Persoonlijkheidsstoornissen herzien: van stabiele trekken naar relationeel functioneren
De diagnose van persoonlijkheidsstoornissen ondergaat een ingrijpende verschuiving. Waar voorheen de focus lag op statische categorieën, benadrukken het Alternatieve Model voor Persoonlijkheidsstoornissen (AMPD) en de ICD-11 de ‘kern’ van de pathologie: het inter- en intrapersoonlijke functioneren. Recent onderzoek toont aan dat veel pathologische trekken (zoals negatieve affectiviteit) niet specifiek zijn voor persoonlijkheidsstoornissen, maar gedeeld worden met andere klinische stoornissen. Wat overblijft als uniek kenmerk van een ‘persoonlijkheidsstoornis’ is het onvermogen om stabiele, wederkerige relaties met zichzelf en anderen te onderhouden. Binnen het AMPD wordt daarom nu het niveau van persoonlijkheidsfunctioneren gezien als de kern van de pathologie. Nieuw onderzoek uit 2026 onderstreept dat deze kern – de relatie tot het zelf en de ander – veel kneedbaarder is dan we dachten en sterk reageert op de (therapeutische) context. Dit artikel biedt een overzicht van de huidige literatuur en vertaalt de verschuiving van ‘persoonlijkheid’ naar ‘relatie’ naar de klinische praktijk in de spreekkamer.
Leerdoelen
Na het bestuderen van deze content:
- weet u hoe de wetenschappelijke conceptualisering van persoonlijkheidspathologie is verschoven van categorische typen naar een dimensionaal model (AMPD)
- kent u het fundamentele onderscheid tussen het niveau van persoonlijkheidsfunctioneren (kern) en pathologische trekken (stijl)
- bent u in staat in de diagnostische fase utilitaire en instabiele relatiepatronen te herkennen als manifestaties van een haperend intern werkmodel
- kunt u een relationele focus integreren in uw behandelplanning en psycho-educatie bieden om stigma te verminderen en de therapeutische alliantie te versterken
- ziet u in dat veel traditionele persoonlijkheidstrekken niet specifiek zijn voor persoonlijkheidsstoornissen, maar gedeeld worden met andere vormen van psychopathologie