PsyXpert
Praktijkgerichte nascholing over psychotherapie
Een hoogwaardig Nederlandstalig nascholingstijdschrift in combinatie met een toegankelijk digitaal kennisplatform en bijeenkomsten geaccrediteerd door de FGZPT, NVvP, NVP, en NIP-EL.
Alle collecties van PsyXpert
Gesorteerd op nieuw - oud
Prof. dr. Reinout Wiers is hoogleraar ontwikkelingspsychopathologie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Hij studeerde in 1992 cum laude af in de psychonomie in Amsterdam. Zes jaar later promoveerde hij eveneens cum laude aan de UvA in de experimentele psychopathologie.
Wiers’ expertisegebied is verslaving, mentale gezondheid bij studenten en urban mental health. Samen met prof. dr. Claudi Bockting en dr. Harm Krugers leidt hij het Centrum voor Urban Mental Health, dat tot doel heeft nieuwe wegen te vinden om de stedelijke geestelijke gezondheid te verbeteren. Daarbij rekening houdend met de complexiteit en dynamiek van psychische problemen en psychische stoornissen in een stedelijke omgeving.
Groepstherapie is een krachtige, maar ook complexe vorm van psychotherapie. Juist in de interactie tussen cliënten ontstaat de mogelijkheid tot groei, reflectie en verandering. Deze interactie is echter geen toeval of chaos: binnen elke groep ontstaan patronen, dynamieken én rollen. Groepsrollen worden vaak zichtbaar wanneer ze disfunctioneel zijn. Zoals de zondebok, de stille deelnemer of de dominante rol. Maar welke positieve groepsrollen bestaan er? En wat gebeurt er als we als groepstherapeuten deze rollen gebruiken om betekenisvol leren binnen dit interpersoonlijk leren in de groep te stimuleren? De beschreven vignetten sluiten aan bij dit interpersoonlijk leren vanuit schematherapie. Dit nascholingsartikel richt zich op positieve groepsrollen of positieve procesrollen. Deze informele, dynamische rollen dragen bij aan het bevorderen van cohesie, reflectie en een veilig leer- en groeiklimaat in de groep. Door te kiezen voor een positieve benadering van groepsrollen kunnen therapeuten de dynamiek in de groep effectiever sturen en het herstelproces van de groepsleden beter ondersteunen.
De aandacht voor autisme bij ouderen neemt toe. Desondanks wordt autisme vaak niet herkend bij ouderen. Deze diagnose werd bij de huidige ouderen veelal niet eerder in hun leven gesteld. Autisme wordt geschaard onder de neurobiologische ontwikkelingsstoornissen en gaat gepaard met kwetsbaarheden in het filteren en integreren van informatie, flexibiliteit, sociale interactie en communicatie. Het stellen van de diagnose is ook bij ouderen mogelijk en zinvol. De diagnose biedt zowel nieuwe mogelijkheden om beter te begrijpen waarom het leven is gelopen zoals het is gelopen en te aanvaarden wat nooit was en niet zal komen, alsook nieuwe ontwikkelmogelijkheden om de kwaliteit van leven te verbeteren. Kennis van autisme biedt ruimte voor een betere bejegening en behandeling van comorbide problematiek. Het is daarom belangrijk het vermoeden van autisme bespreekbaar te maken met ouderen en hun naasten.
Cognitieve gedragstherapie en graded exercise therapy schadelijk bij ME/CVS | Autisme
Werken met psychiatrische classificaties volgens DSM-5 kan zowel nut hebben als risico’s geven, die per situatie sterk kunnen verschillen. Daarom kan het verhelderend zijn in individuele casuïstiek dilemma’s te signaleren, te ordenen en het nut en risico van de verschillende opties te beschrijven en te wegen. Zo kan een clinicus met gezin of collega’s een goed onderbouwd besluit nemen over het al dan niet toekennen van een psychiatrische classificatie met DSM-5. Dilemma’s kunnen zich in verschillende fasen van een traject voordoen.
Aan de hand van casuïstiek illustreren we in dit artikel hoe de handreiking die door de afdeling Kinder- en jeugdpsychiatrie van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) is gemaakt, kan helpen bij het omgaan met dilemma’s, zonder daarbij algemene richtlijnen te geven voor het al dan niet gebruiken van classificaties.
De invloed van de psychoanalytische benadering is de afgelopen decennia dramatisch afgenomen, zowel in het onderwijs als in de klinische praktijk. Psychotherapeuten en therapeuten in opleiding hebben vaak wel degelijk interesse in deze traditie, maar vinden het begrippenapparaat abstract en missen concrete handvatten voor behandeling. Om deze kloof te dichten is toegankelijke taal een vereiste. Daarnaast moeten we praktische interventies bieden.
In de affectfobietherapie (AFT) is deze integratie al volop gaande. In dit artikel wordt getoond hoe het AFT-opleidingsprogramma psychoanalytische concepten in heldere taal ontsluit en ze koppelt aan concrete acties in de therapie. Het artikel sluit af met enkele adviezen voor het vertalen van complexe begrippen naar de hedendaagse behandelpraktijk.