kan invorderen.
Tricyclische antidepressiva (TCA) hebben verschillende bijwerkingen, waaronder anticholinerge bijwerkingen, sedatie, orthostatische hypotensie, verminderde cognitie en vallen. Deze bijwerkingen kunnen verschillende oorzaken hebben, zoals veranderde farmacokinetiek of -dynamiek bij ouderen, interacties met andere geneesmiddelen of farmacogenetica. Het vroegtijdig herkennen van bijwerkingen is van belang om het veilig geneesmiddelgebruik bij ouderen te kunnen handhaven. Vallen kan bijvoorbeeld worden voorkomen wanneer orthostatische hypotensie of sedatie als gevolg van TCA-gebruik wordt onderkend.
Het crisisontwikkelingsmodel 2.0 is een uitgebreide versie van het crisisontwikkelingsmodel. Toegevoegd zijn de kennis en observatie van de basisemoties: verdriet en ondraaglijk lijden, woede, angst en verrassing, afschuw, minachting en blijdschap. Zo ontstaat een model voor de analyse van incidenten en het verder verfijnen van de-escalerende technieken in spanningsvolle situaties. Het biedt extra handvatten voor het vroegsignaleren van risicovol gedrag.
Dat geeft hulpverleners mogelijkheden voor het onderscheiden van emoties, waardoor ze gericht kunnen reageren. Door dieper inzicht in de onderliggende emoties krijgt de hulpverlener een kader om de verschillende lagen van een spannende situatie te verkennen en van daaruit aan te sluiten bij een cliënt. De emotie die de meeste aandacht opeist is niet vanzelfsprekend de emotie die de meeste aandacht nodig heeft.