De dosering van psychotherapie: lessen over effectiviteit en nuance
In de vorige editie van PsyXpert (2026-2) besprak Bas van Heycop ten Ham de kritiek van Flip Jan van Oenen, zoals verwoord in diens boek Verdragen. Waar Van Oenen de bijl aan de wortel van de psychotherapie legt door te beweren dat deze ‘vaker niet dan wel werkt’ en gerantsoeneerd moet worden tot zeven sessies, zet Van Heycop ten Ham hier terecht serieuze vraagtekens bij. We moeten echter verder gaan dan het plaatsen van vraagtekens: deze drastische generalisatie is simpelweg onverantwoord. Het kritiekloos reduceren van psychotherapie tot een handjevol sessies is een schadelijke misvatting die voorbijgaat aan het leed van complexe en kwetsbare patiëntengroepen. In zijn slotbeschouwing oppert Van Heycop ten Ham een belangrijke vraag die uit dit debat naar voren komt – even fundamenteel als complex: ‘Is meer, langer en intensiever altijd beter? Voor wie wel?’ Kort na het verschijnen van de vorige editie van dit blad, verscheen een proefschrift dat we kunnen gebruiken om een antwoord te formuleren op deze vraag in de context van complexe problematiek en persoonlijkheidsstoornissen. Waar Van Oenen (2025) pleit voor een ‘bescheiden’ aanbod, wijst de wetenschappelijke literatuur op een veel genuanceerder beeld. We gaan in op het proefschrift van Marit Kool (2026), getiteld Optimizing Psychotherapy Dosage for comorbid depression and personality disorders (PsyDos studie). In deze nieuwsrubriek nemen we u als lezer graag mee in haar bevindingen.