Donation after circulatory death
In Nederland kan bij leven een nier of deel van de lever worden gedoneerd (ook wel living donation genoemd) of er kunnen organen worden gedoneerd na overlijden. Bij deze postmortale orgaandonatie wordt onderscheid gemaakt tussen donation after brain death (DBD) – ook wel ‘hersendood’ genoemd – en donation after circulatory death (DCD) – ook wel ‘hart- en circulatiedood’ genoemd. De DCD-procedures zijn de laatste decennia toegenomen ten opzichte van de DBD-procedures. Er is in Nederland desondanks nog steeds een tekort aan donororganen voor patiënten op de wachtlijst voor een transplantatie, waarop diverse initiatieven zijn ontwikkeld om dit tekort te verkleinen. Naast de wettelijke invoering van de ‘actieve donorregistratie’ in 2020 zijn de DCD-orgaandonatiemogelijkheden vergroot door de donorcriteria te verruimen. Dit is mede mogelijk geworden door technische ontwikkelingen, zoals het gebruik van machineperfusie in plaats van statische preservatie van een donororgaan op ijs. Ook is de pool van DCD-orgaandonoren vergroot door toename van orgaandonatie na euthanasie en de recente mogelijkheid van DCD-hartdonatie. In dit artikel worden de belangrijkste onderdelen en nieuwe ontwikkelingen rondom DCD-orgaandonatie in Nederland nader toegelicht.
Leerdoelen
Na het bestuderen van deze content:
- kent u de verschillende DCD-categorieën, alsook het onderscheid met DBD en orgaandonatie bij leven
- bent u in staat om de indicaties en contra-indicaties voor DCD-orgaandonatie te benoemen
- kent u de procedure die bij DCD-orgaandonatie wordt gehanteerd
- kunt u de kwaliteit van getransplanteerde organen vergelijken na een DCD-procedure met een DBD-procedure
- weet u dat er in de loop der jaren diverse strategieën zijn ontwikkeld om meer organen te kunnen transplanteren na een DCD-procedure