A&I
Een onafhankelijke, geaccrediteerde nascholing over perioperatieve geneeskunde
Een combinatie van vaktijdschrift, e-learning en congressen, geaccrediteerd door de ABIC. Aanvragen die door ABIC worden geaccrediteerd krijgen de categorie ‘Nascholing Intensive Care’. De nascholingen met deze categorie tellen mee voor zowel het basisspecialisme (NVA, NIV, NVVC, NVvH, NVN en NVALT) als het aandachtsgebied Intensive Care.
Alle collecties van A&I
Gesorteerd op nieuw - oud
Postoperatieve misselijkheid en braken (PONV) is een frequent voorkomende en door patiënten als zeer vervelend ervaren bijwerking van algehele anesthesie. PONV ontstaat door een samenspel van vele factoren die zowel patiënt-, chirurgie- als anesthesiegerelateerd zijn. Eenvoudige risicoscores zijn beschikbaar, maar lijken niet in iedere populatie even effectief in het correct voorspellen van het risico op PONV. Voor universele PONV-profylaxe voor iedere patiënt onder algehele anesthesie lijkt geen wetenschappelijke basis. Er is geen bewijs voor een hogere effectiviteit van profylaxe ten opzichte van therapie. Bij universele profylaxe vindt een forse overbehandeling plaats. Voor medicamenteuze profylaxe en therapie zijn droperidol, dexamethason, 5-HT3-receptorantagonisten (ondansetron, granisetron en tropisetron) en metoclopramide allemaal geschikt. De effectiviteit van metoclopramide ligt iets lager en van de overige medicamenten is deze vergelijkbaar. Bovendien is acupressuur van punt P6 een effectieve therapie tegen PONV.
Anamnese afgenomen voorafgaand aan een operatie is de beste voorspeller van het risico op complicaties tijdens en na de operatie. De sensitiviteit wordt zelden verhoogd door aanvullend onderzoek. Om onnodig aanvullend onderzoek te beperken, kan gebruikgemaakt worden van eenvoudige beslisbomen. Deze beslisbomen moeten gehanteerd worden in samenspraak met snijdende en beschouwende specialisten.
Uw aandachtsgebied is opvallend ruim. Het bevat onder andere hemostase, trombose, diffuse intravasale stolling, atherosclerose, fibrinolyse, trombolyse, infectie en intensivecaregeneeskunde. In dit interview ligt de nadruk op onderdelen van deze onderzoeksgebieden die van belang zijn voor de intensive care en anesthesiologie. Wat vindt u van het huidige gebruik van geactiveerde proteïne-C (APC) met het oog op de verminderde werkzaamheid van deze stof in sommige patiëntengroepen, zoals kinderen en relatief minder zieke intensivecarepatiënten?
Prohemostatische therapie is effectief bij de preventie en adjunctieve behandeling van bloedverlies. Bevordering van de bloedstolling is mogelijk op drie niveaus: in de primaire hemostase, bij de vorming van het fibrinestolsel en door remming van de fibrinolyse. Hoewel specifieke correctie van elk van de elementen van de hemostase dus mogelijk is, lijkt prohemostatische therapie ook effectief als compensatie van een stollingsdefect in een ander systeem, of zelfs als er geen stollingsafwijking is. Het potentiële risico van een prohemostatische interventie is optreden van een trombo-embolische complicatie, maar deze kans lijkt in de praktijk erg klein.
Steeds meer (oudere) patiënten gebruiken antistollingsmiddelen of trombocytenaggregatieremmers, vaak ook nog een combinatie van deze middelen. Het risico op een trombo-embolie wordt hierdoor beperkt, maar bij een operatieve ingreep bestaat wel een verhoogd risico op een (na)bloeding. Een spinaal-epiduraal hematoom is dé bloedingscomplicatie na een neuraxisblokkade die tot ernstige morbiditeit kan leiden. Kennis van de farmacokinetiek van antistollingsmiddelen en/of trombocytenaggregatieremmers en vertrouwdheid met de richtlijnen over regionale anesthesie bij gelijktijdig gebruik van deze middelen, maken het mogelijk een goede afweging te maken voor de individuele patiënt.
Steeds duidelijker wordt dat de effecten van statines verder reiken dan cholesterolverlaging alleen. Inmiddels worden er ook vasoprotectieve eigenschappen, een verbeterde endotheelfunctie en anti-inflammatoire en immunomodulerende eigenschappen aan statines toegedicht. Daarnaastworden ze gezien als antioxidanten, stabiliseren ze de atheromateuze plaques en hebben ze stamcelregulerende eigenschappen. Dit alles leidtertoe dat het spectrum van indicaties de laatste jaren drastisch wordt verruimd. Er gaan al stemmen op om statines als adjuvante medicatie of therapie toe te voegen in verschillende patiëntencategorieën, met name bij(cardio)vasculaire chirurgie. Dit artikel geeft een overzicht van de huidige stand van zaken, recent onderzoek en toekomstperspectief van statines. Erwordt ingegaan op twee kernvragen: hebben statines perioperatieve en cardioprotectieve eigenschappen en moeten we ze perioperatief continueren?