Mondproblemen in de palliatieve fase: van pijnlijke mond tot slechte adem
Mondproblemen zijn veelvoorkomend in de palliatieve fase en beïnvloeden eten, drinken, communicatie en kwaliteit van leven aanzienlijk. In het eerste artikel in Socares (2026/1) werden xerostomie, hyposialie, orale infecties en het belang van preventie en voorlichting besproken. Dit tweede artikel richt zich op aanvullende thema’s zoals pijnlijke monden, dysfagie, tumorgerelateerde mondproblemen, smaakstoornissen en halitose. Pijn en mucositis vragen om een combinatie van lokale en systemische pijnstilling, waarbij mondzorg altijd moet worden voortgezet. Dysfagie treft circa 80% van de patiënten en vraagt vaak om een multidisciplinaire en soms comfortgerichte benadering. Bij tumorgerelateerde mondproblemen zijn naast medische behandelingen ook psychosociale interventies essentieel. Smaakstoornissen en halitose hebben een hoge prevalentie en beïnvloeden voeding en sociaal functioneren, waardoor gerichte aandacht en eenvoudige diagnostiek belangrijk zijn. Implementatie van de richtlijn vraagt om scholing, interdisciplinaire samenwerking en opname in protocollen. Mondzorg moet niet louter klachtgericht zijn, maar vanaf de start van de palliatieve fase een vanzelfsprekend onderdeel van de zorgverlening vormen.
Leerdoelen
Na het bestuderen van deze content:
- bent u bekend met de belangrijkste aanbevelingen uit de IKNL-richtlijn Mondproblemen en slikstoornissen in de palliatieve fase
- kunt u onderscheid maken tussen verschillende mondproblemen in de palliatieve fase, zoals een pijnlijke mond, slikstoornissen, tumorgerelateerde mondproblemen, smaakstoornissen en slechte adem
- weet u hoe deze klachten multidisciplinair benaderd en behandeld kunnen worden
- kent u strategieën om de richtlijn te implementeren in de praktijk, inclusief aandacht voor scholing en interdisciplinaire samenwerking