Diagnostiek naar congenitale cytomegalovirusinfectie bij dysmature neonaten
Congenitale CMV (cCMV) is wereldwijd de meest voorkomende congenitale infectie en een belangrijke oorzaak van ontwikkelingsproblemen en gehoorverlies. In Nederland bedraagt de geboorteprevalentie ongeveer 0,5%. Er bestaat in de praktijk geen consensus over de diagnostiek naar cCMV in Nederlandse ziekenhuizen bij dysmature neonaten, ondanks de aanbevelingen in de richtlijn Congenitale Cytomegalovirus Infectie (postnataal beleid) uit 2019. In dit artikel werden 15 studies geïncludeerd die dysmature neonaten onderzochten op cCMV door middel van urine- en/of speekseldiagnostiek. De definities van dysmaturiteit bleken niet uniform, variërend van < P10 tot < P3 geboortegewicht. Het gerapporteerde percentage cCMV bij geteste dysmaturen varieerde van 0-5,5% en lag hoger in studies die ernstigere dysmaturiteit (< P3) hanteerden. Het onderscheid tussen geproportioneerde en gedisproportioneerde dysmaturiteit leverde geen eenduidige conclusies op, maar kinderen met cCMV en microcefalie hebben vaker langetermijngevolgen van de cCMV-infectie dan kinderen met een normaal gegroeid hoofd. Op theoretische gronden is geproportioneerde dysmaturiteit ook vaker het gevolg van een congenitale infectie en minder vaak van bijvoorbeeld placenta-insufficiëntie. Op basis hiervan adviseren wij om, in lijn met de huidige cCMV-diagnostiek te verrichten bij geproportioneerde dysmature neonaten met geboortegewicht én schedelomtrek < P3 wanneer geen andere duidelijke oorzaak aanwezig is.
Leerdoelen
Na het bestuderen van deze content:
- kent u de prevalentie van congenitale CMV bij dysmature neonaten
- kent u de indicaties voor het verrichten van diagnostiek naar congenitale CMV bij dysmature neonaten
- kent u het antwoord op veelgestelde vragen ten aanzien van het verzamelen van urine voor CMV-diagnostiek