Nierfunctievervangende therapie op de Intensive Care
Kritiek zieke patiënten kunnen acute nierinsufficiëntie ontwikkelen. Dat kan leiden tot veranderingen in de zuur-base-, elektrolyten- en vochtbalans, waarvoor correctie nodig kan zijn met nierfunctievervangende therapie. Indicaties voor het starten van nierfunctievervangende therapie zijn levensbedreigende diureticaresistente overvulling, refractaire, potentieel levensbedreigende hyperkaliëmie, ernstige metabole acidose refractair voor conservatieve behandeling en uremische complicaties. Nierfunctievervangende therapie kan worden gegeven door intermitterende hemodialyse (IHD) of continue nierfunctievervangende therapie (continuous renal replacement therapy, CRRT). Tijdens CRRT moet het filter regelmatig worden vervangen: dit leidt tot onderbreking van de behandeling. De belangrijkste redenen voor vervanging van het filter zijn vroegtijdige stolling en logistieke factoren. Om vroegtijdige stolling te beperken, is antistolling noodzakelijk. Regionale citraatantistolling is de eerste keus. Er zijn geen duidelijke criteria voor het stoppen met CRRT. De praktische aspecten en overwegingen bij starten, toepassen en stoppen van CRRT worden in dit artikel besproken met aandacht voor de Nederlandse situatie.
Leerdoelen
Na het bestuderen van deze content:
- hebt u kennis van de startcriteria van nierfunctievervangende therapie op de Intensive Care
- begrijpt u de principes van regionale citraatantistolling en de metabole complicaties die hierbij kunnen optreden
- kunt u de dosis van continue nierfunctievervangende therapie volgens de huidige richtlijn toepassen
- hebt u kennis van de stand van zaken rondom het stoppen met continue nierfunctievervangende therapie